Henk Medema
14
MARCH

De boekenweek brengt: Broer. Zink. Relationalteit. En voor heel veel dat daar bovenuit stijgt: Het Naaiatelier.

Broer. Zink. Veel woorden kost het niet als je bij de boekhandel het Boekenweekgeschenk 2016 van Esther Gerritsen en het Boekenweek-essay 2016 van David van Reybroeck wilt meenemen, respectievelijk gratis en voor tweeëneenhalve euro.

Je moet ze maar eens lezen, echt waar - en je dan de vraag stellen welk verhaal (want het essay is dit jaar eigenlijk ook een soort verhaal!) fictie is en welk non-fictie. Want ‘Zink’ is niet, zoals je vermoedt, alleen een intrigerende sociografische beschrijving van het onbenullige landje Neutraal-Moresnet, ook geen fictie - maar wél een verhaal van een geenszins onbenullig mens. En ‘Broer’ is natuurlijk fiction, maar méér dan dat. De maatschappij die hier beschreven wordt is niet alleen maar wat ze is. De wereld van Olivia lijkt in het begin van haar verhaal nog aardig ruim te zijn. Het wordt ons niet uitgelegd, maar je krijgt de indruk dat ze een zakenvrouw is die sinds kort een aanzienlijk bedrijf runt, en moet zien te dealen en te wheelen met de aandeelhouders.

Ik vertel niets, doe geen poging tot verklaring, maar kies wel de zin uit die met het meest trof. De slotzin. ‘Zachtjes bungelde ze met haar benen, als een kind. Ze keek naar beneden en zag dat het ene been van haar broer voorzichtig mee bewoog’ (94). Tja. Of was zij zelf voorzichtig mee gaan doen met de beweging van haar broer?

 

In ‘Broer’ is niks te vinden dat de kubus van het leven transcendeert; waar je er een heel enkele keer een toespeling op vermoedt, wekt het verhaal niet de indruk dat dat de bedoeling was. Maar wel: van de behendige relationaliteit van de sterke zakenvrouw komt Olivia steeds meer in een relationele puzzel terecht. Heeft haar broer, de wandelcoach wiens been geamputeerd moest worden, de oplossing gevonden, beter en sterker dan zij?

In het actieboek van de christelijke week van het boek, ‘Het Naaiatelier’ van Mirjam van der Vegt, gaat het ook om relationaliteit, maar er komt wel spiritualiteit doorheen kieren. Het verhaal is zeer actueel, begeeft zich op het scherp van de snede. Jabir is een illegale vluchteling, die verborgen wordt gehouden op een plek waar hij zijn eigen vak kan uitoefenen in het naaien van kleding, maar waar hij ook iemand uit zijn geboorteland ontmoet die hij eigenlijk helemaal niet wil ontmoeten. En zichzelf wil hij eigenlijk óók niet meer tegenkomen (54). Liefde, Jezus, vergeving, dat alles komt hij wél tegen. Herbert, die zijn verstopplaats deelt, raadt hem aan: ‘daag hem uit om jou lief te hebben. Geef hem geen enkele reden om dat niet te doen. De mens is gemaakt om lief te hebben en geliefd te worden’ (74).

Vertellen doe ik niets, dat mag de auteur doen terwijl je leest, en dat doet ze erg goed. Maar hoe het grote gebod, waarin God de allereerste plaats krijgt, aan dat tweede (de liefde voor een ander mens) gekoppeld is, wordt schitterend beschreven.

Ik kies weer een zin uit, twee zinnen zelfs, kernzinnen denk ik: ‘Zie hem als je broer. Is dat niet mogelijk?’ (48). En: ‘Voor de zekerheid draai ik de deur aan de binnenkant op slot. In deze wereld kan niemand mij iets maken’ (50).

Die zinnen maken dat je weet waar het verhaal over gaat. Ik mis zelden of nooit een boekenweekgeschenk of een boekenweek-essay. Helemaal nooit mis ik het jaarlijkse ‘christelijke’ actieboek. Deze keer is het écht een aanrader.

 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief