Henk Medema
05
SEPTEMBER

Gesprek tussen joden en christenen

[Proloog bij het boek van Lody van de Kamp en Willem J. Ouweneel, JODEN EN CHRISTENEN: EEN VERDIEPEND GESPREK] Henk P. Medema   Sommige ontmoetingen vergeet je niet. Omdat het om bijzondere mensen ging, bijvoorbeeld, Of om het element van verrassing. Misschien ben je in een ander land daarvoor nog eens extra gevoelig. Of alle drie, of nog meer. Het gebeurde in de nadagen van de eerste intifada, in 1988. Ik had juist een studiereis naar Israel achter de rug, samen met een Amerikaanse vriend, hoogleraar biologie. Na een afsluitend bezoek aan het Weizman Institute in Rehovoth had ik hem vroeg in de morgen op Ben Goerion Airport afgezet. Mijn vlucht ging pas aan ‘t eind van de dag, en ik had me voorgenomen nog wat rond te wandelen in de oude stad, en ik koos niet de snelweg, maar de oude weg, beroemd van de zware gevechten in 1948 door de Palmach. Ergens halverwege was een tentje langs de kant van de weg, waar ik een cola dronk. Op het moment dat ik m’n huurauto weer startte, zag ik de jonge student met z’n keppeltje, de duim geheven in het internationale gebaar: lift? Natuurlijk. Hij bleek ook in Jeruzalem te moeten zijn, en in de resterende tijd, nog geen half uur, raakten we in een boeiend gesprek over het Jodendom en het Christendom. Wat ik hier in Israel deed? Bijbellezingen houden in Galilea, antwoordde ik - en vermeldde er maar niet bij dat dit plaatsvond bij congregaties van Arabische christenen; had ik dat wel gedaan, dan had het tot een heel ander gesprek kunnen leiden. Hij woonde en studeerde in Jeruzalem (en hij noemde de naam van een opleiding die ik helaas wel vergeten ben). Torah en Talmoed, en hij legde me beknopt maar zorgvuldig uit hoe die beide volgens hem met elkaar samenhingen. En vroeg me direct, zonder omwegen wat ik dan van de Bijbel vond. Tja, zei ik, dat kan ik beter aan jou vragen, want jij maakt deel uit van het volk aan wie de woorden van God zijn toevertrouwd! Zo kwamen we stapje voor stapje dieper in het thema, en toen we alleen het laatste stukje nog moesten rijden, nu wel over de snelweg, vroeg hij me op de man af - ik was er niet zelf over begonnen - wat ik van Jezus vond. We hadden maar weinig tijd, en wisselden snel onze visies uit. Bij de Hebreeuwse universiteit liet ik hem uitstappen, en ik had alleen nog tijd voor één citaat van Hans-Joachim Schoeps: ‘De Joden verwachten hun Messias. De Christenen verwachten hun Christus. Kan het zijn dat ze hetzelfde gezicht zullen hebben?’ [H.J. Schoeps, Die Theologie des Apostels im Lichte der jüdischen Religionsgeschichte, Tübingen 1959, p.274 - De Kerk van Jezus Christus heeft van haar Heer en Heiland geen beeld bewaard. Wanneer Jezus Christus morgen zou wederkomen, zou geen christen Hem van gezicht herkennen. Maar het zou goed kunnen zijn dat Degene die aan het einde der dagen komt, die de verwachting van de Synagoge zowel als van de Kerk is, hetzelfde aangezicht heeft. (vertaling HPM)] Nu, precies een kwart eeuw later, publiceer ik een boek over dit thema, Jodendom en Christendom, en wel in de vorm van een ontmoeting. Dat is inderdaad, zoals we dr. G. Cohen Stuart in de epiloog zullen horen zeggen, de beste uitdrukking, beter dan een discussie, of zelfs het veel gebruikte woord dialoog. Een ontmoeting neemt de ander serieus, en behandelt hem niet als een invals- en uitvalspoort van standpunten. Dat is wezenlijk. Iemand als Karen Armstrong (De strijd om God: een geschiedenis van het fundamentalisme, Amsterdam 2000) zou ongetwijfeld de discussie tussen twee grote monotheïstische godsdiensten beschouwen als de laatste gevechtslinies van een strijd die in de eenentwintigste eeuw al niet meer relevant is. Maar in een ontmoeting als dit boek gaat het erom hoe mensen elkaar in de ogen kijken, en hoe zij zich verhouden tot de allergrootste Werkelijkheid, tot Degene die voor elk van hen meer betekent dan wat dan ook. Dat mijn beide auteurs een gewaardeerde status hebben in hun eigen gebied, behoeft volstrekt geen betoog. Lody van de Kamp (1948), als rabbijn, schrijver, publicist, politicus. Willem Ouweneel (1944), als drievoudig gepromoveerd wetenschapper, docent, auteur, publicist, spreker. Het gaat echt boeiend worden als je als lezer dit boek in handen hebt. Hoe dicht zullen ze elkaar kunnen naderen? Dat beide schrijvers het prima met elkaar kunnen vinden, is al gauw merkbaar, want de sfeer begint goed en blijft goed. Maar dat is natuurlijk niet het enige dat telt. Van de Kamp wijst er op dat wederzijdse empathie ook een valkuil kan worden, en daarmee heett hij een punt. Zorgvuldig het heen-en-weer volgend houd je de adem in: toch geen toenadering? Of toch wel? Ik houd het maar even spannend, want als lezer wil je niet een ‘spoiler’ horen, iets wat bederft waar je juist naar wilt gaan luisteren. Wat ik in deze proloog al wel mag doen, vind ik: de lezer attenderen op een of twee punten waar de spanning echt ten top zal stijgen. Met grote ingetogenheid, ingehouden en inhoudelijk, arriveren de auteurs bij dit punt en kijken elkaar in de ogen. Dit is één vraag: is er een ‘christelijke’ messias? En dit is een andere vraag, of misschien toch wel deels dezelfde vraag: past de lijdende Christus - de middelaar, die verzoening bewerkt voor de mensheid, die tegelijk zowel God als mens is, die zijn functie vervult ook wanneer er nog geen sprake is van dat grote Vrederijk - binnen het Messiasbeeld van het jodendom? Er zijn uiteraard meer momenten die niet zonder slag of stoot gepasseerd kunnen worden. De vraag of de Joodse Tenach zo maar identificatie toelaat met het Oude Testament, het eerste deel van de christelijke Bijbel. De vraag hoe twintigste-eeuwse Joodse theologen als Lapide en Flusser ons voort kunnen helpen in het slaan van bruggen tussen Jodendom en Christendom, met name in beider kijk op Jezus. De positie van de messiasbelijdende Joden, in en buiten het land Israel. Op die dag die ik nooit vergeten ben, een kwart eeuw geleden, parkeerde ik de auto juist buiten de Damascuspoort. En zag - onzichtbaar voor fysieke ogen - temidden van de duizendvoudige toeristenstroom hoe diep en pijnlijk de ontmoeting was áchter dit gesprek van nog geen half uurtje. De al bijna twintig eeuwen durende ontmoeting tussen Israel en de Kerk. In dit boek volgt een poging om die ontmoeting nog eens in woorden te gieten. Dat iedereen leze die een hart heeft voor Israel, maar vooral voor de God van Israel.  

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief