Henk Medema
04
OCTOBER

Een omvergeblazen heilig huisje, en de Jezus-ruimte

Lijntje horizontaal. Lijntje verticaal. Vierkant! Ook nog een lijntje in de diepte. Een kubus. Zo! Dit is wat ik geloof. Denk ik. Dacht ik.
Een godsruimte?
Je zult nog geen twintig zijn, student. Pastor’s kid, dat wel, sort of - maar daar word je niet altijd vrolijk van. En je zult een godsruimte gaan ontwerpen en er een boekje over schrijven. Dat dus.
Katie Vlaardingerbroek deed het. Maar vooral over hoe het heilige huisje werd omvergeblazen, en wat je daar vervolgens mee moet. Het loopt goed af, het eindigt in een heilige, uitbundige dans: de dans van de drie-ene God. Maar dat is niet alleen mooi, het is ook weer eng. Kortom, het is een boekje dat je niet zonder kippevel kunt lezen.
Dit is, schreef ik bij de verschijning, ‘een boek waar je het never nooit helemaal mee eens kunt zijn, maar dat je wegblaast op een manier die je verbaast. Ik denk: zou het de Geest kunnen zijn? ‘t Zou zo maar eens kunnen…’
 

God is niet vierkant, geen kubus. Als je een heilig godshuisje bouwt, dat vierkant overeind staat, wordt het omvergeblazen. Vierkant ogen zien een god die niet is wie God is.
Katie Vlaardingerbroek vertelt verhalen, die haarzelf zijn overkomen, en die haar stevig aan het twijfelen hebben gezet: ís het allemaal wel zo stevig, zoals ik het van m’n ouders en van mijn geloofsomgeving geleerd heb? In haar eigen woorden: ‘Kan het zijn dat Gods bestaan, net als ons bestaan, niet verbonden is met het bestaan van ons Vierkant?’ (44v).
Dit is het vierkant: je mag vooral niet liegen. Niet stelen. Niet overmatig drinken of roken. Geen doorschijnende of korte tops dragen. Geen abortus. Geen seks voor het huwelijk. Op een christelijke, positieve manier leven interpreteren we vooral als het niet doen van negatieve dingen. Niet negatief staat dan gelijk aan positief’ (103).
Ik zou er ook nog wel wat positieve dingen aan toe kunnen voegen: bidden, bijbellezen, naar de kerk gaan, of zelfs iets érg goeds: vluchtelingen te eten geven, in Albanië gehandicapten helpen. Maar dat helpt niet, want zelfs daarmee krijg je geen godsruimte; dit is niet de beweging van de levende God.
Eén van de pas verschenen boeken die ik nog op m’n lijst staan om te lezen is ‘Zorgen voor een eigenwijze kudde’ van Patrick Nullens. Wat ik er al wel van heb opgepikt, is dat de auteur spreekt over een ‘Christus-werkelijkheid’, de plek waar Christus als openbaring van God op aarde zichtbaar wordt. Daar wil ik meer over horen. Dezer dagen las ik alvast een bespreking van Jos Douma over het boek, waarin hij uitlegt waarom hij liever over de ‘Jezus-ruimte’ spreekt. Wat hij vervolgens vertelt over de ‘comtemplatieve ethiek voor een pastorale kerk’ is prachtig: het delen in de intimiteit van de Goddelijke vriendschap.
De Jezus-ruimte sluit aan bij het omvergeblazen heilige huisjes. Laat ik maar niets verklappen uit dit boeiende relaas: hoe Katie losbreekt uit haar vierkant en in de heerlijke, vrije dans belandt van de Vader, de Zoon en de Geest. Het heeft iets van dat oudtestamentische vierkantje, die kubus in de tempel (51), waarvan bij Jezus’ sterven het toegangsgordijn wed gescheurd, van boven naar beneden, en wij tot onze schrik constateren: DIE KUBUS IS LEEG! En bijna op hetzelfde moment Jezus zien, de openbaring van de Vader, door de Geest, en worden meegenomen in een heerlijke heilige achtbaan, de beweging van de levende God.
Lees en huiver, En laat HIJ dan Zichzelf maar aan je openbaren.
 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief