Zo makkelijk kom je niet van boeken af
PERSOONLIJK
Voor het begin van de boekenweek lijkt het me dringend gewenst weer eens een oratio pro domo (dat is Latijn, en betekent: een rede voor je eigen huis) te houden ten gunste van boeken. Die arme, bedrukte katernen-in-kaft hebben het zwaar genoeg. Ontlezing is een trend van de eenentwintigste eeuw: dat houdt in dat er steeds minder mensen kennis willen nemen van de inhoud. Omzetverlies is een andere trend: de eindverbruikers willen steeds minder betalen voor het kopen van boeken. Digitalisering is een vreemd woord, maar we weten wel wat het betekent. Als uitgevers moeten we eerst denken in de vorm van content, en daarna pas over e-books of folio-formaten.
De beroemde Italiaanse auteur Umberto Eco (onder andere bekend van DE NAAM VAN DE ROOS) heeft samen met Jean-Claude Carrière een bemoedigend boek geschreven onder de titel: ZO MAKKELIJK KOM JE NIET VAN BOEKEN AF. Raar, een literator en historicus, gespecialiseerd in de Middeleeuwen, over de nieuwste e-technieken zijn mening te horen geven? Beetje. Maar zo gek is het óók weer niet, want in DE SLINGER VAN FOUCAULT liet hij een personal computer met de naam Abulafia een hoofdrol spelen.
We gaan bijna de Boekenweek in, en de vraag is of er nog blije geluiden te horen zijn. Volgende week is op deze plek meer te lezen over het Boekenweekgeschenk, het Actieboek van de Week voor het Christelijke Boek, en andere rond de Boekenweek verschenen boeken. Nu even een lijntje vanuit Eco.
Laat me nog even waarschuwen voor de eruditie van Eco (en zijn mede-auteur Carrière) – je wordt er namelijk duizelig van. Ik vind dat ik best wel redelijk belezen ben, maar bladzijden lang trof ik hier verwijzingen naar boeken en auteurs die ik nog niet eens van een afstand kende. Waarom zou ik er trouwens voor waarschuwen? Het is goed voor de noodzakelijke nederigheid. En ‘t is makkelijk: mijn eigen bibliotheek(je) zou me daartoe ook in staat stellen.
Een van de observaties van Eco behelst een heel simpele en rake kritiek op de digitalisatie. Vakgenoten zullen het herkennen, en iedereen zal het begrijpen. In welke formats zijn boeken van meer dan tien jaar geleden opgeslagen? Als we ze opzoeken, voor een herdruk bijvoorbeeld, herkennen we tot onze schrik dat ze niet meer te lezen noch te converteren zijn.
In de afgelopen twintig jaar is er wel érg veel gebeurd. Ik kan me levendig de eerste CD-ROM herinneren die ik in handen had. Of de eerste toegang tot het internet, ik weet het nog precies: bij Tom Zoutewelle in Houten keken wij met rode oortjes naar het scherm. Klik! Nu zit je in de Library of Congress, in Washington! Adembenemend. Wanneer was het ook weer?
Terwijl ik deze column typend het scherm met mijn linkeroog bewaak, kijk ik met mijn rechteroog af en toe naar FINDING FORRESTER, een film waarin (vermoed men) de auteur J.D. Salinger wordt afgebeeld. Forresters éne boek is er nog, een halve eeuw later, volgens de film.
Een typemachine zoals die waarmee hij zijn teksten produceerde, heb ik ook gebruikt bij het schrijven van mijn doctoraalscriptie in 1972 – hij staat nu nog boven in de hal. Die scriptie wil niemand meer lezen, maar het zou makkelijk genoeg zijn.
In mijn studeerkamer in Vaassen staat, op een standaard, een facsimile van de Delftse Bijbel, geschenk van mijn collega’s van Buijten & Schipperheijn bij de ingebruikneming van ons gebouw in 1982. Hij ligt opengeslagen bij een van de deuterocanonieke boeken, maar dat is echt niet de reden waarom ik er weinig in lees. Met maar heel weinig moeite is deze Bijbeluitgave uit 1477 te ontcijferen.
Lezen. Laten lezen. In de Boekenweek gaat het daarover. En iedereen in het boekenvak zoekt op ene of andere manier naar de blijvende leesbaarheid van content. Christelijke uitgevers zouden er nog wel extra over mogen nadenken: hoe zorgen we ervoor dat onze boeken niet alleen produceerbaar, maar ook reproduceerbaar blijven?

Een niet-geplande reis
Daniel de Wolf over Thugz Church
Boeken op titel
E-mail deze pagina naar een vriend of vriendin


