Henk Medema
05
DECEMBER

ONVOLTOOID: geloofsgesprekken - een recensie

Wat als niemand meer weet bij welke kerk hij hoort? Dat is het uitgangspunt van de what-if-story die de verhaallijn vormt van het boek van Heerco Walinga , ONVOLTOOID (helaas identieke titel als het bij Gideon vrijwel tegelijk verschenen boek van Richard Stearns). De auteur heeft z'n boek mogen presenteren op 25 oktober op de Nationale Synode in Dordrecht. Ik zat toen naast hem, en beloofde het te zullen recenseren. Het is een thema, kerkelijke eenheid en verdeeldheid, dat wel zeker past bij deze landelijke bijeenkomst in de stad van de Reformatie. Een scenario dat bewust ver van de werkelijkheid staat: op Tweede Kerstdag worden de protestants-christelijke inwoners van Rijndam wakker met een collectief geheugenverlies. Ze weten niet meer bij welke kerk ze horen, en dat blijkt later een landelijk gebeuren te zijn. Hoe moet dat verder? Je kunt het hart van de auteur voelen kloppen, door het hele boek heen, en dan ook nog eens speciaal in het nawoord. Zijn verlangen is dat er een einde komt aan de verdeeldheid in de Nederlandse kerken, speciaal in het protestantse deel daarvan. Het loopt (zonder dat ik het verhaal verder wil weggeven) uit op de oprichting van een plaatselijke OCK, de Ontoerekeningsvatbaar Christelijke Kerk, of de Onschuldigverklaarde Christelijke Kerk, of de Onvoltooide Christelijke Kerk (184). Het verhaal tussen het begin en het einde is intrigerend. Even heb ik me afgevraagd wat de auteur nu eigenlijk wilde, maar toen dacht ik: dat doet er eigenlijk ook niet toe. Het beeld, in ieder geval, is dat er kort na die Tweede Kerstdag een lange reeks kerkelijke vergaderingen en bijeenkomsten wordt gehouden. Er wordt een moderamen ingesteld, er worden microfoons georganiseerd, er wordt koffie gedronken, er worden agenda's en stukken opgesteld. Zo zoekt men in Rijndam gezamenlijke wegen in dit collectieve kerkelijke geheugenverlies. De besprekingen gaan in een opvallend goede harmonie, dat zeker. Maar toch… Hoe zou het nu écht gaan, als zich zo'n 'catastrofe' zou voordoen, dat iedereen z'n eigen kerkelijke identiteit kwijt is? Zou je dan een paar maanden gaan vergaderen, in de beslotenheid van het eigen kleine stadje, en de eigen kleine (hoewel nu onduidelijk geworden) kerkelijkheid? De gesprekspartners constateren het soms zelf: dat er zoveel theorie naar voren wordt gebracht (123), dat ze teveel naar de verschillen kijken, en te weinig naar de verbindingen (158). Ze realiseren zich dat niet de pluriformiteit, maar de eigen kring, de muren van binnenuit de verdeeldheid veroorzaakt hebben (84). Maar zou je niet denken dat het vergeten van de kerkelijke scheiding wel eens een werk van de Geest zou kunnen zijn? En zou je niet verwachten dat de Geest doet wat Hij altijd doet: alle betrokkenen richten op de Ene, Christus, de Zoon, en door Hem op de gemeenschap in de éne God en Vader? Het frappeerde me dat er bij de afsluiting (214) wel een dominees-gebed is, terwijl je op dat moment én bij eerdere fasen zit te wachten op een gezamenlijk, spontaan zoeken van Gods aangezicht. Het geheugenverlies lijkt een verdwijnen van kerkelijke informatie te zijn - maar waar je naar verlangt, is het realiseren van een echte christelijke gemeenschap. Die gemeenschap is in dit scenario naar binnen gekeerd: de 'ramp' is kennelijk van nationale aard, maar de Rijndammers denken niet verder dan hun eigen woonplaats. En daar hebben ze nauwelijks aandacht voor de wereld buiten de kerk. De schrijver eindigt in zijn nawoord wel met dat accent: 'Als we als christenen die vrucht van de Geest meer aan de wereld zouden kunnen laten zien…' (220). Maar de discussies, hoe goed van toon ook, gaan vooral over theologie en kerkrecht: over enerzijds de plaatsbepaling ten aanzien van de dingen van God, en anderzijds de ordening van de dingen binnen de kerk. Inderdaad zijn dat precies de thema's waar wij het als christenen constant over hebben - maar dan is de 'catastrofe' van het collectieve geheugenverlies nog lang niet radicaal genoeg. We komen pas ergens als we er wakker voor worden dat 'het geloof' alleen maar werkt als het relationeel is: 'geloof dat door liefde werkzaam is' (Galaten 5 vers 6, HSV). Is dit een negatieve, kritische recensie? Nee, want het verlangen naar eenheid van de Rijndammers en van hun bedenker, de schrijver van het boek, is echt. Juist dat laat je verlangen naar méér, naar wat zowel bij de Nationale Synode als bij het Nederlands Christelijk Forum is aangeduid als 'geloofsgesprekken': het delen van de diepste betrokkenheid op elkaar, op de wereld, op de Heer. Want dat project is zéker onvoltooid.

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief