Henk Medema
04
FEBRUARY

MENSENLIEFDE DICHTBIJ DE WATERSNOODRAMP

In het bescheiden foto-archiefje van onze familie bevindt zich een plaatje dat deze week precies 65 jaar oud is geworden. Veel families hebben zoiets. Het beeld is van een gezin, in de nacht, de kou en in de regen. Een vrouw, een paar grotere en wat kleinere kinderen. Een peutertje van twee jaar, gedragen door een manspersoon. Doorgebroken dijken, ondergelopen polders, verdronken woningen met gezinnen die in het water weggeraakt waren; óók een huisje aan de Boezemsingel in Papendrecht. Honderden mensen worden weggevoerd, naar gastvrije en hulpvaardige gezinnen in de dorpen in de omgeving. Pas veel later kunnen ze terugkeren, en bij thuiskomst treffen nog steeds hoog water aan, in de keuken drijven (weten ze later nog na te vertellen) de gehaktballen rond. Maar gelukkig: het hele gezin komt weer thuis. Het peutertje is twintig jaar later mijn vrouw geworden. Op 5 februari zijn we 45 jaar getrouwd.

Op vrijdagavond 2 februari was er een uitzending op NPO2 van MAX over ‘de onbekende slachtoffers van de watersnoodramp’. Niet gered: ongeveer achttienhonderd doden. Maar er waren vele tientallen onvindbaar gebleven, ofwel niet te identificeren, of zelfs gewoon in het niets verdwenen, wat dat ‘niets’ ook mag zijn. Heftig was het verdriet van hen die ontdekten dat ze ‘nabestaanden’ waren.

Pas in de laatste ruim tien jaar was het mogelijk lichamen te identificeren als behorend tot een familie, door DNA-onderzoek. Voor degenen die op deze manier weer mensen konden terugvinden, was dat een heel emotionele gebeurtenis. Dit concrete familielid had je misschien nog nooit gezien, of je had er een vage herinnering aan - maar nu was het mogelijk om hem of haar een plek te geven, een grafsteen, een gedenktekst misschien. Dat je kon zien, aanraken of lezen, waar je af en toe heen kon gaan.

Zo werkt Gods mensenliefde met degenen aan wie Hij zijn liefdevolle aandacht besteed. Hij is erbij, of soms vindt Hij weer wegen om weer dichtbij te komen. Als er in een geloofsgemeenschap lege plaatsen vallen, lost Hij de pijn niet altijd (soms wél…) op door er anderen voor in de plaats te zetten, maar door zélf dichtbij te komen en zijn eigen liefde en de kostbaarheid van anderen herkenbaar te maken.

God is goed. Hij heeft mensen lief - mensenliefde, filantropie heet dat in Titus 3:4 - en dat zijn niet alleen maar losse, individuele mensen, maar daarin sluit Hij een hele gemeenschap in, mannen, vrouwen, kinderen, kleinkinderen, gezinnen, geloofsgemeenschappen.

Die mensenliefde heeft een naam: Jezus - werkend door de hele gemeenschap heen, onzichtbaar, ongrijpbaar, maar toch herkenbaar als de werking van de heilige Geest. Huiveringwekkend, aangrijpend, verblijdend. En dan werkt die drie-enige God verder, dwars door mensen heen, met macht. Rijk, royaal, door de Geest. De watersnoodramp was niet niks, maar deze mensenliefde treft me: Jezus. Hij raakt óns. Vijfenveertig jaar. We gaan het vieren.


 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief