Henk Medema
01
FEBRUARY

Kerk, gemeente, zending: spannende theologie

Spannend, die kerk… Waar ligt het gezag in de kerk? Hoe moet de gemeente naar buiten stappen, naar de wereld toe waar de mensen zijn, want op hen is toch Gods missie gericht? We hadden op 31 januari 2014 een theologisch én praktisch gesprek over zending en kerk, en over Christus. Een korte samenvatting.

 

1. De primaire vragen over de relatie van zending en kerk (missional ecclesiology) hebben te maken met het zicht dat wij hebben op Christus - het zijn vragen van christologie.

Beginnen waar het móet beginnen. Niet bij de verlossing, hoe belangrijk dat ook is: als je samen dankbaar bij elkaar gaat zitten verlost te wezen, gebeurt er niks. Niet bij de kerk zelf: als je een nieuwe gemeente bouwt, levert dat niet vanzelf discipelen op die de wereld in trekken. Ook niet bij de zending: hoeveel duizenden zendelingen zijn er niet met een woord voor de wereld op uitgetrokken, en hebben wel bekeringen gemaakt, maar geen levende en krachtige kerkgemeenschappen gevormd.

Het begin van alle vragen en antwoorden moet zijn: een radicale her-oriëntatie op Christus. Jezus, de Mens op aarde. De Zoon, de gezondene van de Vader: wij delen in zijn missie. De Christus, die tot Koning hier op aarde zal regeren over het rijk van God: dat zet ons met beide benen in de wereld. De Heer, die al zijn discipelen persoonlijk en gezamenlijk voert langs wegen die geen mens bedenkt.

 

2. Vanuit deze primair christologische antwoorden moeten de parallelle studies worden ingeleid in missiologie en ecclesiologie, die elkaar wederzijds bevragen en informeren.

In ons gesprek in Amersfoort op 31 januari werd de metafoor genoemd die Alan J. Roxburgh gebruikte: wij zijn op weg door een nieuw landschap met behulp van oude kaarten. Dat is op z’n minst behelpen. Eigenlijk kom je nooit waar je wezen wilt. Om het rechtstreeks te zeggen: wij leven in een postmoderne eenentwintigste eeuw, en bedienen ons van de denkmodellen van de moderniteit, van de negentiende en twintigste eeuw.

Een nieuw paradigma zal naar mijn mening moeten bestaan (niet in beginnen met knopen door te hakken inzake de kerk als entiteit, óf juist andersom keuzes te maken over de beweging ervan) in het onmogelijke doen: tegelijk vragen wat de kerk is, en hoe zij beweegt in de wereld. Ecclesiologie en missiologie tegelijk, alternerend, elkaar constant bevragend.

 

3. Het leven van de leden het lichaam van Christus bestaat niet alleen uit het ambt van alle gelovigen, maar het is het leven van genade die via alle gelovigen tot de hele kerk stroomt: Efeze 4.

Wat constant de voortgang van het denken over de kerk en het doen met de kerk frustreert, is dat wij allemaal zending wel mooi vinden, en dat met enthousiasme een plek gunnen - maar na enige tijd komen vragen van geld en autoriteit en richting op, en dan ontstaan conflicten in de nieuwe church-plant.

Daarom is een essentieel punt dat het gaat om het leven van Christus Zelf, Het is niet voldoende om tot een bredere ambtsopvatting te komen, zelfs het priesterschap van alle gelovigen is niet een radicaal genoeg concept. De genade en het leven zijn overstromend boven alle kaders.

 

4. Het leven van God stroomt door de missie van Christus en de Geest via alle vijf bedieningen tot het hele lichaam (dus niet alleen via herders/leraars). Efeze 4

Hier komt een belangwekkende visie aan de orde (Hirsch, Frost, Catchim e.a.) ten aanzien van de vijfvoudige bediening van de gaven in Ef4. In bijna alle kerken, door de eeuwen heen, heeft de overwegende mening een plaats gekregen dat alleen de gave van herders en leraars nog in actualiteit is overgebleven. Apostelen en profeten waren van vroeger, evangelisten werden vaak bij de inwendige zending gerangschikt. Terwijl zij juist de gaven [niet de ambten!] zijn [niet ‘hebben’!] die de kerk vooruit kunnen bewegen.

 

5. Richting en structuur worden in de functionerende kerk bepaald door gezagsmomenten die vooruit gericht zijn, niet van boven af (hiërarchisch) of van onderen af (congregationalistisch) komen.

De kerk is niet een driehoek met een punt naar boven (paus, kardinalen, bisschoppen in de rooms-katholieke kerk), noch een driehoek met het grondvlak bovenaan (de ‘democratie’ van de evangelische gemeenten, het congrationalistische model). Het is een driehoek met de punt naar voren, doordat mensen die het type gaven zijn van apostelen en profeten er richting aan geven. Het is, misschien beter nog, een driehoek naar het beeld van de drieëenheid, zoals Miroslav Volf suggereert (‘After Our Likeness’).

Dit leidt tot een heel andere manier van ‘kerkordenend’ en bestuurlijk functioneren, waarbij het bestaan van gezag allerminst ontkend wordt, maar kerkelijke autoriteit een locus krijgt in de gemeente zélf.



 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief