Henk Medema
09
DECEMBER

De koning die niet kleiner kon worden. Of toch wel?

Er was eens een koning. Hij is er nóg, trouwens (maar daarover straks). Niet zomaar eentje, zoals er twaalf in een dozijn gaan. Zoals ze elke dag op tv te zien zijn. Zo’n koning waarvan er zoveel zijn geweest, dat je ze moet tellen: Lodewijk de Veertiende, Lodewijk de Vijftiende, Willem de Eerste, Willem II, Willem III, Vladimir de (hoeveelste ook weer?) - en zo.
Deze koning was uniek; zoals hij was er maar één. Machtig was hij. Groot was hij ook. Groter dan welke machthebber dan ook. Hoe groot? Ja, dat kan ik je niet vertellen - en als ik dat wél kon, was ik volgend jaar nóg met m’n verhaal bezig; wat zeg ik: de volgende eeuw zelfs nog. Je begrijpt het al: geen verhalen vertellen aan. Daar begin ik dus niet aan.
 

Hoe moet je dan weten wie die koning was? Is er soms een boek over hem geschreven? Ja, dat wel. Twee zelfs. Een groot boek en een klein boek. Het ene boek is zo groot - het klinkt raar, maar is toch heus waar - dat je er makkelijk in rond kunt wandelen, eindeloos veel kilometers zelfs. Het andere boek is, al telt het wel meer dan duizend bladzijden, toch zo klein dat je denkt: ach. En dan nog eens: ach. En dan hou je op met denken, en ga je weer wat anders doen.
Wacht, nog even over die boeken. Ik zal je vertellen dat bijna niemand erin leest. Wát?! Ja, echt waar, niet helemaal nul mensen, maar héél weinig.
 
Maar nu niet meer over het boek. Nu over de koning. Dit is het verhaal over hoe hij niet kleiner kon worden - en toch weer wél.
De koning was in zijn paleis, waar de zomerwarmte contrasteerde met de winterkou buiten, en het glorieuze licht met het aardedonker. Toen kwam het moment, waarvan hij al lang wist, diep in zijn hart, dat het komen moest. Dat het komen zou. Nu.
Hoe het ging? Niemand die het weet. Waarom hij van ontzagwekkend groot zo klein werd? Dat wist iedereen, maar niemand begreep het. Het moest, maar dat kon niet alles verklaren. Later heeft hij het zelf uitgelegd, in één woord: liefde - en toen hebben de mensen elkaar verbaasd aangekeken: liefde? Liefde dus. Ze begrepen het, maar ze snapten er niets van.
Dat eerste moment, toen hij zo heel klein was. Je zou zeggen: als een klein broodje. Was het toevallig dat de plek waar hij was ‘bakkerij’ heette, ‘broodhuis’? Hij leek op andere mensen als ze net geboren waren, als twee druppels water. Brood en water, eten en drinken. Misschien was hij zelfs een tijdje nog kleiner geweest, als een zaadje, maar dat had niemand met eigen ogen gezien.
Jezus. Kleiner kón hij niet worden.
Of tóch wel? Toen hij groot was geworden, wat toen, een goede dertig jaar later? Toen niemand hem meer wilde, bijna niemand. Toen ze hem met z’n allen kapot maakten. Toen hij helemaal alleen was. En tóch doorging. En doodging. Het woord was ‘liefde’.
Jezus. Hij kon tóch nog kleiner worden. En daardoor werd hij pas écht Koning.
Dat boek. Die twee boeken. Zijn verhaal! Lees maar.
 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief