Henk Medema
06
MAY

Meer dan vrijheidsherdenking: ZIJN doorgaande geschiedenis

Vrijheid is prachtig. Eén dag in het jaar bedenken we dat. Niet alle vrijheid, niet voor iedereen, want dat krijgen we niet op onze menselijke kaart. Niet alle oorlogen, alle gevangenschappen, alle vluchtelingen, benauwdheden, dood - we merken dat het voor ons teveel is.

Bevrijding. Dag! Gisteren is alweer voorbij.

Mag ik nog éven? U ook, jij ook? HIJ ook, de ENE?

Op 5 mei las ik in de Naardense Bijbel een overbekend gedeelte, Exodus 3. Het woord ‘exodus’ betekent ‘uittocht’. Aan de hand daarvan vertel ik, bijna ten overvloede, het verhaal. Als je de Naardense Bijbel erbij neemt, kun je het ook volgen.

Het gaat - dat weet je - nog veel verder, zo’n veertig jaar, maar het voornaamste is dat we niet alleen maar herdenken en herdacht hebben. We staan midden in de Uittocht van God, en we worden erbij geroepen.

 

Wat is dit?

Een hele tijd, zo’n veertig jaar al, had Mozes met z’n schapen door de woestijn gezworven, maar dit had hij nog nooit gezien. Een Sinaï-doornstruik, die in brand stond, maar niet verbrandde. Nieuwsgierigheid. Dichterbij komen. En Mozes zegt: ik móet van mijn weg afwijken - ik ga het zien, dit grootse gezicht: wáárom verbrandt hij niet, de Sinaïdoorn?
Dan ziet de ENE dat hij van zijn weg is afgeweken om het te zien; God roept tot hem uit het midden van de Sinaï-doorn en roept: niet doen! Geen research! Ik wil jou persoonlijk spreken. De ENE zegt: Mozes!, Mozes! - en die zegt: hier ben ik!

 

Waar is HIJ?

Wie is HIJ? Is Hij wel ergens? Wat doet de ENE? Wat wil Hij?

Luister… Gezien kan Hij niet worden, maar zien kan Hij echt wel. Iets te zeggen hééft Hij, en op een wonderlijke manier is Hij temidden van zijn volk. ‘Gezien heb ik, gezien! Gehoord! Ik daal af. Ik zal er zijn, zoals Ik er ben.’

‘Zo zul je zeggen tot de zonen Israëls: DIE-ER-ZAL-ZIJN, de God van je vaderen, heeft mij tot jullie gezonden’. Hij zal je doen opklimmen uit de verdrukking.

 

Wie ben ik?

Verward denkt en fluistert Mozes: wie ben ik? - tachtig, nota bene! -  dat ik tot Farao zal gaan, en dat ik de zonen Israëls uitleid uit Egypte? Vroeger heb ik de wijsheid van de Egyptenaren geleerd, maar nu? Ouwe vent!! Ze zien me aankomen!

‘IK zal er aan komen’, is het antwoord van de ENE. Mozes, je moet niet zoeken naar wat je kúnt. Je moet gáán. Er zijn, temidden van je volk, zoals HIJ er is.

Hier ben ik.

 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief