Henk Medema
25
JUNE

Rob Bell: Who Wins? - eerbiedig nadenken over de kern van het geloof

Het boek van Rob Bell LOVE WINS (San Francisco: HarperOne, 2011) heeft zowel concurrentie als bestrijding gevonden in Mark Galli, GOD WINS (Wheaton: Tyndale, 2011). Er was voordien al een vloed van blogs en recensies over Bell’s boek verschenen, die ik in deze blog in de verste verte niet compleet kan behandelen. Het gaat me nu alleen om de manier deze theologische discussies leiden tot godsverduistering in plaats van godsverlichting. ‘Je denkt toch niet dat Ik ben zoals jij?’ (Psalm 50 vers 21, NBV) zegt God tegen de eigenwijze mens. Dat gaat over het gevaar van pogingen om God in kaart te brengen. Je mag de scherpste vragen stellen, zelfs als je daardoor zelf in verlegenheid wordt gebracht, want de verlegenheden (aporieën) van de theologie zijn juist vaak de openingen naar God. Bell doet dat: hij verplaatst zich met ongedachte scherpte in het denken van een ongelovige, en redeneert dan verder als gelovige. Stel je maar eens voor, zegt hij ergens, dat je het evangelie aan je buurman brengt. Je vertelt hem dat God hem eindeloos liefheeft en hem ontzettend rijk wil maken. Maar tegelijk: dat als hij een kwartier later tegen een boom rijdt zonder zich bekeerd te hebben, God Zich tegenover hem zal opstellen als een tegenstander, die hem voor eeuwig bij volle bewustzijn zal straffen in de hel. Doet die gedachte pijn, of doet die gedachte pijn? Zulke vragen mogen en moeten gesteld worden, en in alle scherpte tot ons hart doordringen. Maar theologie wordt godsverduisterend juist als ze probeert die vragen op te lossen. Ik noem een paar aspecten.   1. God ‘in beeld brengen’ met behulp van theologische modellen. In de discussie rond Love Wins is dat bijvoorbeeld het model van rechtvaardiging tegenover het model van vergeving in de heilsleer. Het forensische model is al door Anselmus uitgewerkt, en met recht en reden kun je daarvoor aanknopingspunten vinden in de Romeinenbrief; het gaat daarbij over onze positie als gerechtvaardigde mensen. Het vergevingsmodel vind je in de Efezebrief, en in de gelijkenis van de verloren zoon (Lukas 15); daarin is (ondanks wat onder andere Kenneth Bailey erover zegt) geen woord over rechtvaardiging te vinden. Een ander voorbeeld is het wijsgerige vrijheidsbegrip dat Bell hanteert, maar dat van een heel andere categorie is dan de keuzevrijheid waarover het arminianisme spreekt. Hier spreken Bell en zijn opponenten op geheel verschillende golflengten.   2. God ‘in kaart brengen’ op basis van lexicografische analyse, zoals Bell doet door woorden als ‘hel’ en ‘eeuwigheid’ met behulp van een concordantie te onderzoeken. Niet alleen kun je zo nooit tot een compleet begripsmatig inzicht komen omdat er soms ook synoniemen of andere omschrijvingen gebruikt worden, maar de eindconclusies blijken vaak simpelweg niet de kloppen: als de eeuwige straf niet eeuwig is, is dan het eeuwige leven (zelfde woord) ook niet meer eeuwig?   3. God proberen te begrijpen op basis van een ‘psychologische’ reconstructie van zijn gedachten. Zo zegt bijvoorbeeld Thomas Talbott, De onweerstaanbare liefde van God, (In Perspectief / Merweboek: Amersfoort, 2006), blz 150, doelend op de spanning tussen Gods liefde enerzijds en Gods toorn anderzijds: ‘Zo [d.w.z. in de orthodoxe leer] lijkt het bijna alsof Christus niet gestorven is om ons te redden, maar om een ernstig geval van schizofrenie bij de Vader op te lossen’ (150). Waarom evenwel zou Gods natuur niet kunnen (of soms zelfs moeten) worden beschreven in termen die voor ons logisch incoherent zijn? Onze terminologie kan niet altijd het gewicht dragen waaraan ze wordt blootgesteld als Gods heerlijkheid ermee beschreven wordt.   4. Op Gods wezen én op het wezen van de mensen als voorwerp van Gods heil een rationeel denkschema toepassen. Theologische argumentatie is noodzakelijkerwijze van rationele aard, maar moet zo eerlijk zijn af en toe haar eigen grenzen te erkennen. Dat geldt zowel het Godsbeeld als het mensbeeld. Een verstandig mens zegt, in Bell’s visie, tenslotte tegen God: ach ja, U hebt eigenlijk gewoon gelijk, stom dat ik dat niet inzag, sorry, ik wil toch wel naar de hemel. Maar is dat de mens die wij in onze eigen ziel kennen, en rondom ons ontmoeten, en waarover wij in de Schrift lezen? Een mens wordt op deze manier niet serieus genomen, maar wordt uiteindelijk (na eventueel een ernstige schrobbering te hebben ondergaan) door God ‘doodgeknuffeld’: hij zál en móet het heil deelachtig worden.   5. Het zicht op God door onze redeneringen blokkeren. Hier heeft Bell een prachtig punt, als hij iets zegt over Lukas 15, de gelijkenis van de verloren zoon. Er lopen hier verschillende verhalen (‘narratieven’) door elkaar. De jongste zoon was thuis gekomen, met zijn eigen verhaal van verlorenheid en ellende. Daarop had de vader gereageerd met zíjn verhaal: de open armen, het gemeste kalf, de ring, de sandalen, het huis vol rijkdommen. En waar de oudste zoon nu, al mopperend, mee aankomt, is zijn eigen geconstrueerde verhaal, dat hij als een luik ertussenin wil schuiven, vóór de liefde van de vader: een bokje, verwijten, verwijdering van ‘die zoon van jou’. Wat blokkeren wij met onze theologie, linksom of rechtsom, niet vaak de magnifieke, warme goddelijke liefde, de stralende volheid van de Godsopenbaring! We zijn toch eigenlijk niet goed wijs dat we onze theologie toestaan als mechanisme van godsverduistering te functioneren, in plaats van godsverlichting. God is liefde, en dat is Hij voor honderd procent. Gods is licht, en dat is Hij ook voor honderd procent. Als het ons niet lukt de spanning daarvan weg te nemen, moeten we de pijn ervan ten diepste voelen, maar niet een hek om Hem heen plaatsen waardoor het zicht op Hem wordt geblokkeerd.   Hoe dichter je bij de kern van de zon komt, hoe gloeiender en stralender, en des te meer houdt alle analyse op. Hoe dichter je bij de kern van de Godsopenbaring komt, de Zoon, des te terughoudender moet het theologische vakmanschap worden. Eerbiedig samen vragen, eerlijk samen denken, en aanbidden - (misschien) onbegrepen.    

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief