Henk Medema
03
MARCH

De kerk: net zo (niet!) ambtelijk als de drie-ene God

De kerk: je blijft erover studeren, en je blijft erover discussiëren! In de reeks theologische gesprekken, in samenwerking met de Evangelische Alliantie, hebben we op de laatste dag van februari ons weer intensief bezig gehouden met vragen rondom de kerk. Het waren ditmaal vijf stellingen, waar wel heel wat aan vast zit.
 

1. De kerk: ieder heeft wat, iedereen is iets.
De kerk is een instituut, maar wel een polycentrische gemeenschap (niet monocentrisch, hiërarchisch als een piramide met een top), niet bipolair (gebaseerd op tegenstelling geestelijken-leken), functionerend op basis van participatie in wat ieder heeft in verscheidenheid: ten eerste geloof in de drie-ene God, en ten tweede de charismata die ontvangen worden van de drie-ene God.
 
2. De kerk: zichtbaar en werkzaam, beeld van Vader, Zoon en Geest.
De zichtbare kerk is niet de ‘mystieke’ universele kerk, maar een functionerende, plaatselijke gemeente. De uitdrukkingsvormen daarvan kunnen velerlei zijn, maar laat er geen misverstand over bestaan wat ze moet zijn: een gemeenschap die het beeld vertoont van de drie-ene God, ‘naar Ons beeld, in Onze gelijkenis’.
- Discussie: helpt het om te denken van een open midden, zoals in de PopUp church van Ricco Voorberg,  waar Jan Wolsheimer onlangs geweest is? Of zoals Francis Chan een paar jaar geleden als reden aangaf waarom hij afscheid nam van zijn kerk: hij wilde niet blijven 'spelen voor H.Geest' door iedere zondag zijn gehoor weer te trachten te overtuigen.
Anderzijds is er een magnetisch centrum nodig waarheen de mensen getrokken worden, in de metafoor die Michael Frost introduceerde: een schaapskudde die bijeen wordt gehouden door een bron in het midden, niet door hekken aan de buitenkant. Overigens moet er niet te opppervlakkig over de ‘identiteit’ van een locale gemeente worden gesproken, want dat is nog niet hetzelfde als de DNA van deze gemeente. Als we het hebben over Identiteit in de gemeente, wordt er vaak visie bedoeld.
 
3. De kerk ontvangt alles wat de drie-ene God te geven heeft.
De charismata (de ‘gaven’, ‘geschenken’, ‘genadebetoningen’) worden door Vader, Zoon en Geest gegeven, en door de gemeente ontvangen. Daarin komt ook het beeld van de drie-ene God tot uiting: het gaat net zoals elk van de drie personen van de Godheid tegelijk gever en ontvanger is. Naarmate een functionerende, locale kerk de geschenken van God aanneemt, maakt dat het mogelijk om in de zending van God (missio Dei) te treden. De Vader zendt de Zoon en de Geest, en precies dat is het punt waar wij als kerk deelnemen in die zending.
- Discussie: in hoeverre is het zinnig om de gemeente of de gemeenteleden aan een test te onderwerpen? We spreken over APEST, waarmee enigszins kan worden vastgesteld hoe het is met de aanwezigheid van apostelen, profeten, evangelisten, herders, leraars (Apostles, Prophets, Evangelists, Shepherds, Teachers), of de mDNA-test die ontworpen is bij 3DM (Mike Breen), waarmee het missional DNA-gehalte moet worden gemeten. Maar het blijft de vraag of hier ‘meten=weten’ ook werkelijk geldt, want we hebben het over een levende realiteit, een familie, een samenlevingsverband - en daarin zijn meetinstrumenten niet altijd beslissend. Bovendien blijkt vaak dat er eigenzinnig met de resultaten wordt omgegaan.
 
4. De kerk wordt niet geordend door regels, maar gevormd door God en mensen.
Het ‘ambt’ (een woord dat lexicografisch in het NT niet te vinden is), is de werking van een charisma in specifiek kader van ruimte en tijd en functie. Er is dus niet een essentieel verschil, maar ambten zijn een ‘plus’, een concretisering van de charismata. Het zijn de werkwijzen van de Geest, waarin enerzijds wel concretisering nodig is in de afspraken binnen de plaatselijke kerk, maar waar anderzijds nooit enige formele regelgeving boven de Geest kan staan. De Geest is en blijft soevererein.
- Discussie: Is het ambt nodig wegens de behoefte aan autoriteit? Of is het misschien eenvoudiger: dat ambten nodig zijn om elkaar aan vaste afspraken te kunnen houden? En dat het dan ook veel flexiberler is, namelijk dat zulke afspraken constant aan verandering onderhevig kunnen zijn.
De vooronderstelling bij de formele kerkorde (‘om in goede orde een kerk te kunnen zijn’) is een soort cirkelredenering: in deze formulering zit een vooropgestelde antwoord ingebakken. Het is boeiender om deze uitdaging tegemoet te treden met een open concept, een soort zoektocht, een expeditie Robinson.
 
5. De kerk heeft voortdurend geestelijke leiders nodig.
De geestelijke vorming van leiders binnen de kerk is een blijvende noodzaak. Transformative Missional Spiritual Leadership (de term is geleend van prof. dr. Nelus Niemandt) is nodig om iedere kerk te vormen tot een werkelijk geestelijke kerk die zich uitstrekt tot de wereld, op een vergelijkbare wijze als de Drie-eenheid.


 
Lees:
https://www.academia.edu/3318688/Transformative_spirituality_and_missional_leadership
(download PDF)
Miroslav Volf - After Our Likeness: The Church as the Image of the Trinity
Graham Hill - Salt, Light and a City: Introducing Missional Ecclesiology
 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief