Henk Medema
06
JANUARY

Avondmaal als ontbijt

Drie dagen vasten en bidden klinkt wel stoer, maar ’t is gewoon mooi. Gezellig en leuk zelfs, met zoveel oude en nieuwe vrienden. Prachtig, met de Heer. En als je eenmaal opgehouden bent met eten, blijkt een mens zich uitstekend te kunnen behelpen met thee en vruchtensappen. Hoe was het? Ai, dat is niet eens zo makkelijk te zeggen, zoals je ontmoetingen (met elkaar en met de Heer) ook niet in een reportage kunt vatten. Maar hoe dan ook, we eindigden met avondmaal. Dat was ons breakfast, het moment waarop we ons vasten braken. In het Nederlands betekent ontbijten ook: beginnen te bijten. Met brood en wijn deelden we in Christus Zelf, in zijn lichaam en zijn bloed. Ontroerend. Ernstig. Ook: ontspannen, heerlijk, vreugdevol. Een slot van de EA-vastenretraite, dat me bij zal blijven, als geestelijke spijs en drank: avondmaal als ontbijt. Het is eigenlijk heel bijzonder dat het avondmaal vooráf gaat aan de strijd. (Heel anders dan in alle delen van Asterix: daarin is er op de laatste bladzijde een feestmaal, nadat de strijd gestreden is – en daar hangt trouwens de zanger aan de hoogste boom, dat lijk me niks…) Zelfs de strijd van de Heer Zelf moest bij de instelling van het avondmaal nog helemaal gestreden worden, de zware strijd die Hem door verschrikkelijk lijden, dood en opstanding naar de hemel voerde. En voor ons is het net zo: we kunnen het avondmaal elke dag vieren – zoals wij het nu op donderdagmiddag vierden – maar in de christelijke traditie heeft het vooral een plaats gevonden op de eerste dag van de week. De strijd moet nog beginnen. Maar wij vieren nú al de overwinning. De maaltijd van de HEER eten we, uitziende naar de toekomst, totdat Hij komt.   Misschien gaat iemand me vragen: wat heeft de Heer nu tegen jou persoonlijk gezegd, in die retraite? Als je het goed vindt, hou ik dat nog even onder ons, tussen Jezus en mezelf. Het was net iets te persoonlijk om het te vertellen. Maar laat ik wel melden welk woord me het laatst is bijgebleven, in de lectio divina (wie dat niet kent: ff google!) over Johannes 4, over de Samaritaanse vrouw. De woorden uit vers 28 bleven bij me hangen: ‘De vrouw verliet haar kruik staan en ging naar de stad’. Zo’n retraite, net zoals iedere andere bijeenkomst, is maar een instrument, zoals een watervat dat ook is. Wij gingen weer weg. De retraite ligt achter ons. Maar let op: de vrouw liet haar kruik staan, en nam de Bron mee! Enthousiast ging ze naar haar stadgenoten toe, boordevol van deze magnifieke Persoon die haar had aangesproken. Een fontein die opspring tot in het eeuwige leven. Hem hoefde ze nooit meer in de steek te laten. Eigenlijk is dat op dit moment voldoende, als nabeschouwing op deze retraite.  

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief