Henk Medema
23
APRIL

Avondmaalsviering: gewoon, tastbaar, hartverwarmend

 

Thuisviering van het avondmaal is mooi en goed, schreef Wim de Bruin in de Theologenblog in het Nederlands Dagblad op 19 april - maar inbedding daarvan in een ambtelijk en liturgisch kader is wel nodig. Gedurende de daarop volgende dagen ontstond een brede discussie in de sociale media. De vragen gingen over een ‘lage’ of een ‘hoge’ sacramenstheologie.’Er is (…) veel voor te zeggen het avondmaal te laten bedienen door een ambtsdrager, die het lichaam van Christus doorgeeft aan de gelovigen.’ Een ambtsdrager vertegenwoordigt daarin Christus, en zo worden wij verbonden met het wereldwijde lichaam van Christus - of anders: een ambtsdrager vertegenwoordigt de kerk.

Maar het merkbare verlangen bij sommigen is: moet dat zo officieel? Kun je niet met andere oprechte Christus-gelovigen eenvoudig en hartelijk de maaltijd van de Heer delen, in iedere kerk, op elke plaats en op iedere tijd die je wilt? Als ik dat denk (en dat denk ik!), ben ik dan wat te simpel? En mijn voorzichtige aanzetten tot theologische denken in deze richting, gaan die vastlopen op ‘noodzakelijk’ ambtsdenken?

 
 

Symbolisch of echt aanwezig?

Het Heilig Avondmaal is een sacrament, leggen theologen uit,. Dat betekent dat het een aparte, speciale, Goddelijke plaats heeft gekregen. Je gaat niet simpelweg aan de keukentafel zitten, neemt een paar happen brood en gaat weer weg. Net zoals de heilige Doop ook ‘apart’ is, ook een sacrament. Je gooit niet zomaar wat water over iemand heen, of dompelt iemand eventjes in badwater; dat mag wel, maar het heeft geen geldingskracht.

In oktober 1529 nodigde Philips van Hessen een aantal vooraanstaande reformatoren uit in Marburg om te discussiëren over de sacramenten, o.a. Luther en Zwingli. Ze werden het zozeer oneens dat Luther tenslotte aan Zwingli moet hebben toegeroepen: ‘Gij zijt van een andere geest dan wij!’

Is het ambt bepalend voor de status van de avondmaalsviering? Of is het een kwestie van gevoelsbeleving? Is het brood een symbolische verwijzing naar Jezus’ lichaam, zoals Zwingli zei? Of kun je, met Luther, zeggen dat het Jezus werkelijk IS, en dat wij in het avondmaalsbrood zijn ‘reële presentie’ hebben? En kunnen we deze maaltijd zonder ambtsdragers vieren?

 

Lichaam van Jezus, of Lichaam van Christus

Het zou zómaar aan mij kunnen liggen, dat ik er een beetje jeuk van krijg als we zulke theologische debatten bijna vijf eeuwen later nog voortzetten. Heeft vast wel te maken met m’n achtergrond in de Vergadering van Gelovigen - maar toch niet alles: ‘wij’ als broeders (en zusters) van de Vergadering vonden vroeger dat ambten en gezag niks waren, en die mening vind ik nu niks...

Maar er roert zich in de eenentwintigste eeuw heel wat meer. Laat me één punt noemen. Hartstochtelijk verlangen naar de tastbare nabijheid van de Heer, en onvermogen dat in het avondmaal te ervaren. Herkenbaar? Helaas wel, als we elkaars ervaringen eerlijk uitwisselen.

 

Maar lees de evangeliën nóg eens. Luister naar de Heer. Het gaat om een nieuw verbond, een nieuwe manier van eten en drinken; het gaat om het koninkrijk van God. Het gaat niet meer alleen om de Jezus die bij hen geweest was. Het gaat om de Komende, de Christus. Niet het lichaam van Jezus, maar het Lichaam van Christus, dát is de Kerk, zo verklaart Paulus. En die tastbare werkelijkheid is niet een band met de wereldkerk, maar de locale kerk die actueel is, die ‘leeft’ en  ‘gebeurt’.

Dat kun je beleven. De rillingen lopen je over de rug als je, met voor de Heer bonzend hart, een stukje brood of een beker wijn deelt met je collega, die nog maar een paar weken geleden Jezus heeft aangenomen. Of met je buurvrouw, met wie je bijna elke week wel iets meemaakt van de aanwezigheid van de Heer. Dat kun je net zo min met droge ogen meemaken als een avondmaalsviering met dat oude echtpaar in het bejaardentehuis. En als je weer op de fiets naar huis stapt, realiseer je je: HIJ was het. En je denkt: dat moesten we echt nog eens doen. Zo dikwijls je het doet, tot zijn gedachtenis. Thuis vind je het nog eens in 1 Korinthiers 10 of 11 - de Tafel van de Heer, de Maaltijd van de Heer. Of Jezus die tegen Maria zegt: ‘Raak mij niet aan, Ik ben nog niet opgevaren’ - maar over iets meer dan vijftig dagen is de heilige Geest erbij, en dan is er niets meer dat je tegenhoudt om in het brood en de wijn heel dicht bij elkaar te komen, als Christus’ Lichaam, de Gemeente.

 

En?

Jazeker: de ambten, ik studeer er verder op, en ook op het hoog- en laagkerkelijke. Schrijven daarover, dat komt er ook nog wel een keer van. Voor nu deze stelling over avondmaalsviering: dat mag gewoon. Geniet, beleef, raak, tast. Heb elkaar hartelijk lief, en vier het met brood en wijn. Het Lichaam van Christus, dat zijn wijzélf, en het gaat om de HEER.
 

Laat hier een reactie achter



1 Reactie(s):

Dank!
24 apr

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief