Henk Medema
08
JANUARY

De loser die wint… Als God je verhaal vertelt

Is dit, vraag je je als oud-uitgever af, een verhaal of een verhandeling? Is het een autobiografisch boek? Zeker voor een deel, maar voor een ander deel is het een cultuur-filosofisch betoog. Toch ook weer niet, want de lezer vindt geen wijsgerige kaders die zouden kunnen helpen om je denken verder uit te diepen. Het is een verhaal dat wordt verteld, een soort reisverhaal, en dat is opgesloten in de opdracht: ‘voor Lisa, Beth en David, metgezellen op de reis’. Een queeste, die reisgenoten zoekt.

Dit boek is niet een uiteenzetting over de vraag hoe je verhalen gebruikt in de prediking van het evangelie. Het is zélf een verhaal, waarin vanaf het allereerste begin (zelfs al op het omslag: een jongetje dat bij het voetballen aan de kant zit) de auteur zelf een rol speelt. Verschillende details uit z’n leven helpen om zijn betoog te ‘illustreren’, maar dat is ook niet goed uitgedrukt. Zelfs over de ondertitel ‘Als God je verhaal vertelt’ begon ik al lezend wat te twijfelen, want een verteller gaat per definitie op afstand van zijn verhaalsobject staan. Wat Klein Haneveld laat zien is zowel zijn eigen persoonlijke betrokkenheid als die van God. In het leven van ons allen schrijft de Heer zijn verhaal.

 

Het verhaal zelf is, frappant genoeg, juist gewoon, zelfs als het ongewoon is, als de auteur bijvoorbeeld nogal uitgebreid vertelt over een reis naar Hyderabad, India (105vv), eindigend in een avontuur dat veroorzaakt werd door ‘de’ beroemde IJslandse vulkaanstofwolk (184v). Die gebeurtenissen hebben een bijzondere indruk in zijn leven achtergelaten, maar dan als een afdruk die zich uitdrukt in zijn eigen leven.

Deze recensie klinkt niet zeer verhelderend, dat begrijp ik wel, maar dat is niet anders: dit boek vraagt om gelezen te worden en doordacht te worden. Het instrumentarium dat aan autobiografisch materiaal zichtbaar wordt, is veelal in gebruik genomen op basis van het werk van klassieke auteurs zoals G.K. Chesterton, C.S.  Lewis, J.R.R. Tolkien, George MacDonald, Robert Farrar Cappon,  en van hedendaagse auteurs als John Eldredge, Greg Boyd, Peter Kreeft, Dallas Willard en vele anderen. Verder wordt er royaal ontleend aan allerlei films, van het fantasy-genre maar ook van heel andere aard. Johan Klein Haneveld heeft geleerd (het ging niet altijd vanzelf, dat vertelt hij ook!) te leven met open ogen, en daarin God te herkennen. En als we zijn relaas telkens weer opnieuw oppakken, gaat het onszélf wat doen: ‘ons optrekken met andere mensen, ons genieten van schoonheid, onze betrokkenheid bij de maatschappij: dat is het koninkrijk van God. Dat is waar de wil van God gebeurt’ (199).

Niet alleen de wereld krijgt een plaats, maar ook wat ‘daarboven’ of ‘daaronder’ ligt: ‘hoe meer we werkelijk aanwezig zijn op aarde, hoe meer we aanwezig zijn in de hemel’ (een citaat van Peter Kreeft, 187, en óók van Kreeft, 220:) ‘De hel is geen eeuwig leven in pijn of treurnis, maar: eeuwige dood, een leegte die alleen maar wordt vormgegeven door de volheid waar hij leeg van is […] de hel is er, maar wat hij is kan niet worden uitgedrukt’. Als lezer kun je wel blijven citeren.

Niettemin: het schrijven van je verhaal komt niet zomaar. De narratieven komen niet vanzelf. Of ze doen dat wél, maar je moet dat niet laten gebeuren, je moet niet ieder ‘verhaal’ in je leven toegang verschaffen. ‘Als we niet uitkijken, kunnen we allemaal verstrikt raken in zingevingsverhalen, religieus of niet religieus’ (87). De verhalen die de media en de maatschappij ons brengen, zijn een macht die de dood brengt.

De wijsgerige inkadering ontbreekt, wat enerzijds een manco is (en een goeie bibliografie zou wel handig zijn als je trek krijgt in de literatuur die hij citeert!), maar anderzijds het boek een stuk leesbaarder maakt. Een bijzonder boek, waarvan je, net als van alle goede boeken, kunt zeggen dat onbevangen lezen de enige goede manier om er wat mee te laten gebeuren, en dan is het bijna onvermijdelijk dat er iets met je gebeurt. Wat? Dat weet ik niet, want het einde van Gods verhaal, de afloop, de ontknoping, ‘le denouement’ (203) is open, uitmondend in het Grote Verhaal van God Zelf. Wie zo’n open zoektocht aandurft, waagt én wint.

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief