Henk Medema
19
DECEMBER

De stal, de kerk: rommelig, heerlijk, onbevangen spelen

Dat mensen voor het eerst rond Jezus bijeen konden komen, wanneer was dat? Nee, niet na de komst van de heilige Geest, met Pinksteren, eerder: in de stal van Bethlehem. We weten niet hoe de boel er daa rbinnen uitzag. Een bijgebouw van een herberg, of een stal, of een grot. Misschien een os en een ezel, maar dat staat niet in de Bijbel. Jozef en Maria, natuurlijk. En de kleine baby, Jezus, de Messias, die nog niets leek te kunnen behalve af en toe huilen en poepen. Een rommelkamer, vast wel. Een speelkamer, hoe simpel ook: wat ouders doen met hun pasgeboren kindje is spelen, of tenminste een begin ermee maken.

‘Waar twee of drie bijeen zijn in mijn naam, daar wordt het een rommeltje’ - zó staat het niet in Matteüs 18 vers 20. Deze aardige variatie op de woorden van Jezus (ik heb ‘m van OM-oprichter George Verwer) is ook niet altijd leuk. Want soms wordt het in de kerk een zootje ongeregeld, waar mensen hun benen breken over wat er allemaal over de vloer rondslingert. Maar de ruimte rondom Jezus, de kerk, mag juist ook een heerlijk rommeltje zijn. In zijn pas verschenen boekje ‘De spelende kerk’ breekt dr. ir. Cors Visser er een lans voor. Geloofsgemeenschappen kunnen al spelend de wereld veranderen.

 

Dit boekje brengt je geen model of stappenplan  voor een kerk, niet een ontwerp van een visie-document. Daarvan zijn er al genoeg gemaakt, en je wordt er niet altijd blij van. Cors Visser vat in dit boekje allerlei conclusies samen uit zijn proefschrift van enkele jaren geleden. Onder de titel ‘In de gunst bij het hele volk’ beschrijft hij daarin de resultaten van zijn onderzoek in drie landen: Brazilië, Kenya en Nederland, naar het functioneren van evangelische kerken en organisaties. Ik heb het destijds bijna onmiddellijk van begin tot eind doorgelezen, en het werd één van de ‘triggers’ om zelf verder te gaan met promotie-onderzoek.

In dit vlot geschreven kleine boekje legt Cors een paar dingen op tafel, en de kern ervan is: kom, kerk, ga spelen!

Het aardige plaatje van Marius van Dokkum op het cover illustreert die oproep: een kind dat vrolijk in een lichtkring danst in een kerk, terwijl de dominee uit de hoogte toekijkt en de benauwd in de kerkbanken ingepakte goegemeente de wenkbrauwen fronst. Dan wil je wel verder gaan lezen.

Wat zitten we in de kerk toch strak ingepakt! Een citaat dat de auteur hoorde van een Anglicaanse bisschop in Oeganda, op een christelijke conferentie: ‘Kijk eens om je heen, hier, maar ook in je eigen kerk. (...) als je ziet dat mensen allemaal op elkaar lijken, dan ben je geen kerk, maar een club’ (56). Cors Visser illustreert die uitspraak op allerlei manieren, met name door de Nederlandse kerken te vergelijken met wat hij in het buitenland heeft aangetroffen. Daarbij introduceert hij een nieuw woord: volgens hem moeten kerken ‘inbesteden’, het tegenovergestelde van uitbesteden aan andere organisaties (37). En daarmee heeft hij een punt. De meeste parakerkelijke organisaties in Nederland zijn zo’n halve eeuw geleden ontstaan, toen velen de hoop voor de kerk hadden opgegeven en dachten: dat wordt ‘m niet meer, laten we dit-en-dat maar ergens anders gaan doen. Nu roept Cors Visser hen toe: hou de moed en de hoop erin! Doe niet moeilijk, heb lef, ga aan de gang met de buurt, durf een beetje aan te rommelen, ga herverkavelen, ga buiten spelen (39-46)! Van een enkele suggestie zullen lezers (ik ook!) een beetje de hik krijgen, bijvoorbeeld de afschaffing van het bijzondere christelijke onderwijs (46), maar daar denken we nog eens goed over na. En misschien had het onderscheid tussen ‘het verschil maken’ en ‘anders zijn’ op een andere manier moeten worden uitgelegd, want daar zit wel meer aan vast, en het is ook best een spannende vraag (72). De vraag ‘hoe zou het zijn om een

maand lang geen enkele activiteit voor de eigen leden te organiseren, maar alleen voor mensen buiten de eigen kerk?’ (79) geeft zeer te denken.

Waar ik in dit (te) korte en naar méér smakende boekje niets over vond, was de boeiende vraag hoe je in een kerk onbevangen spelend kunt omgaan met het ons toevertrouwde geloofsgoed. Juist daardoor krijg je veel te vaak een pijnlijk soort rommeligheid. Mijn suggestie zou ook hier zijn: ‘inbesteden’, en niet naar de academische theologie kijken om daarvan oplossingen te verwachten. Maar daar blijf ik nog een beetje over doordenken en misschien wel schrijven. Voorlopig denk ik dat we het wel kunnen doen met de uitsmijter van Cors Veling aan het slot (91): ‘Speel ze!’

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief