Henk Medema
19
FEBRUARY

iPad, YouTube, WIIplay - media 50 jaar na 1966

… ik paddel, jij verslingert, wij spelen - of was de vertaling een beetje anders? Iets meer dan vijf jaar geleden hadden we deze kreten niet aan elkaar kunnen verbinden. Nu zien we het verband: schermpjes. Waar van alles zichtbaar op wordt.

We gaan niet vijf, maar vijftig jaar terug, en zien hoe de wereld veranderd is. Oppervlakkiger geworden, zou je denken?

In 1966 verscheen het Rode Boekje van Voorzitter Mao, dat qua oplage later de wereldwijde bijbel-edities bijna zou evenaren, maar waarvan de auteur zelf al tien jaar later, in 1976, de laatste adem zou uitblazen. In Nederland denken we bij 1966 aan het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus. De Beatles beweerden in maart dat ze 'populairder zouden worden dan Jezus'. En dit was het startjaar van D’66, zonder hen geen paarse politiek. De Franse filosoof Lyotard begon zijn universitaire werkzaamheden in Parijs, en Foucault zijn schreef ‘Les Mots en les Choses’: een beetje het begin van het post-modernisme. Dat is, zoals Lyotard het zei, het einde van de grote verhalen. Zoiets als de beeldenstorm in 1566 - wat we bijna allemaal geloofden, wordt aan gruzelementen gegooid..
In de halve eeuw tussen 1966 en 2016 is de computer gekomen, de laptop, de iPad, de smartphone, het internet, de zoekmachines, de games - iPad, YouTube, WiiPlay. De e-books, social media, netwerkmaatschappij, FaceBook, Twitter, LinkedIn, Tumblir, nog veel meer. En jawel: naast de gewone bijbel met zwarte letters op wit papier verscheen de YouVersion, en werd het evangelie verkondigd via www.jesus.net.
Een andere wereld? Zeker weten. Oppervlakkiger? Misschien, maar dan zoals een fiets (waarvoor Pierre Lallement in 1866 een prototype patenteerde) zich sneller over het aardoppervlakte beweegt dan een wandelaar. Wát is er dan anders, wat is oppervlakkiger?

Eindeloze beeldcultuur: blikken zonder blozen

De electronische snelweg begon niet met plaatjes, maar met woorden, net als de boekdrukkunst. Nog heel precies weet ik hoe ik (het was in de jaren tachtig, en uiteraard in Amerika) een vriend van me een bericht zag versturen naar zijn zoon. Wij waren duizenden kilometers van hem verwijderd, maar binnen een minuutje was er al antwoord. Wonderlijk!

Op m’n toen nog zwart-witte beeldscherm trof ik jaren later de eerste internet-plaatjes aan, boeiend, bijna (of helemaal) verleidelijk. Je kon je eraan vergapen, en zelfs zonder te blozen als je toegaf aan de bekoringen die zich daarin aan je voordeden. Een twintig jaar geleden was het internet nog niet zo verrijkt - en als je wilt: vervuild - als nu. Zomaar wat surfen begon toen tot de mogelijkheden te behoren. Er kwamen na enige tijd functionaliteiten die het steeds zinniger maakten, en waarmee je ook kortere en langere, langzamere en snellere connecties kon leggen met mensen die je in ‘t echt nauwelijks of niet ontmoette. Hoeveel tijd kon je daar wel niet aan besteden? Eindeloos. En zinvol? Soms wel, soms niet. De keuzes zaten niet in de diepte van de inhoud, maar lagen op de oppervlakte van de beeldschermen.

Maar misschien is niet de eindeloosheid het echte probleem, maar de waarde-loosheid. We vinden het bijna onmogelijk om criteria aan te duiden waarom je aan het één wel en aan het ander geen aandacht moet besteden (onlangs heeft Matthew B. Crawtord ‘een filosofie van de aandacht’ ontworpen), en kiezen voor multi-tasking, maar die mogelijkheden zijn zeker niet eindeloos.

 

Oneindige vermenigvuldiging: boeken en google-zoeken

Vijfhonderd jaar geleden waren er nauwelijks boeken, en vijftig jaar geleden waren er nog geen boeken die geen boeken waren. Het begon allemaal te veranderen met (wat we toen noemden) de electronische snelweg, die ons van A naar Z bracht. Het ging verder op de brede pleinen die de zoekmachines voor ons aanboorden. Je begint bij Google, en je eindigt in de rest van de wereld. Zo werkt ‘s werelds grootste zoekmachine. Zoekterm invoeren, klik! - en in een fractie van een seconde heb je zómaar een miljoen zoekresultaten.

De Zuidafrikaanse missioloog dr. Nelus Niemandt heeft in zijn boek Nuwe Leiers vir nuwe Werklikhede de Kerk vergeleken met Google, tegenover wat het vaak is: een stoelendans. De Kerk lijkt in onze tijd vaak op een dans voor religieuze consumenten, die voortgedreven op de meest aantrekkelijke muziek op een signaal ‘ergens’ neervallen en dan op een of andere plek in een andere gemeente zitten. De muziek start opnieuw, alles komt opnieuw in beweging, en na een tijdje zitten we weer allemaal op een andere plek. Dat is niets meer dan een consumenten-denken.

Denk liever positief, denk aan de kerk als een open, actieve Google-zoekmachine. Je begint bij jezelf, maar je opent je hart voor de hele mensenwereld. Dansend op het ritme van de Drie-eenheid (zoals de zogenaamde Cappadocische kerkvaders zich de Drie-eenheid voorstelden), met Gods liefde tot mensen in je hart, trek je er op uit. Het spannende is: iedere zoekactie wordt bewaard, zoals Google dat ook doet: alles wat je zoekt, maakt duidelijk waar je hart naar uitgaat, wie je echt bent, waar je naar verlangt. En het kan niet anders of je gaat iets of iemand vinden, wat je dan weer bewaart als een kostbare schat, waar je een link van maakt.

 

Mimese: kopieren van begeerte

De Franse filosoof René Girard (1923-2015) gebruikte voor nabootsing het woord ‘mimese’, en heeft een theorie ontwikkeld (juist onlangs door de Tilburgse  wetenschapper Hans Weigand in het blad Sophie verhelderd) hoe deze mimese verband houdt met begeerte. Zijn betoog raakt een herkenbaar punt bij de digitale wereld van social media: de observatie van wat leuk (of mooi, of interessant) gevonden wordt, leidt tot het najagen van diezelfde ‘icons’. Oppervlakkigheid troef. Maar ook dát kun je anders doen, positief - en vanuit christelijk oogpunt gaat het dan om het vermenigvuldigen van de Goddelijke liefde. Het begeren van Jezus is een begeerte om te delen: ‘Ik heb vurig begeerd deze Pesach-maaltijd met jullie te eten’ (Lukas 22:15).

In deze liefde kan zelfs in ons, mensen, God zichtbaar worden. De goede of verkeerde manier om mimese te hanteren zit ‘m niet in de structuur van de dingen, maar in de gerichtheid van mensenharten, zoals de christelijke wijsbegeerte van Dooyeweerd en Vollenhoven dat onderscheidt. Dáár liggen de keuzes van ons hart.

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief