Henk Medema
14
JUNE

Kunnen wij [God] kennen? - nóg meer ondertussenheid

Kunnen we kennen? (‘… kén dat?’) En God kennen, is dat mogelijk? Ruben Hadders zegt zonder aarzeling van wél, en noemt Matthijs Vlaardingerbroek  in het Nederlands Dagblad naar aanleiding van diens recente blogs 'een beroepstwijfelaar'. Nou, zo kan-ie wel weer. Beiden hebben elkaar nadien weer gesproken, hoor ik, dus de kou is wel weer uit de lucht. Maar omdat ik toch aan 't studeren was over dit thema, probeer ik nog maar eens iets helder te krijgen. In de recente disscussie rond ‘de ondertussenheid’ bij het congres van MissieNederland kwam het uitgebreid aan de orde.
Nu neem ik (zonder die filosofen allemaal te citeren die me aan het denken hebben gezet) als startpunt het spreken van God. Kan Hij spreken? Doet Hij dat ook, en kunnen wij Hem dan ontwijfelbaar begrijpen? (Want als we weer beginnen bij het luisteren van mensen, dan krijg je al gauw dit soort einden-van-de-discussies: nou, dat is jóuw interpretatie, maar in MIJN bijbel lees ik duidelijk… waarna een bijbelcitaat volgt, zónder uitleg. Of juist een postmoderne afsluiting: nou, mooi voor jou, maar ik héb daar niks mee.)
 

‘Tolle, lege; tolle, lege!’ Wat was dat ook weer? O ja: het bekeringsverhaal van Augustinus; wie het nog niet kent, zoek het maar op. In de tuin van de buren hoorde hij een kind die woorden spreken: neem, lees! Of waarschijnlijk was de betekenis iets van ‘oprapen’ en ‘verzamelen’ als onderdeel van een kinderspel. Maar Augustinus nam zijn bijbel, en las. Was dit de stem van God, die hem opdroeg iets uit de Romeinenbrief te lezen? Nee, het was een argeloos kind - maar tóch was het Gods stem.
Nu een hedendaags voorbeeld: stel je voor dat de hele familie aan tafel zit; het is 22 december, en de moeder zegt: ‘Nog maar twee dagen, dan is het kerst!’ De kinderen beginnen blij te praten over wat er allemaal gaat gebeuren met kerst. Maar de vader realiseert zich ineens hoeveel voorbereidingen er nog getroffen moeten worden voor de feestdagen, en hij kijkt snel in z’n smartphone-agenda.
Spreken dat boven zichzelf uitstijgt, en boven de bedoeling van de menselijke auteur. Zoiets kennen we allemaal uit eigen ervaring. Hier gebruik ik het om dit duidelijk te maken: God is veel groter, en het spreken van God is oneindig veel méér dan losse door mensen gekozen en geciteerde bijbelteksten.
‘Vatten’ we wat God zegt? En ook als het in mensenwoorden tot ons komt?
Ja en nee. Je komt ze best vaak tegen, christenen die de Bijbel lezen, en menen dat daarmee de kous af is. Interpretatie is als het ware een ongeluk dat je kan overkomen. Sorry! ‘Lees wat er staat, dan héb je wat er staat’. En dan nog afgezien van de vraag of God alleen via de Schriften spreekt: waarom ook niet via een spelend kind, of tijdens een maaltijd terwijl het over iets heel anders gaat?
Sinds de Hervorming spreken theologen vaak over de ‘perspicuitas’ (de doorzichtigheid) van de Schrift. Dat lijkt me niet zo goed: alsof Gods woorden zo glashelder zijn dat je er zómaar doorheen kunt kijken. Liever zou ik spreken over de ‘claritas’ (klaarheid, helderheid) van de Schrift, de stralende kracht die van Gods Woord zelf uitgaat.
Wij zijn maar lezers van de heilige geschriften, ontvangers van goddelijke woorden; we zijn niet God Zelf, we zijn schepselen, niet de Schepper.
De postmoderne manier van teksten lezen wordt vaak met de woorden van Paul Feyerabend weergegeven: ‘Anything goes’ - het sarcastische motto van zijn anarchistische ‘methode’ van lezen. Als je dat zó opvat, leidt het tot een duizelingwekkende relativering.
‘Anything goes’ zou ook iets zeggen van het verlangen om God echt te kúnnen kennen, namelijk in het geval dat dit nul is. In plat hollands: wat boeit ‘t! Maar de houding van verlangen, van eerlijk erkennen dat God veel en veel te groot is om zijn openbaring te vatten, dát brengt je op een andere route. Dit is de weg waarmee je er nog niet bént, de weg van nooit aflatend zoeken, nimmer ophouden te luisteren, constant jezelf corrigeren door alles wat je weer van Hem te horen krijgt.
Er is veel meer te zeggen over de wijsgerige aspecten van Goddelijk en menselijk spreken, én menselijk luisteren en geloven. Ik sluit nu af met de woorden van een lied dat verwijst naar de Wederkomst - want eerder zijn we er niet mee klaar:
Tot aan die dag
wil ik weten wie u bent
wil ik leven dicht bij U
en mij geven in aanbidding.
Tot aan die dag wil ik horen wat U zegt,
en uw woorden tot mij nemen
als een kostbaar geschenk
tot aan die dag.
[Opwekking 665]
 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief