Henk Medema
27
APRIL

De hel was dit ECHT niet

Terugrijdend vanuit Utrecht, donderdagavond, snel manoeuvrerend tussen de obstakels van de A28, denk ik terug aan het debat over de hemel en de hel, in de Geertekerk. Het was ‘eigenlijk’ een mooie avond. Spektakel bleef uit. Theologische ruzie ook, geen onderlinge verkettering. Misschien had het hier en daar wat scherper gekund, dacht ik, maar de meeste belangrijke dingen waren wel aan de orde gekomen. De organisatoren, uitgevers en debaters gingen uiteen, en zeiden tegen elkaar: het was goed. Dat wás het ook, maar toch krielbelde het. Ergens. Wat was dat toch? Intermenselijk was het óók goed. Heel wat mensen had ik de hand gedrukt en kort gesproken. Eén was er niet, had afgezegd, hij moest naar een begrafenis. Twee anderen vertelden iets méér, nadat ik gevraagd had hoe het ging: één over zeer ernstige, plotseling opgekomen ziekte van z’n schoonmoeder. Een ander over een vechtscheiding van z’n kinderen. Wat zat me nu dwars? Er was iets waarover ik me inwendig kwaad maakte, en tóch was het een goede avond geweest. Het was moeilijk te formuleren, net zoals die drenkeling waarover Godfried Bomans vertelde, die telkens weer kopje onder ging en nog nét even de hand boven het wateroppervlakte uitstak: help! En toen wist ik het weer, ineens, scherp en helder. DEZE AVOND WAS NIET DE HEL. Dat bedoel ik niet als een grapje. Alles wat die avond tot iets moois en goeds maakte, zal er niet meer zijn in de eindeloze gescheidenheid van God, waarin mensen terechtkomen - dat beeld komt me uit de Bijbel tegen - die zich van Hem afkeren. Vriendschap. Troost. Koffie, thee, wijn, die met een glimlach wordt uitgedeeld. Kracht, moed, warmte, broederlijke liefde. Gebed, en zelfs verhoring van gebeden. Helderheid in de argumentatie, waardering voor elkaar. Van dit alles zal niets aanwezig zijn in de gescheidenheid van God, waarin mensen eindigen die de nabijheid van de Heer afwijzen. Wij (de debaters, de gespreksleiders, de uitgevers, Rob Bell, Mark Galli, Francis Chan & Preston Sprinkle) hebben ons met tal van bijbelteksten bezig gehouden. Maar er is een algemene bijbelse lijn waaraan we moeten denken: de royale genade waarmee God ons nu onmgeeft, maar die ophoudt bij de randen van ons tijdelijke leven. Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden, en doet het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Nú is het leven - zo vatte Johan ter Beek aan het slot Rob Bell’s visie samen - en het zal ooit goed komen. Nú is het leven - in de samenvatting van Chan volgens ds. Mirjam Kollenstaart - en je moet niet speculeren op kansen na dit leven. Of, zoals cabaretier Tim van Wijngaarden aan het slot zong: ‘Speel dus mooi weer in de regen’ - want alles komt uit Gods genadige hand voort. Daarom voelde ik me op die donderdagavond 26 april dankbaar, werd bemoedigd, kon voor anderen bidden, mocht iets goeds van de Heer ontvangen. En tegelijk had ik dat onrustige gevoel diep in m’n hart. Thuisgekomen bladerde ik weer in mijn bijbel. Ja, dit is het beeld dat daarin te vinden is. Ik zou het graag anders zien, maar dat lukt niet. Een bestaan zonder een spatje van Gods genade, dat wil ik me niet eens voorstellen. Deze avond was ernstiger en ingrijpender dan ik had gedacht. Ermee klaar zijn we nog echt niet.

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief