Henk Medema
03
AUGUST

De Sociale Netwerk Kerk (Robin Effing cs) - recensie

Robin Effing (red.) (& Jan Holtslag, Anton ten Klooster, Roderick Vonhögen, Albert Wieringa, Sven Wielstra, Theo Huibers, Jos van Hilligersberg) - De Sociale Netwerk Kerk: de verbindende kracht van Facebook, YouTube, Twitter en LinkedIn. Kok, Utrecht, 2013

Gaat dit boek over de kerk, of over sociale netwerken? Of over beiden? Dat lijkt bij eerste lezing nog niet echt de vraag te zijn (maar voor mij wordt ‘m dat wél, wacht maar even…) In nog geen 200 bladzijden leidt Robin Effing en zijn team de lezers door het jonge, boeiende terrein van de sociale media, en dat gaat enthousiast, met vaart, en met deskundigheid. Wat voor de ene lezer gesneden koek is, zal voor een andere lezer aan het duizelen brengen, maar dat is nu eenmaal inherent aan het thema. Soms is er een wat te simplistische begeestering (‘het mooie van sociale media is dat je daar zowel deelt alsook ontvangt’ (65)), en een enkele keer kunnen de auteurs hun eigen tempo niet bijhouden (als ze bijvoorbeeld zeggen van Skype of Google Hangouts: ‘nu lijkt dat voor veel mensen nog ver van hun bed’ (146)). Maar er worden ook zeer instructieve voorbeelden gegeven, o.a. over de profielpastor sociale media (60), en in het boeiende interview met Roderick Vonhögen (64v), en bij de voorbeelden van communities doe worden gegeven: I-Church, Chuch of Fools, Second Life. St.Pixels (103). Ik trof geen melding aan van mijnkerk.nl of van ekerk.org - dat kan bewust zijn gedaan omdat zij niet als volwaardig functionerende commmunities worden beschouwd, maar misschien waren ze ook te weinig bekend. Interessant - maar naar mijn gevoel nog lang niet compleet - is de effectmeting met het SMCP-model (Sociale Media Participatie) (131).

Hoe dan ook: dit is een boeiende rondleiding door een terrein dat op nieuwelingen zowel als kenners zal indruk zal maken.

Kritiek

Het is echt niet alles goud wat er blinkt, en het enthousiasme van het boek is dan ook hier en daar wat overdone. De auteurs signaleren zelf ook hier en daar een gevaar, bijvoorbeeld de ‘euforisering’ van het eigen bestaan (54). Er zou meer aspecten te noemen zijn, zoals het solutionisme dat Evgeny Morozov noemt (in: The Net Delusion, en ook in: To Save Everything, Click Here). Volgens James K.A. Smith is de interface-contactualiteit eigenlijk een non-contactualiteit (in: Imagining the Kingdom). Het verkapte economisme achter het freemium-verdienmodel en The Long Tail wordt, als ik het goed gezien heb, helemaal niet besproken. En je moet natuurlijk niet denken dat mensen die off-line geen respect voor anderen hebben, dat on-line ineens wél zullen tonen.

Maar de andere kant daarvan is dat zulke negatieve aspecten de positieve mogelijkheden niet hoeven uit te blussen. ‘Doof de Geest niet uit!’ Ik herken me goed in de hoopvolle kijk die Effing c.s. hebben op deze postmoderne communicatie-mogelijkheden, waarbij het einde nog lang niet in zicht is.

Kernvraag

De kern lijkt me in dit boek nog maar nauwelijks te zijn aangesproken: hoe is de relatie tussen digitale netwerken en kerk? Dat is een thematiek van ecclesiologie (leer van de Kerk) en missiologie (leer van de zending). Soms hoor ik in dit boek dualistische noties, als het er bijvoorbeeld om gaat ‘mensen van deze netwerkgeneratie te binden aan de concrete, sacramentele kerk’ (50). Dan weer ‘voelt het alsof je deel uitmaakt van een wereldwijde parochie. Of misschien moet ik wel zeggen: een wereldwijde familie’ (65). Heel even wordt de noodzaak van ecclesiologie, althans het begin ervan, aangeduid (96v), en een definitie gegeven: ‘De kerk is een door God geroepen gemeenschap van God en mensen die in en voor de wereld getuigt van liefde, hoop en redding in navolging van Jezus Christus’ (97). In de slothoofdstukken vond ik Effing weer een heel stuk aarzelender, en spreekt hij (net als in zijn TED-lezing http://bit.ly/15D6GXo) in tamelijk algemene termen over een Sociaal Koninkrijk (168). Is daarmee de bijbelse notie van Koninkrijk Gods bedoeld? Moet je eigenlijk een community, bestaande uit sociale media, wel náást de Kerk plaatsen, en er vervolgens met dunne of met wat steviger lijntjes ermee verbinden? Kunnen we de Kerk - in real life óf virtueel - niet beter als organisch beschouwen, en de verbindingslijnen wezenlijk zien als lijnen van de Geest van God? Het ‘veni, Creator, Spiritus’ aan het slot van dit boek zou krachtiger kunnen klinken. Dan zou het promotie-onderzoek van Effing (waarvan dit boek een tussenfase is) misschien best bouwstenen kunnen aandragen voor een echte virtuele ‘kerk’-community.

 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief