Henk Medema
10
NOVEMBER

Steve Jobs - een recensie waarin ik mezelf tegen kom

DE biografie van Steve Jobs is nú al verschenen, en is op Jobs’ eigen verzoek geschreven door Walter Isaacson, eerder biograaf van Albert Einstein, Benjamin Franklin en Henry Kissinger. Ik vond dat ik de bijna 700 bladzijden van de Nederlandse editie moest doorwerken. Niet alleen omdat ik sinds het prilste begin een Apple en daarna een Mac heb gehad. Vooral dit: ik heb een fascinatie voor dingen die blijkbaar hele mensenmassa’s fascineren, ik wil dat fenomeen begrijpen. Nu is het boek uit en de recensie klaar, en ik zie hoe ik eigenlijk mezelf recenseer. Dat komt heus niet alleen omdat de basis van het document dat ik nu op mijn MacBookPro vervaardig van een kladje uit m’n iPad komt en in de iCloud wordt bewaard. De biograaf beschreef Jobs leven en ‘recenseerde’ hem, maar de confrontatie met de hoofdpersoon liet me mezelf zien. Straks meer. Het is nog niet zo lang geleden, en bij velen staat het beeld nog op het netvlies: op 27 januari 2010 presenteerde een broodmagere Steve Jobs in spijkerbroek en zwarte coltrui het ontwerp van de iPad in San Francisco. Op dat moment leed hij al aan de kanker waaraan hij anderhalf jaar later zou overlijden. De journalist van The Economist gaf er een religieuze invulling aan, en sprak over The Jesus Tablet. Steve Jobs was opgevoed in een christelijk pleeggezin. Als 13-jarige scholier liet hij aan zijn onderwijzer een plaatje zien van een stervend Afrikaans kind, en ondervroeg hem over Gods almacht en alwetendheid. ‘God weet daarvan’ , antwoordde de dominee. Steve wilde van zo n God niks weten en besloot nooit meer naar de kerk te gaan (34v). Dat betekent bepaald niet dat Jobs a-religieus was; hij was in sterke mate gedompeld in oosterse godsdiensten. Hij heeft de Autobiography of a Yogi elk jaar eenmaal gelezen, en toen Isaacson hem in 2011 vroeg wat hij op z'n iPad2 had gezet bij één van z’n laatste reizen, was het dat boek (629). Zijn filosofie was samen te vatten in een gedicht van Richard Brautigam, All Watched Over By Machines Of Loving Grace (83). Het is inderdaad frappant: de generatie van de tegencultuur van de jaren zestig, de discipelen van Timothy Leary, bouwde de pc-industrie. En Jobs liet zich daarbij leiden door het beginsel van eenvoud (412), minder maar beter. De computers, laptops, ipods en tablets die hij in de wereld achter liet, waren gekenmerkt door een gesloten systeem, een onderwerp waarover hij tegen het einde van z’n leven nog een gedachtenwisseling had met die andere oude whiz-kid, Bill Gates (610). De mensen, zo redeneerde Steve Jobs, hadden er geen behoefte aan om te weten wat er allemaal in de systemen van die intelligente apparaten zat. Ze wilden ze alleen maar met één klik kunnen aanzetten, en intuïtief hun weg vinden in een nog onbetreden terrein, in een totaal nieuwe wereld. ‘De reis is de beloning’ was een centrale lijfspreuk van Steve Jobs (180), en hij citeert dat als een koan, een zen-raadsel. Het is wat wij een paradox noemen, iets wat eigenlijk niet kán, maar toch waar moet zijn. Je zou het zó maar kunnen overnemen als een christelijke paradox, lijkend op de woorden van Jezus in Johannes 14 vers 6. Jezus, de weg én het einde van de weg, omdat Hijzelf de woonplaats van de Vader is, en voor ons plaats maakt. En de waarheid, dat is Jezus óók. Een centraal deel in deze biografie van Steve Jobs wordt ingenomen door een beschouwing over het zogenoemde reality distortion field van Jobs (150vv). Dwars door het hele boek zie je telkens weer hetzelfde verbazende gebeuren: hoe Steve steeds zijn eigen ‘magnetische veld’ van waarheid en onwaarheid schiep, en bijna iedereen in zijn omgeving daarin mee wist te trekken. Het bepaalde de enorme invloed die hij op mensen had, de positieve krachten én de manipulatie in de door hemzelf gekozen richting. De waarheid en de werkelijkheid: verwrongen. De weg die hij zélf ging, de wereld die hijzelf ontwierp, in de verwachting dat als hij iets geloofde, het ook waar was. Als je innerlijke waarheid is dat je geen kanker hebt, dan héb je ook geen kanker. Jobs bleek wél kanker te hebben, en nu is zijn leven tot een einde gekomen. Steve Jobs was een indrukwekkend mens, die heel veel in deze wereld van ons heeft kunnen veranderen. Maar als ik hem in de ogen kijk, in die strakke blik die hij zichzelf had aangeleerd om er mensen mee in de war te brengen, dan zie ik mezelf. En recenseer ik mezelf: als iemand die zo vaak z’n eigen ik heeft willen ontwerpen. Als iemand die niet alleen zelf een uitgebreid reality distortion field kent, maar de neiging heeft er anderen in mee te trekken. Ik recenseer mezelf. Ik huiver. En dan kijk ik naar Jezus: de weg, de waarheid, het leven. En ik weet hoe ik nooit meer één seconde buiten Hem kan. Dank, Steve, voor je Apple, Mac, iPod, iPad. Dank vooral dat je me dit geleerd hebt - door de achteruitkijkspiegel.

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief