Henk Medema
03
FEBRUARY

De Kerk als contrastcultuur? Of als vreemdeling, of priester?

Waar kun je je druk over maken op een vrijdagmiddag, in een zaaltje van de Evangelische Alliantie in Driebergen? Over veel - maar wij zaten vrijdag op het puntje van onze stoelen om met elkaar na te denken over Missional Church, de kerk zoals zij naar buiten treed in de wereld, vitaal instrument van Gods missie. We hadden prof. dr. Stefan Paas gevraagd bij ons te zijn, en hij hield ons diepgaand bezig met zijn thematiek: kerkplanting, kerkvernieuwing, missiologie.
Op 8 december 2014 had Paas zijn inaugurale rede uitgesproken over ‘Vreemdelingen en priesters: christelijke missionaire identiteit in seculier Europa’. Dat onderwerp deelde hij nu ook met ons. Seculier Europa, geen christelijk Europa (meer): we leven in een post-christenheid. De wereld wordt weer zichtbaar, vanonder een lappendeken van christelijke tradities. Nou, én? - zo daagde Stefan ons uit: wat is daar mis mee? Hij noemde zes ‘modellen’ van kerk-zijn, en vond dat we met niet één ervan helemaal tevreden zouden moeten zijn. 1. Een volkskerk. 2. De tegencultuur van de Wederdopers na de reformatie. 3. Het kerkgroeimodel. 4. Een ideaal van een kerk die de wereld transformeert. 5. Een oecumenische kerk, binnenstebuiten, de Doorbraak van midden vorige eeuw. 6. En tenslotte het nieuwe charismatische élan van vernieuwing door de kracht van de Geest.
Deze middag werden we aan het denken gezet over een nieuw ‘kerkmodel’ (een woord dat je volgens Stefan niet al te formeel moet opvatten), een nieuwe metafoor: de kerk als vreemdeling en priester.
 

Een paar denkpuntjes die ik meenam van deze vrijdagmiddag. We zijn er niet mee klaar, we gaan verder denken, overwegen, bidden.
(1) De kerk als contrastcultuur tegen de wereld speelt in veel van de genoemde kerkmodellen een rol - maar is dat eigenlijk wel zo goed? - zo daagde Stefan ons uit. Moeten we de wereld niet respecteren zoals ze is? Ik ben er nog niet uit. Tegen die bekende ‘rijke jongeling’ zei Jezus, zo realiseerde ik me, niet dat-ie absoluut een volgeling van Hem moest worden. Jezus had hem lief, staat er uitdrukkelijk bij, maar wat Hij zei was toch ongeveer dit: ‘met alle respect, maar jij hoort bij de wereld - ga je gang, voel je helemaal niet verplicht om mij te volgen!’ Wat ons dan ook nog te denken geeft, is dat dit een jonge schriftgeleerde was, die zich aan alle geboden van de wet gehouden had, en bepaald niet een crimineel of een terrorist. Toch zei de Heer: hier scheiden onze wegen. En Hij liet hem gaan, de wereld in.
Is het ‘tegenover’ van kerk en wereld wel een competitie-wedstrijd? Of een ander beeld: móeten we wel een eind maken aan alles wat seculier is? Moet de wereld christelijk worden? Nou, nee, eigenlijk niet.
(2) De kerk als contrast tegenover de gekerstende wereld. Stefan Paas attendeerde ons erop dat de nieuwe, grote (vooral: evangelische) kerken in ons land zich vooral in de Bible Belt bevinden, en daar juist een positie innemen temidden van en tegenover de gevestigde, traditionele christelijke kerken. Niet zozeer in de wereld en tegenover de wereld. Het is ook vanuit de institutionele kerken dat deze nieuwe kerken ook de meeste nieuwe leden trekken. Wat daar goed aan is, is net als bij de vroegere Anabaptisten, de wederdopers: een radicalisering van de christelijke geloofspraktijk. Maar er is ook een moeilijke vraag: is dat wel de plek waar je moet gaan staan? Moeten we niet ergens zijn waar we echt de wereld raken? En dan komen er natuurlijk een boel vragen achteraan: hóe doe je dat? Ik blijf denken.
 
(3) Een alternatief legde Stefan Paas aan ons voor: de kerk als teken en voorsmaak, en in een wat concretere metafoor: de kerk als vreemdeling. Daar moet ik nog heel wat dieper over doordenken, maar het sprak me wel aan. Laat me het in m’n eigen woorden formuleren. Als koningen (denk ik) worden wij namens God in de wereld gezet, maar dat woord ‘koning’ past meer bij de verwerkelijking van het Rijk van God, straks, en in dit tijdsbestek moet het accent misschien meer liggen op het feit dat we vreemdelingen zijn, zoals Israël was in de woestijn. En als priesters treden we namens en vanuit de wereld in Gods nabijheid tredend. Stefan stelde ons het beeld van een kleine geloofsgemeenschap voor ogen, in een stadsomgeving die (met die term verraste hij ons) ‘apatheïstisch’ is: niet atheïstisch, maar apathisch over God. Kun je hen dan namens zo’n stad of zo’n buurt vertegenwoordigen bij God? Heel concreet door voorbede aan te bieden: waar kan ik voor bidden, wat zijn de noden? Maar - denk ik dan weer - het priesterschap hield ook een vorm van ‘toeleiding’ in. De priester wist waar God te vinden was, en kon mensen helpen om de weg naar Hem te gaan, en hij wist wat er dan gebeuren moest op die weg.
Blijven denken, dus. En voor wie nog eens de inaugurale rede van Stefan Paas wil doorlezen: hier kun je hem vinden.
https://www.tukampen.nl/file/download/default/13FF0C544D48A1E3399602926BA4559B/Rede%20S.%20Paas.pdf
 
(En: wij blijven doorgaan met deze bijeenkomsten; als je er interesse in hebt: een mailtje helpt!)
 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief