Henk Medema
29
FEBRUARY

The Tweethood of All Believers

Op Twitter heb ik ruim 1100 volgers, maar ik heb niets over ze te zeggen Op FaceBook en LinkedIn zijn het er samen nog wel meer, maar met nóg minder gezag. In het bedrijf waar ik als uitgever werkzaam ben, kennen we een matrix-organisatie, wat inhoudt dat precies nul personen ‘onder mij’ vallen. In het dorp waar ik woon, maak ik graag eens een praatje op straat, maar heb er geen enkele formeel gezag. En op zondag schuif ik de bank in van m’n geloofsgemeenschap, óók zonder enige officiële autoriteit, en groet mijn broeders en zusters hartelijk. Wat voor relatie heb ik dan met al die mensen? Heb ik iets over ze te zeggen? Moet ik ze iets proberen te verkopen? Je zou in zekere zin zeggen: ja, dat laatste doet een uitgever wel. Maar in de digitale wereld, en zelfs (als je heel goed oplet) in de fysieke wereld gaat het om iets anders. Niet om wat je voor gezag over iemand hebt, niet wat je aan iemand kunt verkopen, maar om wat je voor iemand bent. Zoals wij allemaal als gelovigen zijn: allemaal, de een niet meer dan de ander, priesters: mensen die elkaar de weg naar God kunnen wijzen. In de nieuwe, eenentwintigste eeuwse digitale wereld kunnen wij opnieuw, en radicaler, leren wat dit priesterschap betekent. The Tweethood of All Believers leert ons wat we zijn voor elkaar. Het gaat niet om de organisatie, maar om de verbindingen; om een beeld uit de recente film Hugo te gebruiken: niet om de radertjes, maar om de relaties. Niet gezagslijnen, maar om netwerken. Binnen de meer institutioneel georganiseerde kerken wordt het leiderschap vanuit meer formele lijnen beschouwd: een dominee, een kerkenraad; een voorganger, oudsten. Maar het is de moeite waard eens te kijken naar het Griekse woord presbuterion, dat in 1Tm4:14 ‘het oudstenschap’ aanduidt, ‘het oudstenteam’ dat aan Timotheüs gezamenlijk de handen heeft opgelegd, zich eenmakend met zijn bediening, zodat zijn genadegave (Gr. charisma) bevestigd werd. Dit woord komt nog maar twee keer elders in het NT voor, namelijk in Lk22:66 en Hd22:5, waar het doelt op de verzamelde oudsten van Israël. In een organische geloofsgemeenschap lopen hier geen formele lijnen. Het leiderschap staat niet tegenover de gemeenschap maar is er een centraal deel van. Het is zelfs niet een raderwerk in de gemeenschap, maar een van de vele (misschien wel een van de meest centrale) knooppunten in een relatienetwerk. Laat me deze metafoor mogen verbinden met twee centrale bijbelse concepten. (1) Kracht In het leiderschapsteam is kracht gelocaliseerd (een centraal begrip voor de werking van de Geest, waarvoor de Gr. woorden ischus, kratos, dunamis worden gebruikt). Zoals Robert Doornenbal zegt (in Sophie 1/2012, 46): de motor van de (organische) gemeenschap is zélf een kleine gemeenschap. De kracht van de kleine gemeenschap is de bevestiging die van haar uitgaat, zoals blijkt uit het voorbeeld van Timotheüs. Er worden kanalen gegraven (facilitering) en de waterstromen worden daar doorheen gestuwd (inspiratie) Als die kracht vleselijk wordt gebruikt, kan de uitwerking vreselijk zijn: sterke persoonlijkheden kunnen een organische gemeenschap duwen en trekken in een richting die zij zélf willen, niet noodzakelijk passend bij de identiteit van de gemeenschap. Als evenwel diezelfde kracht geestelijk wordt aangescherpt, is het heel anders: mensen van God weten wie zij zélf zijn voor Gods aangezicht, en zijn samen door geestelijke oefening in staat de identiteit te herkennen van de gemeenschap (‘de kennis van zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, Ko1:10) (2) Macht Leiden is het uitoefenen van macht, en een leiderschaps-kern is een groep van mensen met gezamenlijke gezagsuitoefening (Gr. exousia - ‘gezag’, ‘volmacht’, ‘bevoegdheid’). Het is boeiend te zien dat in het NT dit woord wordt gebruikt van God en van Christus, en (2Ko10:8; 13:10) van het apostolisch gezag over de gemeente. Maar het wordt nergens gebruikt voor gezagsuitoefening binnen de gemeenschap, terwijl het wél (bijvoorbeeld in Mk14:34) het gezag aanduidt dat is toegekend aan de gemeenschap. Dat er binnen de gemeenschap een team van gerijpte, ervaren, geestelijke mensen moet zijn, is al aangeduid. Er zou over deze ‘oudsten’ en ‘opzieners’ veel meer gezegd kunnen worden, maar het is in ieder geval een team binnen de gemeente, niet over de gemeente, zoals Petrus uitdrukkelijk zegt (1Pt5:3). Als dit team teveel wordt geformaliseerd, ontstaat er weer een ‘tegenover’, waarin de gemeenschap zich alleen moet onderwerpen aan de leiders. Als het leiderschap anderzijds juist sterk wordt opengelegd, nemen constant andere kernen buiten het eigenlijke leiderschap deel aan de besluitvorming. Dat is niet verkeerd, maar wel lastig, en het vereist veel (geestelijke) wijsheid om daarin constant wegen te vinden. Noch de geslotenheid enerzijds, noch de openheid is op zichzelf vleselijk of geestelijk. Beide modellen kunnen samengaan met de werkzaamheid van de Geest. Maar van de aanwezigheid van macht- c.q. gezagskernen moet je je constant bewust zijn, en daarin moeten op een geestelijke (Geest-geleide) wijze ‘politieke’ beslissingen worden genomen. Weet iemand eens-voor-altijd hoe het moet, met die Tweethood of All Believers? Nee, vermoedelijk niet. Maar wie er een idee over heeft, mag dat laten horen…

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief