Henk Medema
20
JANUARY

Discipelschap: hartslag van de gemeente

Stel je voor: een zaal in de Veluwse bossen, vol met discipelen van Jezus. Sommige van hen ken je, anderen niet. Sommigen hebben al wat ervaringen in het 'discipelen maken', anderen nog niet of nauwelijks. Sommigen werken er in de praktijk mee, anderen kunnen het een beetje (of zelfs beter) theologisch uitleggen. Boeit allemaal niet zoveel. Het ging om iets. Het ging om discipelschap, gisterenmiddag in Lunteren, en ik mocht het meemaken.
Als ik zelf achteraf nog een duit in het zakje mag doen: discipelschap is de slagader van de gemeente. Het hart van de kerk is de liefde van Christus en voor Christus, bevestigd door de Vader, aangewakkerd door de Geest. Maar dat hart pompt door middel van een slagaderlijk stelsel, om alle leden van het Lichaam te doorbloeden. Slagaders bestaan niet buiten het lichaam, en een slagaderlijke bloeding in het lichaam is dodelijk. Discipelschap moet je niet contrasteren met de kerk (de gemeente); het is er een essentieel onderdeel van.
Discipelschap is het leerproces dat, als het goed is, door alle leden van de gemeente heen loopt. Helaas is ‘het’ niet goed. Je hebt kerken waar één persoon ‘ervoor geleerd heeft’, de predikant, en dat klopt niet. In de ‘vergadering van gelovigen’ waar ikzelf ben opgegroeid, was het de bedoeling dat iedereen leerde en geleerd werd - maar bijna nooit was dat een leren om volgeling van Jezus te zijn, maar steeds geleerder worden door het vergelijken van Schrift met Schrift. Dat is echt niet goed. Waar het in de gemeente om gaat is: niet godgeleerd zijn, maar van God geleerd zijn. In de leer bij Jezus, en bij elkaar, in verbondenheid - want waarheid is niet relatief, maar wel relationeel.
 

We hebben in Lunteren weer eens even heel diep de doorbloeding van die slagader gevoeld, en het hart van de kerk voelen kloppen. Van trots of arrogantie kwam niets terecht. ‘De ideale kerk is een zootje van onvolmaakte mensen, die zien dat daarin Gods licht binnenkomt’ zei Jos Douma, en hij stelde voor om aan de vele discipelschapsprocessen de spiritualiteit van de nederigheid te voegen.
Het ging over Mike Breen en zijn boek ‘Missionaire leiders vermenigvuldigen’. Sommigen waren het helemaal met Breen eens, anderen niet, maar dat mocht allemaal. Eigenlijk hadden we het dus over leiders moeten hebben, maar daar kwamen we bijna niet aan toe, en dat kwam omdat we het wél allemaal met elkaar eens leken te zijn dat leiders in de christelijke geloofsgemeenschap per definitie discipelen moeten zijn, of worden. We keken elkaar wel een beetje verlegen aan, want hoe begin je zo’n proces? Een dertiger zei tegen me: ik zou discipelen moeten maken, maar hoe word ik zélf discipel gemaakt? In ons groepsgesprek zat ik aan tafel met mensen uit een gemeente waar ze al heel ver waren met ‘missional communities’, en de vraag werd daar gesteld: hoe kun je mensen in zo’n groep bevestigen in hun eigen identiteit? Want als je maar nét begonnen bent, hebben velen juist helemaal niet zo’n sterk besef van wie ze mogen zijn als volgelingen van Jezus. We raakten in gesprek over hoe dat juist gaandeweg moest komen, hoe het proces daarop gericht moest zijn - maar het leek een beetje op het beroemde verhaal van Baron von Münchhausen die zichzelf aan z’n eigen haren uit het moeras moest trekken. Toch is het doorbreken van die cirkel, door met elkaar te delen in de ervaringen met de Heer, juist het punt waar het in discipelschap om gaat. Uiteindelijk is het doel, zoals Matteüs 10:25 zegt, om te worden als de Meester. Maar je hebt een meervoudige, relationeel delende en zichzelf vermenigvuldigende gemeenschap nodig om daar te komen. Als vanzelf gingen m’n gedachten naar Paulus’ woorden voor Timoteüs (2Tm3:14): je weet toch van wie je het hebt geleerd? - en ik bedacht dat dit ‘van wie’ in het meervoud staat. De hele gemeente als levend organisme, en vanuit Jezus als middelpunt wordt dat leven constant en krachtig rondgepompt.
Thuisgekomen las ik nog - het leek er niets mee te maken te hebben, maar tóch wel - een uitspraak van en over Martin Luther King. Hij zei: ‘I have a dream’. Hij zei niet ‘I have a plan’. Na wat we in Ede samen deelden, heb ik geen plannen. Wel een droom. Als dit eens kon gebeuren, waar we het gisteren al zoekend over hadden! Discipelschap is niet mogelijk als maakbaar, maar alleen als kwetsbaar - met die stelling sloot RemmeltMeijer deze middag af. We zijn er nog niet klaar mee.

 

Laat hier een reactie achter



1 Reactie(s):

Paulus zegt het ook nog niet gegrepen te hebb
20 jan 2015

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief