Henk Medema
15
NOVEMBER

De houdbaarheid van leiderschap in een geloofsgemeenschap

Het symposium ging niet door, en ik stond voor een dichte deur. Dat was jammer, want er zou iemand iets zeggen over ‘de houdbaarheidsdatum van een kerkelijke leider’ - dat klinkt al boeiend, maar dan ook nog mét discussie daarna. Gelukkig was er nóg iemand voor niks gekomen, ook een kerkelijke leider (of zoiets, net als ik dus, alleen een beetje jonger, maar da’s geen kunst). Wij gingen op het vroege ochtenduur naar een keurige kroeg en dronken samen een capuccino, met iets erbij. Over houdbaarheidsdata hebben we ‘t niet gehad, maar het was gaaf - en zo werd het toch nog een goede ochtend.
Maar hoe zit het nu met die houdbare leider? Een potje met een dekseltje waarop een datum staat, en na die datum garandeert niemand meer dat je de inhoud veilig kunt consumeren - zoiets? Dat beeld is natuurlijk wat te simplistisch voor kerkelijk leiderschap. Toch: heb je ‘t nooit meegemaakt dat ‘opeens’ de hele gemeente ziek, zwak en misselijk bleek te worden van de geestelijke inhoud die ze van een leider te verteren kregen? Of erger: dat sommigen het nog best eetbaar vonden, maar anderen pijn in hun buik kregen, en ze daar met elkaar herrie over kregen? Of dat de leider zélf het loodje legde?
Hoe kun je garanties inbouwen die dat voorkomen?
 

Leiderschap is niet meer wat het geweest is. Barbara Kellerman schreef in 2012 haar boek ‘The End of Leadership’, maar daar moet je natuurlijk aan toevoegen: ‘as we know it’. We hebben er allemaal wel een gevoel bij dat in de eenentwintigste eeuw iets van leiders wordt verwacht dat wij in de twintigste eeuw nauwelijks konden benoemen - en nu geven we er namen aan. Bijvoorbeeld: kwetsbaarheid, authenticiteit en transparantie, flexibiliteit. Enzovoorts.
Herkenbaar is dat: je kunt begrijpen waarom we dit meer waarderen dan oudere, vertrouwde kaders waarin de leider beloofde dat hij altijd goede beslissingen zou nemen (die belofte zou vast niet waargemaakt worden). Verlangbaar is dat ook: dit waren de dingen die we allemaal zelf heel graag wilden, maar ‘t liefst zonder er een stevige prijs voor te betalen. En ook weer kwetsbaar: want we gingen eromheen staan te kijken. Wie kwetsbaar was, die kwetsten we. Wie transparant was, zetten we te kijk. En wie flexibele wegen zocht, legden we naast onze meetlatten en we trokken onze conclusies. Het loodje werd gelegd. Pijn. Meervoudige pijn.
Zeker voor de betrokken leiders, die veelal aan ‘t leren zijn, en dan deze pijnlijke les moeten leren. Nog erger als je dan een dikke huid hebt: dán valt er pas echt wat te leren. En gedeelde pijn, meer dan dubbele pijn, die dwars door de hele gemeente snijdt.
Ik blijf ook een leerling. Het referaat heb ik vanmorgen niet gehoord, dus ik ben nog steeds héél benieuwd. Deze vraag werd ons als deelnemers van tevoren meegegeven: welke weerstanden kun je verwachten, als de de ‘doorgeefbaarheid’ in een geloofsgemeenschap willen stimuleren? Ik schreef op een kladbriefje: de weerstand van de luie stoel. Leiderschap, denkt men, betekent dat iemand voor jou beslissingen neemt, en bij voorkeur precies de dingen die jij graag wilt. Zo’n leider benoem je, of een paar van zulke leiders. Je blijft zelf aan de kant zitten of staan, en daar gaat-ie dan. Een recept om pijn te krijgen tot in het diepst van je botten, en doordringend in alle delen en gewrichten van het lichaam van Christus.
Pijn is niet te vermijden. Maar laat het dan alsjeblieft een pijn zijn die ons met z’n allen elke dag een beetje meer geestelijk maakt. Laat het een gebeuren zijn waarin de Geest ons voert tot de gezindheid van Christus. En laten we alsjeblieft met z’n allen in beweging blijven - want onze God is Zelf heel erg bewogen met ons allemaal.
Waar moeten we dan naar zoeken? Hier is mijn vermoeden: naar een meervoudig, open, groeiend, geestelijk leiderschap. Als je een gemeente bouwt met één voorganger, of met een paar oudsten, die een goed doordacht werkdocument meekrijgen, sluit je de deur naar de veelkleurige rijkdom van de gelovigen die God in zijn Gemeente heeft gegeven. Er zijn er die het potentieel hebben van apostelschap: ze kunnen, als afgezanten van God, een stuk met de gemeente mee wandelen om zijn wegen te ontdekken. Er zijn er met profetische gaven: ze spreken woorden van God. Er zijn evangelisten, die door God bekrachtigd zijn om mensen met Gods blijde boodschap te bereiken. Er zijn herders, mensen die van mensen houden. Er zijn leraars, die ootmoedig blijven leren in Gods openbaring en dat weer aan anderen doorgeven. En in al die meervoudigheid vermenigvuldigen zij zich in de hele gemeente - helemaal M/V, trouwens. Niemand staat passief aan de kant. Het leiderschap is een soort centrale motor, maar de hele gemeente beweegt zich daardoor mee. Naarmate mensen zich sterker laten trekken naar het centrum, Jezus, worden ze des te meer meegenomen in die dynamiek.
Het wordt inderdaad tijd om, zoals Martin de Jong in het Nederlands Dagblad schreef, te starten met doodgewone zaterdagen, waar gewone levende mannen en vrouwen daar blijmoedig mee beginnen. We zien wel waar het schip strandt; we plonzen met z’n allen in het water, en zoals Handelingen 27:44 zegt: ‘Zo kwamen allen behouden aan wal’.
 

Laat hier een reactie achter



3 Reactie(s):

Ariƫlla
09 dec 2014
Mooi geschreven. Ook dat aan het eind over: gewone levende mannen en vrouwen en blijmoedig beginnen. http://begrijpenwatjeleest.blogspot.nl/
Henk Medema
18 nov 2014
Rik, mail je me even op henk@medema.nl ? want de reactie-op-reactie werkt op deze site niet goed, sorry!
Rik Lievers
17 nov 2014
Welke voorwaarden denk je dat nodig zijn om op de door jou voorgestelde manier te werk te gaan? Ik denk vooral aan vertrouwen en waarderend leren.

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief