Henk Medema
20
OCTOBER

Een priesterkerk: pendelen tussen God en de wereld

Toen Stefan Paas zich vorig jaar zette aan de voorbereiding van zijn inaugurele rede als hoogleraar missiologie aan de Theologische Universiteit in Kampen, bleek het script qua omvang en inhoud zo ongeveer te exploderen. Het thema van ‘de kerk als priester’ was in zijn gedachten al zover uitgegroeid dat (zoals hij het zelf zegt) allerlei gedachten en ervaringen in zijn leven in elkaar bleken te klikken en een verhaal gingen vormen. In dezelfde lijn van zijn oratie heeft hij er een boek van gemaakt, en dat ligt nu in de boekhandel. Deze blog bevat een recensie, die eigenlijk kort zou moeten zijn, maar dat valt niet mee, want je kunt blijven citeren: oneliners, paragrafen, hele bladzijden, hoofdstukken, het hele boek. Gelukkig wordt er op vrijdag 13 november een symposium over gehouden.
 

Modellen van de kerk
We zien de auteur zoeken naar het wezen van de Kerk, en hij komt uit bij een priesterkerk, en bij het vreemdelingschap van de gelovigen. Ik moest denken aan de Jakobsladder van Jh1:51, een ‘pendel-verbinding’ tussen hemel en aarde (ik weet niet meer of Paas er ook naar verwijst).
Het middengedeelte van het boek (61vv) is een samenvatting van denkmodellen over de kerk door de geschiedenis heen. Achtereenvolgens komen aan de orde (1) de volkskerk, (2) de kerk als tegencultuur, vooral het (neo)-anabaptisme, (3) de kerkgroeibeweging, zich richtend op getalsmatige groei, (4) de wereld-transformerende kerken (waaronder Paas begrijpt de opwekkingsbewegingen maar ook de gereformeerde richting van Abraham Kuyper), (5) de kerk binnenstebuiten, een kerkmodel vanuit de Wereldraad van Kerken, (6) de kerk als krachtcentrale, het neo-pentecostalisme.
Het is boeiend die weg te volgen, vooral waar onderweg allerlei kanttekeningen geplaatst worden. Ik moet noem een paar statements, zonder het er noodzakelijkerwijze mee eens te zijn: het neo-anabaptisme moet niet de sektarische kaart van spelen, maar de kloosterkaart van de intensivering (monasticisme) (77); woorden als transformatie boren een taalveld aan dat leidt tot instrumentalisatie van zending (88); het relevantie-denken van jongere evangelicals, hoe aantrekkelijk ook, kan leiden tot postchristelijke spiritualiteit (met een citaat van James K.A. Smith) (92v); een bepaald hyperprotestantisme grijpt ten onrechte het priesterschap van alle gelovigen aan om het hele verschijnsel ‘kerk’ ter discussie te stellen (zie George Barna) (193); en ook voert Paas een pleidooi voor sacramentaliteit, waarin de godsopenbaring niet slechts in woorden komt, maar ook in beelden, materie, symbolen, lichamelijke handelingen (167).
 
De kern van de kerk
Van essentieel belang in het betoog van Paas is de betrokkenheid van God in het ontstaan van de ballingschap van de kerk (173). Het oordeel van God over de kerk is volgens hem niet zozeer deuteronomistisch maar veeleer diasporisch (174); het gericht moet in Deuteronomium tot inkeer en herstel leiden, maar de diaspora leidt zélf tot een nieuwe missie (ik denk dan aan Hd8:4 -  ‘degenen die verdreven waren, trokken rond en verkondigden het woord van God’). In deze situatie is er een nieuwe ruimte voor de zending van kleine dingen, iets dat al eerder in het betoog genoemd is: de cultuurverandering (116) waarin christenen kunnen leren hun spiritualteit niet afhankelijk te laten zijn van hun succes in termen van kerkgroei of wereldverbetering (120). Dat is de vreemdelingschap van de kerk, zoals in de eerste Brief van Petrus benadrukt. Het doet denken aan de ‘weerloze overmacht’ waarover Berkhof spreekt. We staan in de wereld, maar daar zijn we niet thuis; we horen bij God. Temidden van wijd  verspreide Joden en gojim verrichtte Paulus een liturgische offerdienst, zegt Rm15:8,16.
 
De weg van de kerk naar de wereld: priesterschap
Dat is nu het wezen van de kerk: haar priestelijke karakter (zegt Paas). De kerk ‘is’ voordat zij handelt, zij is ‘in Christus’ voordat zij in de wereld is (98v., 121). Vanuit deze kern beweegt zich het heil. Raak geformuleerd: het is duidelijk wat het heil is en waar het begint, maar niet zo duidelijk waar het ophoudt (218). Maar de kerk beweegt zich in de wereld, terwijl zij toch niet van de wereld is (222) (‘dwelling in the Word and dwelling in the world’). Christenen hebben dan ook Gods wereld nodig om afhankelijk te blijven van genade en voortdurend verrast te worden (83). Hier komt de auteur met een boeiend maar voor discussie vatbaar concept: ons priesterschap is er ook speciaal om namens anderen aan God lof te brengen (224); het doet wat denken aan de plaatsvervangende religie van de volkskerk (40vv),
Stukje bij beetje bouwt Paas verder aan wat steeds meer zijn kernthese blijkt te zijn: de kerk is een priesterkerk. God is niet van ons, zegt hij met een citaat van Tomas Halik (140). Het bestaan van de kerk is bepaald door de gerichtheid op God en de verheerlijking van God (doxologisch) (193). Dat is geen nuttigheidsdoel, maar het wordt gedefinieerd door vreugde in en liefde tot God. Vreugde ís gewoon, zij is nergens ‘goed voor’ (238). Het christen-zijn wordt bepaald door de richting die mensen gaan, door hun gerichtheid het eucharistische hart van de kerk (219).  Christenen mogen geloven dat zij ertoe doen, het geeft hun aandachtige betrokkenheid, zo groeit hun liefde en wordt hun gebed sterker en rijker (227). Het gaat niet om de volheid van de kerk, maar om de volheid van Christus (231), om misschien die ene mens die wordt toegevoegd en het lichaam rijker maakt
 
Een koninklijk priesterschap
Tot zover de lijn van dit zeer boeiende betoog. Een vraag en een opmerking tenslotte. De vraag is van praktische aard: hoe gaat zo’n kerk eruit zien, of: hoe krijg je een kerk die er zo uitziet? En de aantekening is van theologische aard: zou het niet verdiepend en verhelderend zijn om de leden van Christus’ Kerk behalve als priesters ook als ‘koningen’ te zien? Een koninklijk priesterschap, zoals in 1Petrus, en zoals bij Melchizedek in Genesis en in Psalm 110, de meest geciteerde oudtestamentische tekst in het Nieuwe Testament? Dat krijgt vast en zeker betekenis voor de functie van macht in de kerk en in de wereld, misschien nog wel meer dan de notie van vreemdelingen. Daarmee ook voor de ambten, voor onze visie op het Koninkrijk van God. Aan hernieuwde doordenking van de ecclesiologie, de missiologie en zelfs de eschatologie zul je dan niet ontkomen. We spreken elkaar nog, eerst maar eens op 13 november.
 
===
Na 13 november komt er een verslag van het symposium rondom het boek www.theoblogie.nl
 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief