Henk Medema
26
SEPTEMBER

Je hebt een dorp nodig om een kind op te voeden. Wat TopNerd Tycho ouders kan leren over leren

De zaterdag na de donderdag waren mijn vrouw Tineke en ik in de omgeving van Zuidlaren, en hebben daar een dagje mogen werken aan de opvoeding van onze jongste kleindochter Jinte, nog geen twee - een leeftijd die de bezoekers van het symposium rond TopNerd Tycho aan de Evangelische Hogeschool hebben kunnen vernemen, als ze goed hebben opgelet. Heerlijk zo’n stukje opvoeding, afgezien van af en toe een poepluier en wat gekrijs, maar verder: vreugde, vreugde, louter vreugde. We hebben het met haar nog wel over de evolutietheorie gehad, maar in dat gesprek niet de geringste problemen ondervonden.
De zaterdagmiddag brachten wij door in de zogenaamde Sprookjeshof in Zuidlaren, een (met alle respect) ietwat vervallen uitspanning, die ons herinnerde aan Blast from the Past, maar die onze kleindochter alleen maar een boel leuke sprookjesfiguren te binnen bracht. Ik moet eerlijk erkennen dat wij van niet één ervan het waarheidsgehalte besproken hebben.
Toch: de donderdagavond, toen het boek van Cees Dekker en Corien Oranje werd gepresenteerd, was geenszins uit mijn gedachten. Het was een mooie avond, waardig, respectvol zelfs in de meningsverschillen die daar aan de orde kwamen.
Nu, achteraf, nog een overweging over wat daar en toen echt het punt was. ‘Schepping en evolutie: wat vertellen we onze kinderen?’
 

Een gebeurtenis kwam me op zaterdag weer in de gedachten, op een steenworp afstand van de Sprookjeshof. Het was meer dan een halve eeuw geleden. Ik was twaalf jaar, en we waren met vakantie in Midlaren. Mijn vader besloot me op een achternamiddag mee te nemen op een wandeling over een paadje dat ik nu, meer dan een halve eeuw later, nog steeds kan aanwijzen (nu niet gedaan, maar het kón). Ik zou, zo zei hij, na deze zomer naar de middelbare school gaan,  en ik moest er dan wel mee rekenen dat men zou proberen me wijs te maken dat alles niet door God geschapen was, maar door evolutie ontstaan; en dat moest ik dan écht niet geloven. Zo eenvoudig was het, zo ontroerend ook achteraf, des te meer nog omdat m’n vader tamelijk jong is gestorven en we maar weinig gelegenheid hebben gehad over allerlei belangrijke thema’s te discussiëren. Natuurlijk heb ik hem gerustgesteld: ik zou dat niet gaan geloven, want natuurlijk had ik de Heer lief als niemand. Wist ik veel dat ik jarenlang in het bestuur van de Evangelische Hogeschool zou komen te zitten, en het creationisme daar zeer hoog zou houden. En wist ik veel dat ik later jarenlang zou denken en piekeren over dat onderwerp, en er met vele vrienden over zou spreken, en jawel: ook en juist met m’n kinderen, en dat ik een halve eeuw later zonder aarzeling in de Schepper zou geloven, nog steeds, en de schepping bewonder als uit zijn hand voortgekomen - maar nu geloof ik niet meer in die tegenstellingen die jarenlang vastgenageld leken in mijn brein.
Ik ga dit boek aan mijn kinderen kado geven, en zij mogen het weer aan hún kinderen kado geven; zelf heb ik het gelezen, en het heeft me weer een stapje verder geholpen op het lastige pad tussen schepping en evolutie. Lees het verhaal van Tycho, en zie hoe zijn omgeving telkens te snel, te groot en te klein aan ‘t denken is. Te snel, door al te makkelijk naar de gewenste conclusies te springen. Te groot, door aan alle theologie en filosofie, zinnig, onzinnig, dubbelzinnig, los- en vrijzinnig veel te veel betekenis te hechten. En vooral: te klein over God, want Hij is veel groter, machtiger en veelzijdiger dan wij ons ooit in onze knapste theorieën kunnen voorstellen.
Hoe kun je los komen van dit al te snel, te groot en te klein denken? Ik citeer hier een van de pannel-leden van donderdag, drs. Janneke Burger, theoloog en hoofdredacteur van het christelijke opvoedingsblad Jente. Ze wees erop dat je als ouders vooral de goede gespreksomgeving voor je kinderen moet zoeken: een ‘tribe’ (zoals Seth Godin dat noemde), waar je vertrouwensvol kunt bouwen aan kennis van de waarheid, met name als het om Gods waarheid gaat. ‘It takes a village to raise a child’ is een oud Afrikaans gezegde. Zoek die tribe, en wees niet te gauw tevreden als je aan het zoeken gaat. Want het gaat om de schepping, om de Schepper, om God Zelf.

 

Laat hier een reactie achter



1 Reactie(s):

Henry Coyette
27 sep 2015
Mijn verstand haakt even bij de uitdrukking: It takes a village to raise a child. Inderdaad ja. Dorp is een metafoor voor de plaats waar mensen zijn opgegroeid. Dat dorp kan wat mij betreft een grote stad in Nederland zijn of de kerk waarin je bent groot geworden. 't Is maar wat de bewoners van dat dorp jou hebben meegegeven als rantsoen voor je verdere levensweg. Die rantsoenen blijken vaak nog al karig te zijn, want: De tijden veranderen, en wij met hen. Abraham woonde ook in de buurt van zo'n dorp. Dat dorp heette Haran. Totdat God tot hem zei, dat hij daar weg moest gaan, op weg naar een onbekend land. En hij ging. Zo is het ook met tegenwoordige kinderen, want mensen zijn zwervers op aarde. Natuurlijk willen we graag blijven wonen in het dorp waarin we geboren zijn, het dorp waarvan we de mensen en de mores zo goed kennen. Maar je als dorp wordt afgebroken, wat rest jou dan nog aan zekerheid? Heb je dan nog genoeg leeftocht om - al zwervende - een gelukt en gelukkig mens te zijn?

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief