Henk Medema
12
APRIL

Kijken naar het lijden - en aangekeken worden

Ik wil mij gaan vertroosten

in ‘t lijden van mijn Heer.

 

Kijken naar het lijden. En aangekeken worden door de Lijdende. Wonderlijk wat er met je gebeurt in de Lijdensweek - of gebeurt er eigenlijk wel iets? Móet er iets gebeuren? Er gaat wat door je heen, maar wát gaat er dan door je heen? Gaat het over ‘ik’, of over ‘mijn Heer’, of over allebei? Het is moeilijk te zeggen; elk van de drie coupletten in de versie van Jaap Zijlstra (562 Liedboek) eindigt met de woorden: ‘O Jesu, zie mij aan’ (in de oorspronkelijke versie van Brugman O Iesu siet mi aen). Toch is het  ook wel degelijk een echte doxologie, een lofprijzing, waarin in het lied de naam, het wezen van Jezus, ‘mijn Heer’ wordt aangeroepen, met een boetedoening over eigen onwaardigheid:

Al ben ik U onwaardig, mijn toevlucht is uw naam,

Mijn redder, mijn genade - o Jesu, zie mij aan!

 

Dat is wat er gebeurt op deze Via Dolorosa, deze lijdensweg: jouw ogen zoeken Jezus’ ogen, en  je vraagt Hem om jou persoonlijk in de ogen te kijken. Wat zoek je dan? Vertroosting in deze zee van narigheid (‘in deze zee verdrinken mijn gedachten’) - maar wie heeft het nu het zwaarst te verduren, HIJ toch zeker? Vergeving, verlossing en vrede? - dat is toch wel weer erg geconcentreerd op jezelf? En wat zoekt de Heer in jouw ogen: een antwoord op zijn betrokken, actieve liefde? Heiliging, toewijding, lofprijzing? Stille aanbidding?

Op Goede Vrijdag - zó vrij, zó goed! - zullen we weer eens, hoe onbeholpen ook, proberen Jezus te zoeken in alles wat Hij is. Meestal is op die vrijdag ons gebouw niet echt vol. Er moet nog zoveel gebeuren voor en rond de Paasdagen, en je zou wel een boel willen, maar het kán niet allemaal, en dus zijn we er niet allemaal.

Wat het precies is, kun je niet scherp definiëren, maar toch is het wat, het raakt je.

Wat dan? De laatste aria van de Matthäus Passion: ‘Ich will Jesum selbst begraben’, is van Jozef van Arimathea. Jozef brengt daarmee tot uitdrukking dat hij niet alleen maar toeschouwer wil zijn, Van die velen die een rol spelen in de Matthäus Passion is er niet één zo dichtbij Hem gekomen in zijn dood. Jozefs graf werd Jezus’ graf. En in deze afsluitende aria, zonder de opstanding tot uitdrukking te brengen, wordt zijn hart het graf van Jezus, waar Hij voortaan zijn ‘zoete rust’ zal hebben. Jozef wil zijn hart reinigen van zonde, schuld, wereld: hier is plaats voor Jezus, en voor Hem alleen. Dat de man van Arimathea er uiteindelijk tóch zelf terecht zal komen, dat hij er zal rusten in hoop, komt alleen maar doordat de Gezalfde die plek in triomf zal hebben verlaten.  

 

Mache dich, mein Herze, rein,

Ich will Jesum selbst begraben,

denn er soll nunmehr in mir,

für und für,

seine süsse Ruhe haben.

Welt, geh’ aus, lass Jesum ein!

 

Je mag gewoon komen, vrijdagavond half acht tot tegen negenen, Hoofdstraat 220, Apeldoorn. Wees er maar bij. We vieren avondmaal en we denken aan Jezus.

 
 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief