Henk Medema
26
MAY

Het grote gebod: lief zijn voor elkaars partij?

In het Nederlands Dagblad heeft Koert van Bekkum gisteren de christelijke politiek failliet verklaard. Dat was eerst even schrikken, maar bij nader inzien gaat hij er niet over. Aan de rechtenfaculteit waar ik ooit mijn meesterstitel behaald heb, leerden wij artikel 1 van de Faillissementswet uit het hoofd: faillissement is de situatie waarin je bent opgehouden je schulden te betalen. (De rechter spreekt dat uit, niet de hoofdredactie…) In dezelfde tijd, maar op een andere plek, leerde ik nog meer ‘wetskennis’, in Romeinen 13 vers 8 – ‘Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.’ Als je daarmee ophoudt, ben je inderdaad failliet. Wat was ook weer het Grote Gebod? Wat zei Jezus ook weer? Wees lief voor elkaars partij, vooral als je allebei een christelijke identiteit hebt? Ga zo eerbiedig met elkaar om als kerken, dat je geen theologische meningsverschillen meer hebt maar je allemaal aan hetzelfde kader bindt? Wees aardig als scholen voor alle leerlingen die in de buurt wonen, zodat alle regels hetzelfde zijn als die van andere scholen? Nee. Ik dacht het even niet. Het Grote Gebod gaat niet over de verhouding tussen partijen, al is het vervelend als die herrie hebben. Ook niet over de concurrentie tussen scholen, al zijn de opgeworpen verschillen soms een beetje onnodig. Zélfs niet over de relaties tussen kerken, al is het vreselijk jammer dat we er zoveel van hebben. Het Grote Gebod gaat over ons, mensen in deze wereld. Speciaal over de leden van het lichaam van Christus (bij wat voor kerkgenootschap ze ook horen), ‘zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen’ (1 Korinthiërs 12 vers 25). Over broers en zussen in de familie van God: ‘Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn’ (Johannes 13 vers 34v.). Waarom plaatsen wij, als het over de allerbelangrijkste thematiek van het leven, de Goddelijke liefde gaat, die in het vakje van partijen, of van kerken? Kennelijk hebben we het onderscheid tussen het Koninkrijk van God enerzijds en de Kerk van God anderzijds niet helder in beeld. De Kerk is de gemeenschap van liefde. Gods gemeente, dat is het lichaam van Christus, de familie van God, de reisgenoten, The Fellowship of the Ring – om Tolkien te citeren. Het koninkrijk is het toneel van de strijd – maar ‘onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen’, Efeze 6 vers 12. Lastig als de structuren hier en daar botsen, maar daar kom je wel uit. Belangrijk dat mensen van God niet met elkaar in botsing komen, of als dat wél gebeurd, de sjaloom weer weten te vinden, nog voordat de zon ondergaat. Daaraan zullen allen weten dat wij Jezus’ discipelen zijn.

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief