Henk Medema
12
JANUARY

Evangelical. Ik hou van de Heer, en de Heer houdt van mij. Ik vergeet dat nooit weer, en evenmin Hij.

Iemand wel eens in Dallas geweest? Op een zondag? In First Baptist Church, dat enorme kathedraal-achtige gebouw waar iedere zondag duizenden baptisten samendrommen? Ik wel, wat jaartjes geleden - ik werkte nog in het christelijke boekenvak. Net zestig, denk ik.

Christian Wiman was nog maar zes, toen hij in deze enorme, op zondag stampvolle kerk naar binnen liep. Toen was hij nog lang geen dichter, redacteur van het tijdschrift Poetry, hoogleraar religie en kerkmuziek aan het Yale Institute of Sacred Music. En natuurlijk ook nog niet auteur van o.a.  Every Riven Thing, Hammer Is the Prayer (die heb ik nog niet gelezen), en uiteraard dat in het Nederlands vertaalde boek Mijn heldere afgrond (wél gelezen). De vraag naar God wordt daarin gesteld als: een heldere afgrond, veel verlangen, het zwarte gat, en de dichter zegt: niets kan ik geloven en toch geloof ik dat.

Niet zo heel lang geleden kreeg Christian Wiman een zeer ernstige vorm van kanker.

 

Wil je een evangelical zijn? The real Donald Trump heeft geen belangstelling in zo iemand, zelfs niet in veel van zulke iemanden, zolang die ver weg in Nederland wonen, zelfs op de Veluwe. Shitthole of zoiets. En andersom heb ik ook weinig of geen interesse in hem. Vandaag valt in de pers te lezen dat steeds minder mensen (jawel, ook in Amerika) nog evangelical willen zijn.

Als je het boek Mijn heldere afgrond uit hebt, komt de vraag op je af: wie is deze man? Wie is Christian Wiman? Wat is hij: evangelical? Of zullen we nog wat andere christelijke etiketten op hem plakken? Zoiets als saved, born again Christian? - want wij, christenen, nemen elkaar graag de maat en houden van helderheid, schema’s, categorieën.

Dat gaat niet zomaar lukken, en al lezend ga je dat ook steeds minder willen. In de greep van de kanker, een soort leukemie, dichtte hij: niets kan ik geloven en toch geloof ik dat.

Toen Wiman nog maar zes of zeven jaar oud was, ging hij met z’n ouders mee naar First Baptist, Dallas, dat toen de grootste baptistenkerk in de wereld was. Aan het eind van de samenkomst was er een ‘altar call’, je mocht naar voren komen ‘om gered te worden’. In massa’s stroomden de menigten door de gangpaden heen. Op een dag, zo vertelt hij, ‘rende ik mee naar voren, zonder iets uit te leggen, terwijl mijn familie bleef zitten - ze dachten vast dat ik ook gered wilde worden - en ik gaf ze alleen maar een papiertje waar een gedichtje op stond’. Dit: “I love the Lord, and the Lord loves me. I will not forget, and neither will He.”

De dominee (of wie dan ook) plaatste dit kort daarna in de Southern Baptist nieuwsbrief; met alle waarschijnlijkheid was hij later de enige hoofdredacteur van Poetry van wie een gedicht geplaatst werd in dat blad.

Ik hou van de Heer, en de Heer houdt van mij.

Ik vergeet dat nooit weer, en evenmin Hij.

Laat ‘m dat maar zijn. Jezus liefhebben. Geloven, of niet, terwijl je in een heldere afgrond kijkt. Of en hoe je vervolgens gepubliceerd wordt, doet er niet toe. Maar jij vergeet dat nooit, en evenmin Hij.

 

‘Dit boek met 'uiterste seconden' is een verzameling bijna-leven-ervaringen.'  – Willem Jan Otten, TROUW

 

Laat hier een reactie achter



1 Reactie(s):

Deanne
13 jan 2018
Ik hou van de Heer, en de Heer houdt van mij. Ik vergeet dat nooit weer, en evenmin Hij. Dat vertrouwen daar leunen we op! Wat hebben we toch een geweldige God!

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief