Henk Medema
08
JUNE

Duckstad Media: een parabel

Nee, deze blog gaat niet over de Duckstadse Courant of over de Roddelflop; uiteindelijk zal het gewoon over ‘onze’ wereld blijken te gaan. Om precies te zijn: over de wereld waarin ik een beetje thuis ben, die van de media. Maar daartoe wil ik even een omweggetje maken door Duckstad. Zijn ze bekend, de inwoners van deze roemruchte plaats? Een (hernieuwde) kennismaking met enkelen van hen. Donald zelf: elke keer weer nieuwe plannen, die dan het begin zijn van een avontuur dat zelden goed afloopt. Individualist. Dagobert Duck - oom van Donald en van z’n neefjes. Denkt alleen aan het financiële aspect. Pakhuis vol geld, en dat ene dubbeltje waar het allemaal mee begon. Bedreigd door de Zware Jongens. Willie Wortel, de slimme uitvinder, die alleen maar contact heeft met z’n Lampje, en de rest van de wereld moet z’n ideeën maar accepteren - wat vrijwel steeds tot problemen leidt. Oma Duck, te oud voor deze wereld maar nog verbazend bij de pinken. Katrien Duck, Guus Geluk, Gijs Gans, en nog vele, vele anderen. Allemaal eigenstandige en eigenwijze karakters - en als je goed naar ze kijkt, zijn ze ‘modern’. In die zin dat ze geen van allen ‘post’-modern zijn. De manier waarop Duckstad z’n eigen succes zoekt, gaat alleen over dingen, geld, techniek, voortgang. Avonturen genoeg, maar telkens weer langs dezelfde lijnen. Wacht even, daar héb je ze natuurlijk! Kwik, Kwek en Kwak, neefjes van Oom Donald en Oom Dagobert, kleinkinderen van oma Duck (vermoed ik), maar zonder zichtbare ouders. Zij zijn helemaal geen individualisten: ieder avontuur dat zij beleven begint met onderlinge communicatie. Als ze met Oom Donald praten, spreken ze hun zinnen gedrieën uit: ‘Ja’ ‘Oom’ ‘Donald’. Hun oriëntatie zoeken ze in het Jonge Woudlopers Boek. En wat ze willen, is elke keer wat anders, en nu juist níet volgens de vastgelegde lijnen. Maar altijd gaan ze samen, en niemand slaat ze uit elkaar. Wat zou dit blad zijn zonder die drie? Zij máken het. Zonder hen zouden er niks aan zijn. Donald Duck las ik het eerst bij de kapper, een halve eeuw geleden, als klein jongetje. Nu lezen mijn kleinkinderen er enthousiast in. Zou ik het wagen: een allegorie over de moderne en postmoderne communicatie-patronen vanuit Duckstad? Nee, dat is te pretentieus. Maar ik wil het wél hebben over mijn vak, christelijke media, en de enorme uitdaging ervan, de markt die zo ondoorzichtig is geworden, de trends waar je geen vat op krijgt, de statistieken die steeds meer het woord ‘crisis’ spellen. Om dan maar niet te zwijgen over de grote, bedreigende wereld, waarvan wij allemaal gewoon deel uitmaken. Laat er geen misverstand over bestaan: wij zijn als mediamensen elke dag bezig ons geluk uit te proberen tegen Guus, we trachten ons dubbeltje vast te houden, en we zijn blij als ons weer een Lampje opgaat. Prima, gewoon mee voortgaan. Maar wat is nu het speciale van christelijke media? Dat is toch dit: dat er een Koning is - die in Duckstad niet voorkomt, trouwens. Híer moeten we ons samen druk over maken, dat er een Koninkrijk is dat gezocht en gevonden kan worden, mét de daarbij horende gerechtigheid. Wij hebben een nieuwe generatie Woudlopers nodig, die het met elkaar wagen. Dit zou een parabel kunnen worden: het Koninkrijk der hemelen is gelijk geworden aan Duckstad.

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief