Henk Medema
04
APRIL

Jaap Fijnvandraat - broeder, vriend

Een IN MEMORIAM voor Jacob G. Fijnvandraat moet echt wel met een stukje nostalige beginnen, dat is onontkoombaar. Als een soort geestelijke vader, zo kende ik Jaap in mijn jonge jaren: in de bijbelstudiekampen in Doetinchem, in de Zomeravond-acties in Friesland, waarin hij, samen met z’n broer Johan en Bé Ottens, ons als jonge kerels meenam om ons te trainen in bijbelstudie en evangelisatie. Nog kan ik nauwkeurig de plek aanwijzen in Beetgumermolen waar ik voor ’t eerst voor een volle zaal het evangelie mocht verkondigen, of de weg tussen Leeuwarden en Aldeboarn: ik zat naast hem in het Volkswagenbusje en hij legde me de Romeinenbrief uit. Toen mijn eigen vader plotseling overleed, zo’n vierendertig jaar geleden, was het vrijwel direct vanzelfsprekend dat we hem zouden opbellen om op de begrafenis te spreken – want mijn vader en hij waren goede vrienden. Maar ook omdat ik zélf wat met hem had, meer dan ‘wat’: een speciale band. Al spoedig daarna werd hij voor mij een oudere collega in de dienst van de Heer, bij wie je te rade kon gaan als zich moeilijke situaties voordeden. En in de jaren ’80 en ’90 trokken we als vrienden nauw met elkaar op. In tal van situaties in de ‘vergaderingen’ werkten we samen, schouder aan schouder, op de conferenties in Winschoten, Den Haag en Alphen aan den Rijn. Vaak logeerde hij bij ons. Maandelijks hadden we de redactievergaderingen van de ‘Bode’, en dan ging het niet alleen over de kopij, maar ook over de zorgen die er waren over de gemeenten. Later zaten we ook bijeen in de samenstelling die internationaal bekend werd als The Dutch Five. Wat was nu het bijzondere van Jaap? Zijn onvermoeibare ijver. Zijn anecdotes. Zijn ‘gewoon’-zijn: hij had nooit kapsones. Toch was het méér. Dat alles, bedenk ik, kun je ook van veel anderen zeggen. Was het de combinatie van zijn gewoonheid, zijn helderheid, en zijn geestelijke gezag? Dat komt al een beetje in de richting. We waren het niettemin ook wel oneens, soms behoorlijk oneens. Toch bleef de aantrekkingskracht, en terwijl zijn geest al heel wat van z’n kracht verloren had, heb ik hem nog eens opgezocht in het bejaardentehuis in Eindhoven. Wat was het goud dat in de grond verstopt zat? Ik denk: zijn integriteit, zijn zuiverheid. Zijn liefde voor de Heer. De ruimte die hij in z’n drukke leven maakte voor mensen. In de loop van de jaren heb ik heel wat manuscripten met hem en voor hem doorgenomen – daar zaten steevast veel foutjes in: hij was weliswaar schoolmeester, maar in dat opzicht wel een beetje slordig. We peuterden ze samen uit de kopij en de drukproeven, zodat de boel naar de drukker kon. Zelden of nooit heb ik hemzélf echter onder handen hoeven te nemen, wegens onzuiverheden jegens mensen of in situaties. Nu is zijn aardse leven ten einde. Zoals het van Benjamin Franklin, de Amerikaanse staatsman die oorspronkelijk drukker was, werd gezegd: wij sluiten deze drukproef van zijn leven af, om straks in de opstanding een nieuwe editie van hem te ontmoeten, en dan zullen álle onzuiverheden, zelfs de kleinste, eruit verwijderd zijn. Aan Jezus gelijk.

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief