De gemeente van mijn dromen
Ds. H.J. Hegger
Uitvoering: paperback, met flappen
Omvang: 184 pagina's
ISBN10: 9063533543
ISBN13: 9789063533540
Beoordeling:

Met een voorwoord van ds. A. van der Veer (EO)
Dit boek van ds. Hegger gaat over een droom die hij had in 1980. Tijdens de afwezigheid van alle negen dominees gebeuren in een dorp in Zeeland wonderlijke dingen. Christenen, gewoonlijk langs elkaar heen levend, herkennen elkaar in Christus. Een soort opwekking vindt plaats. Tot het moment dat de dominees weer terugkomen... Ds. Herman J. Hegger
Herman J. Hegger werd geboren in 1916, en tot priester gewijd in 1940, waarna hij werd benoemd om filosofie te doceren aan een Groot-Seminarie in Brazilië. In 1947 is hij uitgetreden uit de RK-Kerk en het jaar daarop overgegaan naar het protestantisme.
Teruggekeerd naar Nederland in 1949, werd hij Gereformeerd predikant sinds 1951.
Hij verliet de Geref. Kerk in 1974 vanwege de toegelaten vrijzinnigheid op grond van het beginsel van de kerkelijke afscheiding.
Ds. Hegger publiceerde in 1980 het boek 'Zij is Mijn bruid' waarin hij een pleidooi voerde voor de huisgemeente binnen de éne plaatselijke gemeente.
Dit boekje is een grote schreeuw om de eenheid, de eenheid van hen die Christus kennen en Hem liefhebben. Het is een hartstochtelijke oproep.
Volgens de schrijver kan de oecumene van het hart kort aldus worden omschreven: de gemeenschap van hen die elkaar herkennen in Hem, in hun Geliefde, in de levende Christus.
Hij juicht het streven toe om tot meer uiterlijke, kerkelijke eenheid van de christenen te komen. Maar een uiterlijke eenheid heeft geen waarde, als die niet is opgekomen en wordt gedragen door de innerlijke eenheid.
In de Bijbel is de volgorde: van binnen naar buiten, van het hart naar de mond, van het hart naar de rede, van de Geest naar de (kerk-) orde, door de Geest naar het Woord. De christenen hebben vaak die volgorde omgekeerd. Wij moeten ons bekeren tot de volgorde van de Bijbel, de volgorde van God. Dan alleen zal er van de kerken weer werfkracht uitgaan. Dan alleen worden wij waarachtige getuigen van de levende Christus.
Voorwoord van ds. A. van der Veer
Een boek over de oecumene van het hart. Uiteraard heeft dat mijn belangstelling. Vanaf het moment dat ik deze uitdrukking in mijn toespraken via radio en televisie gebruikte, is ze door velen overgenomen. En is een vast begrip geworden. Artikelen worden erover geschreven, commentaren aan gewijd. En in dit geval: een heel boek.
Volgens mij wordt de oecumene van het hart al vele jaren door christenen beleefd. Ik heb slechts benoemd wat ik in mijn werk als voorzitter van de Evangelische Omroep tegenkom: het elkaar geestelijk herkennen van christenen over kerkmuren heen.
Het woord is van deze tijd, maar dertig jaar geleden werd al geschreven:
'Het gaat erom, niet om aan te tonen in hoeverre wij het met elkaar eens zijn in de kernpunten van de leer, maar hoe wij met elkaar een zijn in Hem. Dus niet hoe wij overeenstemmen in leerstukken, maar een zijn in de levende Persoon van de opgestane Heiland.'
(Ds. H.J. Hegger, Visie, 1e jaargang, no. 3.)
Het is nu ruim dertig jaar later. De herkenning van christenen over kerkmuren heen is alleen maar groter geworden. Daarom is de oecumene van het hart geen uitvinding van deze EO-voorzitter, maar iets wat God Zelf gaf in de harten van mensen.
De inhoud van de oecumene van het hart is er altijd geweest. Geestelijke herkenning over kerkmuren heen. Ondanks verschillen. Spurgeon en Bunyan zijn geliefde schrijvers. Toch zouden ze in onze tijd niet in alle kerken kunnen voorgaan
Dit boek van ds. Hegger gaat over een droom die hij had in 1980. Tijdens de afwezigheid van alle negen dominees gebeuren in een dorp in Zeeland wonderlijke dingen. Christenen, gewoonlijk langs elkaar heen levend, herkennen elkaar in Christus. Een soort opwekking vindt plaats. Tot het moment dat de dominees weer terugkomen... Op zwarte zaterdag...
De dominees komen er in die droom niet zo best af. Zij verkiezen de oude situatie en roepen hun gemeenteleden op aan dit alles een halt toe te roepen.
Of alle dominees deze rol verdienen? Ik hoop van niet. Ik hoop dat met name de beschrijving van zwarte zaterdag een boze droom van ds. Hegger is geweest.
Ik hoop dat vele collega's, en wie dan ook maar dit boek leest, zich wel zullen kunnen vinden in het vervolg van dit boek. Laat 'de zwarte zaterdag' (hoofdstuk 7) maar een boze droom zijn, maar 'het denken vanuit Christus' (hoofdstuk 10) levende werkelijkheid.
"Het gaat om Hem, als de levende. Niet 'iets', niet een 'het', maar slechts Hij, de levende Christus kan ons redden."
Lang niet altijd heb ik in de afgelopen jaren mij kunnen herkennen in allerlei vormen van exegese van het begrip 'oecumene van het hart'. Anders is dat bij de uitleg van ds. Hegger. Ik hoop en bid dat zijn droom werkelijkheid wordt. Zonder de zwarte zaterdag.
Ds. A. van der Veer
Interview met ds. Hegger
(Uit: Op De Hoogte 8-2, Henk P. Medema)
Uw boek verwijst naar 'de oecumene van het hart'. Een uitdrukking die gemakkelijk misverstand kan wekken: wij moeten ons toch niet wenden tot de oecumenische beweging van de Wereldraad van Kerken, zoals die zich kort na de Tweede Wereldoorlog breed maakte?
De eenheid die de Wereldraad nastreefde (nastreeft), is vooral een eenheid in het negatieve, namelijk in de loochening of relativering van fundamentele waarheden van het bijbelse belijden. De oecumene van het hart is een eenheid in het positieve: de eenheid in de levende Christus, de Zoon Gods, waarachtig God en waarachtig mens, die plaatsbekledend gestorven is voor de verzoening van de zonden van hen die in Hem geloven met hun hart. De eenheid van de Wereldraad is dus een eenheid in 'iets', in enkele resterende waarheden van het christendom. De oecumene van het hart is de eenheid in Iemand, de levende Waarheid.
Wat is dan de breedte van de eenheid die wij moeten zoeken?
De breedte van de oecumene is gegeven in Ef. 3:18,19: 'Samen met alle heiligen' - dat zijn zij die door het geloof geheiligd zijn in het bloed van Christus. Dus niet: 'Samen met alle theologen en kerkleiders'. Het gevolg is: dan pas zijn we 'in staat te vatten hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is' van de liefde van Christus. Het doel is: 'de liefde van Christus te kennen die de kennis te boven gaat opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.'
U schrijft in uw nieuwe boek over 'de Gemeente van mijn dromen', en uw verhaal hangt u op aan een droom die u ook werkelijk een keer hebt gehad. Wijkt dit niet af van het sola Scriptura, 'alleen de Schrift'?
De Schrift-vormende profetie is opgehouden vanaf de tijd dat de Heilige Geest de Gemeente ertoe bracht om de 66 boeken van de Schrift te erkennen als onfeilbare regel voor leer en leven. Maar de Schrift-doorlichtende en de Schrift-toepassende profetie is gebleven. Deze profetie moet echter door de Gemeente getoetst worden (1 Kor. 14:29) aan de Schrift. De profetie als gave van de Heilige Geest kan op vele wijzen functioneren, o.a. volgens Hand. 2:17c via dromen en gezichten. Was mijn droom een echte profetie? Ze kan ook uit mijn psyche zijn voortgekomen, dus als een wensdroom. Maar droomt elke gelovige er niet van dat zijn Geliefde, de Here Jezus, groot gemaakt zal worden bijvoorbeeld in een machtige opwekking? De Gemeente heeft de profetie nodig. Anders verwordt ze tot een instituut dat haar eigen al of niet neergeschreven belijdenis als een (praktisch) onfeilbare regel handhaaft boven het levende Woord van God, de Schrift. Het gevolg is dan dat de christenen elkaar met die keiharde dogma's bekogelen en daarmee het leven van Christus weg-stenigen. De kerk is dan niet meer dan een supermarkt waar je tegen betaling met behulp van bijbelteksten aan je religieuze behoeften kunt voldoen.
Inmiddels is het al twintig jaar geleden dat u deze droom had, en u hebt er destijds al over geschreven in 'Zij is mijn bruid'. Wat is er in die twintig jaar veranderd in Nederland?
Wat er in die 20 jaar veranderd is, kunt u uitvoerig lezen in 'God in Nederland' van prof. G. Dekker en in de statistieken van het SCP. Vooral de RK-Kerk en de Gereformeerde Kerken (synodaal) zijn grondig veranderd.
En wat is er bij uzelf veranderd?
Langzamerhand heb ik mij niet alleen geestelijk, maar ook psychisch losgemaakt van de idee over God waarmee ik was opgegroeid: een boeman die mij om het minste of geringste meteen wilde verdoemen naar de eeuwige hel. In die verandering heeft ook een analyse van mijn onderbewustzijn een rol gespeeld; dat was een vergaarbak van traumatische jeugdervaringen. (Daarover is met mij een interview opgenomen door de EO die zal worden uitgezonden in de rubriek 'Bijker'). Gedurende 58 jaar heb ik gemiddeld 2 - 3 uur per dag aan innerlijke zelfontleding gedaan. Door het stralende voorbeeld van de liefde van Christus, door de kracht van de Heilige Geest, en mede door het zien van de liefdeloosheid, het egoisme in mezelf, ben ik milder geworden, meer meedogend zoals Christus. Althans dat meen ik.
De meeste mensen in christelijk Nederland hebben u in herinnering als de ex-priester, die de rooms-katholieke kerk verlaten had en haar aanklaagde. Nu horen we u dikwijls een pleidooi houden voor herkenning van andere christenen, zelfs in de rooms-katholieke kerk. Kunt u begrijpen dat sommigen hier moeite mee hebben?
Ja, o.a. omdat sommige recensenten het hebben voorgesteld alsof ik in mijn oordeel over de typische r.k.leerstellingen veranderd zou zijn. Maar dat is beslist niet zo. In mijn 'Een in de levende Christus' heb ik uitdrukkelijk gezegd dat ik nog steeds volledig sta achter mijn boek 'Moeder, ik klaag u aan'.
Het is opmerkelijk dat een predikant (zoals u in uw boek doet) een pleidooi voert voor een kerk die niet als domineeskerk functioneert, waarin 'telkens als gij samenkomt', zoals Paulus het uitdrukt, 'ieder iets heeft', en waar ruimte is voor het algemeen priesterschap van de gelovigen. Hoe ziet u dat?
Ik zie de Gemeente als de tempel van de Heilige Geest, ontstaan op de Pinksterdag. Vanaf toen is de Geest over de gelovigen uitgestort zodat de uitingen (gaven) van de Geest 'als stromen van levend water' uit hun binnenste zijn gaan vloeien (Joh. 7:38). Dat heilige elan bracht hen tot uitingen die vrij spoedig weer verdwenen, bijvoorbeeld de verkoop van goederen zodat ze in een soort commune leefden. Later heeft de Here blijkbaar wat meer structuur nodig geacht. In Hand. 6 worden diakonoi aangewezen als van Geest vervulde helpers om de taak van de apostelen te verlichten. Pas in Hand. 14:23 lezen we over de aanstelling van oudsten in de gemeente. Die oudsten moeten blijkbaar zorgen voor de nodige orde in de van Geest vervulde gemeente (zie 1 Kor. 14:40). Maar wat voor taak hebben die ordebewakers nog wanneer de gemeente niet meer vervuld is van de Heilige Geest met zijn gaven? Is er dan nog iets om te ordenen? Daarom moeten wij terug naar de bijbelse prioriteiten. We moeten bidden om de Geest en zijn gaven. Dat betekent o.a. dat de profetie weer een ruime plaats moet krijgen. De Heilige Geest vervult personen, niet instituten. Daarom moet de vernieuwing van onder op, van de gelovigen komen, bijvoorbeeld door de huisgemeenten binnen de ene plaatselijke gemeente.
Bent u optimistisch of pessimistisch over de verwezenlijking van de gemeente van uw dromen?
Als ik kijk naar de barre werkelijkheid, naar het voortdurende vechten van de christenen om eigen gelijk, naar de macht van het eigen 'ik' in de harten ook van wedergeborenen, ben ik pessimistisch. Maar kijk ik naar de rijke beloften, bijvoorbeeld van Ef. 5:27-29, dan ben ik optimistisch.
U dient in te loggen voordat u een beoordeling kan geven. De gemeente van mijn dromen

De Kerk van God I
Gods Geest na Pinksteren
De enquête over dit product
Andere boeken van Ds. H.J. Hegger
Kerkblad voor het Noorden (augustus 2001)
'Vijf olifanten' van Willem J. Ouweneel


