Henk Medema
06
JULY

Eerbiedig dansen: gemeenschap, gemeente, leiderschap

Een kerk: wat is dat? Het kan een gebouw zijn, dat je in de vakantie bezoekt. Of een instituut, met allerlei regelingen die van toepassing zijn. Of een denominatie, een verzameling van christenen in diverse plaatsen, gegroepeerd om iets wat ze ergens van vinden. Soms bedoelt men er het universele, wereldwijde geheel van alle gelovigen mee.
Een kerk kan ook een gemeente zijn, een plaatselijk levende en functionerende gemeenschap van gelovigen. In het nieuwtestamentisch Grieks is het woord ekklesia in sommige vertalingen weergegeven als ‘kerk’, in andere door ‘gemeente’, en in de Naardense Bijbel soms zelfs als ‘vergadering’ (!).
Hóe functioneert zo’n gemeenschap, hoe wordt ze geleid op een manier die past bij het beeld dat je kunt herkennen, uit wat in de bijbel wordt geschetst?
 

Iedere gemeenschap is een afbeelding van dé Gemeenschap waar het allemaal mee begon, de drie-ene God. Vader, Zoon, Geest zijn ge-Drie-ën een ‘netwerk’ van relaties. De Vader heeft de Zoon lief en de Zoon heeft de Vader lief. De Geest openbaart de Zoon, en de Zoon openbaar te Vader. De Zoon doet de werken van de Vader, en de Geest werkt in mensen de werken van de Zoon.
Prachtig beeld, dat de zogenaamde Cappadocische kerkvaders (rond de 4e eeuw) deed denken aan een dans, waarin Vader, Zoon en Geest constant en vol afwisseling op elkaar betrokken zijn.
 
Kerk, gemeente, gemeenschap
Verschillende metaforen worden gebruikt in het Nieuwe Testament. Een tempel. Een huis van levende stenen. Een kudde. Een bruid. Een lichaam. In al die verschillende voorstellingen is ‘t met het leiderschap weer anders gesteld: een bruid wordt bijvoorbeeld niet gemetseld, en een huis wordt niet met liefde vertroeteld - en zo hoort bij ieder beeld weer een eigen voortgaand beeld waardoor de uitwerking concreet duidelijk wordt gemaakt.
De metafoor die in het Nieuwe Testament het meest breed wordt uitgewerkt, is de gemeente als Gods gezin. Het is een beeldspraak die ons doet beseffen dat we relaties met elkaar hebben. We denken in dit verband speciaal aan het feit dat God onze Vader is (Jh1:12; 1Jh3:1 &c), en dat Jezus als geliefde Zoon in het middelpunt van dat gezin (of: ‘huis’) staat, met Wie wij verbonden zijn als de vele zonen en dochters (Gl4:1-6; Hb3:6). We zijn ook met elkaar verbonden: broers en zussen, die Gods liefde ontvangen en in elkaars liefde delen. Een gezin is een gemeenschap; de bron ervan is de gemeenschap van Vader, Zoon en Geest. Elke familie in hemel en op aarde sluit zich daarbij aan en is er de weerspiegeling van (Gn1:26v; Ef3:15).
 
Gemeenschap, relatie
Je hébt iets met elkaar: dat hoort bij iedere community of gemeenschap. Er zijn veel relaties met elkaar. Mooi, gezellig, versterkend, warm! Toch sluit relationaliteit het bestaan van gezagslijnen niet uit, zoals die ook in een aardse familie functioneren. Volwassenheid of geestelijke rijpheid kun je van kleuters niet verwachten, maar wél van ouders. Gezagsuitoefening is een taak van ouders, ouderlingen, oudsten, tegenover jongeren of kinderen. Hoe laat er gegeten wordt, wat de bedtijd is, waar je met vakantie naartoe gaat: daar kun je best een goed gesprek over hebben met het hele gezin, maar uiteindelijk nemen de ouders een beslissing. Zo is het in een leefgemeenschap (familie), in een werkgemeenschap (bedrijf), in een publieke gemeenschap (overheid), en ook in een geloofsgemeenschap (kerk of gemeente). De ‘vakterm’ daarvoor is het Engelse woord governance: het geheel van alle gezagsafspraken, de manier waarop die tot stand komen en op welke manier ze functioneren.
 
Gezag
Je moet weten wat je afspreekt en wat geldend is, waar iedereen zich aan moet houden. In sommige gemeenten - bijvoorbeeld in de vroegere cultuur van de ‘Vergadering van gelovigen’ - is de noodzaak van bestuurlijke afspraken wel ontkend, met een beroep op het algemeen priesterschap van de gelovigen. Maar dat kan niet correct zijn. Bestuurlijkheid is door God ingeschapen in de menselijke structuren. In een gemeenschap kun je niet leven zonder zulke afspraken. Op Kreta ‘ontbrak’ zoiets (Tt1:5), en Titus moest dat ‘in orde brengen’, waarop een aantal aanwijzingen volgen voor de verwachtingen die bij oudsten horen. Toen Timotheüs in Efeze was, sprak Paulus de hoop uit dat er mensen zouden zijn die zouden verlangen naar ‘een mooi werk’ (1Tm3:1) (het woord ‘ambt’ staat hier niet!) in het ‘opzicht’ in de gemeente.
Als je in het Nieuwe Testament zoekt naar uitdrukkingen over leiderschap in de gemeente, vindt je die wel: opzieners, oudsten, zelfs wordt in 1Tm4:14 gesproken over een collectief oudstenschap. Maar vrijwel nergens wordt precies beschreven hoe die er kwamen, laat staan voorgeschreven hoe dat moest gaan, behalve misschien een vage aanduiding in Hd14:23. Kennelijk is het niet de bedoeling van de Heer om ons op dat punt te voorzien van precieze aanwijzingen.
Het is trouwens maar de vraag of we hiervoor bijbelteksten bijeen moeten sprokkelen. Het bestaan van ‘gezag’ is een stukje van de algemene Godsopenbaring, die wij geduldig moeten onderzoeken en waarin wij eerbiedig Gods stem moeten beluisten, net zoals in de sterrrenhemel, het planten- en dierenrijk en de wiskunde, enzovoorts.
Een christen-wetenschapper als Maarten J. Verkerk heeft op de werkvloer bij grote bedrijven onderzocht welke factoren daarbij een rol spelen, en hij vond er met name twee: trust (vertrouwen) en power (gezag). Gezagsstructuren enerzijds, hoe ze ook in elkaar zitten, en een gunnend vertrouwen vanuit de gemeenschap anderzijds. Zoals Efeze 5:21v dat aanreikt, zowel voor de geloofsgemeenschap als voor de leefgemeenschap: wederzijds respect enerzijds, respectvolle gezagsuitoefening anderzijds.
 
Concreet leiderschap
Hoe concreet wordt het dan, als we het leiderschap proberen te formuleren? Staat er een voorganger aan het hoofd van de plaatselijke gemeente? Nee, dat beeld is nergens in het Nieuwe Testament te vinden, en al helemaal niet een top-down structuur, een hiërarchie. Zijn er ouderlingen, oudsten of opzieners? Dat kán, maar het is nog niet zo zeker of dat per se een ‘ambt’ moet zijn; die uitdrukking komt ook nergens in het NT voor (in 1Tm3:1 staat letterlijk: ‘een mooi werk’). Moet er een ‘officiële’ aansteling zijn, voor een bepaalde tijd? - dus óók niet (officium is het Latijnse woord voor ambt), het kan best op een informele manier. En er zijn allerlei mensen die gaven hebben van leiding geven: de Schrift kent ‘wie leiding geeft’ (Rm12:8), ‘besturingen’ (1Ko12:28), 'ieder die meewerkt en arbeidt' (1Ko16:16), ‘die onder u arbeiden en u leiding geven in de Heer’ (1Th5:12), ‘uw voorgangers’ (Hb13:7,17).
Dat klinkt wel weer vaag, té vaag. Want bij leiderschap - of het nu in een leefgemeenschap, een werkgemeenschap of een geloofsgemeenschap is - hoort dat je afspraken maakt en helder weet waar je aan toe bent. Gods water over Gods akker laten lopen (‘we zien het wel’, ‘wie ‘t weet mag ‘t zeggen’) past niet bij de zorgvuldige manier waarop God de wetmatigheden in zijn schepping heeft ingesteld, en de royale maar nooit chaotische manier waarop Hij zijn gaven uitstort (Ef4:1vv). Maar Hij geeft ons binnen de verdraagzaamheid van de liefde, de eenheid van de Geest en de band van de vrede heel veel vrijheid om gestalte te geven aan zijn wil. Zorgvuldig ten opzichte van de mensen, eerbiedig voor Hem. Nauwkeurig de ene voet voor de ander zettend, vrolijk maar ook eerbiedig dansend voor Gods aangezicht.
 

Laat hier een reactie achter



2 Reactie(s):

16 dec 2015
Johan Vergouwe
08 jul 2014
Dag Henk, Wél geschreven stukje. Veel herkenning met de weg die wij gingen toen we oudsten aanstelden. Misschien nog een punt ter verrijking: Wie neemt verantwoordelijkheid en wie wordt afgerekend voor het nemen van beslissingen? In het bedrijf waar ik w

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief