Henk Medema
24
MAY

Gods Koninkrijk. Gods Kerk. Droom, visie, plan

- Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Johannes 19 vers 36 [Een paar overwegingen rondom het thema van mijn boek TOTAAL CHRISTENDOM, en naar aanleiding van een recente twitter-discussie] Hoe zou Jezus spreken over Gods koninkrijk – zijn grote thema – in de eenentwintigste eeuw? Koninkrijken zijn er bijna niet meer, en waar koningschap nog bestaat, is het vrijwel helemaal ceremonieel. Er zijn genoeg ‘democratisch’ gekozen alleenheersers, maar die zijn het allerbelabberdste voorbeeld van hoe God de wereld regeert. Macht onder de pretentie van liefde is misbruik, verkrachting – we zouden er intussen voldoende van moeten weten. Brian McLaren heeft meer dan eens de suggestie geopperd dat een betere metafoor voor het Koninkrijk Gods zou zijn ‘Gods droom’. Het probleem daarbij is dat we ons een ‘droom’ ook al te menselijk voorstellen: iets dat bij het wakker worden weer vervlogen blijkt te zijn, wat je jezelf nauwelijks herinnert. Is het misschien beter te denken aan een ‘visie’, een ‘perspectief’, een ‘hoop’, een ‘verlangen’? Mensen hebben zoiets, zoals in Martin Luther King’s beroemde woorden: I had a dream. Zonder hoop kúnnen we niet eens leven. Als we het over Gods verlangen hebben, moet je er onmiddellijk bij bedenken dat het een plan is. Zeker en vast, niet een ‘misschien’. Het is Gods voornemen alle dingen onder één hoofd bijeen te brengen in Christus, Efeze 1 vers 10. De term ‘koninkrijk’ mag ons niet teveel laten denken aan macht. De uitdrukking ‘droom’ mag ons niet teveel laten denken aan zwakheid. En het woord ‘plan’ is te zakelijk, als van een blauwdruk die ergens uit een laatje wordt gehaald. We kunnen er pas een goed beeld van krijgen als we proberen tegelijk aan Gods Koninkrijk en aan zijn Gemeente te denken. (‘Gods Kerk’ is hetzelfde, maar het klinkt teveel als een gebouw of een organisatie, het gaat nu om het geheel van de in Christus gelovende mensen, de gemeenschap.) Gods Koninkrijk moeten we in ieder geval niet beschouwen als een conglomeraat van macht. De gemeente van Christus mogen we niet zien als een club waar ze heel lief voor elkaar zijn. In Gods werkelijkheid is geen sprake van liefdeloze macht, en ook niet van machteloze liefde. Gods Koninkrijk is de nieuwe wereld, waarin niets meer bij het oude kan blijven. Een fenomeen dat zó sterk is, dat het zelfs tweeduizend jaar in en naast de oude wereld kon blijven bestaan Gods Gemeente, dat is de Nieuwe Mens, de belichaming van Christus. Zwakke en kwetsbare mensen, niettemin samen zó robuust (die term is van Stanley Hauerwas) dat ze stand houdt in nacht en nevel, waar ze Christus’ licht manifesteert. De Gemeente is Gods instrument om toegang te vinden tot deze wereld. Wacht even: dat instrument is toch Christus? Klopt. Niet anders. Maar zonder zijn lichaam is Christus, het Hoofd, niet compleet, Efeze 1 vers 22v. Al die tientallen, honderden, duizenden, miljoenen leden zijn hier op aarde, terwijl Hij er niet (meer) (en nog niet) is. Ze hebben hun medemensen lief met zijn goddelijke liefde, dienen hen, zoeken hen op, bieden troost en heling; ze komen in opstand tegen corruptie en geweld, oorlog en armoede; ze houden van God, van zijn wereld en zijn mensen. Ze stichten de Vrede (sjaloom), nog vóór het Rijk in majesteit verschijnt. Ach! Dát is iets om van te dromen. Om naar te verlangen. Om je ernaar uit te strekken, er plannen voor te maken, je aan te sluiten bij Gods plan. Gods Koninkrijk.

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief