Henk Medema
30
DECEMBER

Leiders moeten discipelen zijn.

De kerk heeft niet alleen meer en soms andere leiders nodig, maar ook meer en andere volgers - dat is waar! Martin de Jong en Peter Wierenga hebben een raak stukje geschreven over leiderschap en discipelschap, dat is gepubliceerd in het Nederlands Dagblad van maandag 29 december, en ook op de blogspot van Kerklab op Facebook. Er valt nog iets aan toe te voegen: misschien zouden die leiders ook volgers moeten worden, discipelen?
De auteurs citeren Joke van Saane: het gaat bij leiderschap over de leiders, over de individuele volgers, en over de structuur van de groep. Ik denk dat je iets nauwkeuriger moet zeggen dat het gaat over de formele structuur en de materiële structuur. De formele structuren van de kerk zijn de kerkrechtelijke, ambtelijke kaders. De materiële structuur is he leven van Christus dat in de discipelen stroomt.
Als je een leidinggevend team hebt, hoe dan ook gevormd, heb je alleen maar mensen die klussen kunnen doen, intern kerkdiensten organiseren, hopelijk extern ook activiteiten initiëren waardoor het evangelie wordt verkondigd. Pas als leiders ook discipelen zijn, vormen ze de motor van de gemeente. Middelpuntzoekend, gericht op de Heer. Middelpuntvliedend, van Christus uit, de deur uit, naar buiten toe. Zolang leiders in een kerk geen volgers zijn, komt er van het leven in die kerk geen fluit terecht. Een vóóropleiding, academisch of hoe dan ook, helpt niet als er in de gemeente zelf geen constante beweging is van training in discipelschap.
Mag ik drie punten noemen? (Een andere keer meer, want er is nog wel wat te zeggen.)
 

1. Jezus was een discipel.
Als de Messias érgens herkenbaar is in het Oude Testament, dan toch zeker in de vier profetieën over de knecht van de HEER in Jesaja. In Jesaja 50 blijkt Hij niet alleen de Leider te zijn, zoals in hoofdstuk 42 en 49 (en de Lijdende, hoofdstuk 53), maar ook een Leerling, de Discipel bij uitstek: ‘Elke ochtend wekt [JHWH] mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te luisteren’ (vs4). In Johannes 5 zegt Hij het, met een zinspeling op het werk van een leerling-timmerman, maar verwijzend naar zijn echte Vader: ‘De Zoon kan niets uit Zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen, en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier’ (vs19) - zijn werken en woorden waren de werken en woorden van zijn Vader.
 
2. De echte leiders in de Kerk zijn de echte discipelen.
Discipelen, niet ambtsdragers zijn de echte leiders. Vertel me nou niet dat we toch het ambt van alle gelovigen erkennen; dat zal wel waar zijn, maar die kreet helpt ons niet verder. Zeg nou niet dat gezag niet belangrijk is; dat is het wél, en daar moeten ook in iedere geloofsgemeenschap heldere en geestelijke lijnen voor worden uitgezet. Maar de echte leiders zijn tevens discipelen. Aan hen hoef je niet meer uit te leggen dat ze authentiek moeten zijn, transparant, kwetsbaar: dat hoort immers bij het discipelschap. Hun geestelijke autoriteit hoefd daar niet op een moeilijke manier mee gecombineerd te worden, maar vloeit daaruit voort.
 
3. De echte discipelen (en dus de leiders) zijn de echte discipelmakers
Iedereen denkt nu natuurlijk aan de laatste verzen van Matteüs 28, waar ‘discipelen’ zelfs een werkwoord is, en terecht. En misschien aan de oproep van Paulus om zijn navolgers te zijn (1Ko4:16; 11:1; Fp3:7). Maar denk ook eens aan Efeze 4, het hoofdstuk dat in 5:1 uitloopt op de uitdaging om navolgers van God en van Christus te zijn. maar dat ook begint met een oproep om in beweging te komen, te ‘wandelen’. Ik zit gevangen, zegt Paulus, maar jullie moeten bewegen! Christus heeft jullie gaven gegeven, jullie moeten alles ontvangen, én je moet alles doorgeven wat Hij in mensen kan zijn. In sommigen is Hij werkzaam in zijn apostolische (uitgezonden) leven, door anderen spreekt Hij profetische woorden, in weer anderen maakt Hij zijn evangelie openbaar, en in anderen toont Hij zijn herderlijke zorg of zijn onderwijzende licht. Nee, leiders zijn niet alleen maar herders en leraars, ze zijn bedienaars van een vijfvoudige rijkdom, die ze in diezelfde veelkleurigheid ‘ingieten’ in alle leden van het Lichaam. Natuurlijk zijn die leden geen consumenten. Wat tot hen komt en in hen verwerkelijkt wordt, komt van leiders die discipelen zijn, en vormt nieuwe discipelen tot mensen die anderen verder kunnen leiden.
Ik zou er zo maar zin in krijgen nog meer te zeggen, maar dat komt later wel eens. Hoe dan ook: leiders moeten discipelen worden. Pas dan wordt de gemeente een kern van discipelschap, rond de Heer, de Leider die écht een Discipel was.
 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief