Henk Medema
14
SEPTEMBER

Van sjibbolet naar sjalom: Ruimte voor homoseksuelen in de gemeente van Christus

Het onderwerp ‘homoseksualiteit’ houdt me zeer bezig; het komt (opnieuw) op me af juist terwijl m’n tijd en aandacht ook door een boel andere dingen in beslag genomen worden, onder andere het probleem van de stroom van vluchtelingen die Europa binnenkomen. Beginnend aan een bespreking van dit boek van Jan Mudde realiseer ik me ineens de parallel. Behalve dat homoseksuelen in letterlijke zin vaak oorlogsvervolgden zijn - ik sprak met een groepje van vier mannen die om die reden uit Syrië waren gevlucht - voelen veel homoseksuelen ook de angst en de spanning van het nergens geaccepteerd te worden, en zijn de op de vlucht van de ene plek naar de andere. ‘De vraag of er binnen de gemeente van Christus ruimte mag zijn voor homoseksuelen die in een relatie van liefde en trouw leven’ (151) wordt dan ook terecht en met klem in dit boek aan de orde gesteld.
Mudde maakte deel uit van de commissie Ambt en Homoseksualiteit van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, en in het kader daarvan is dit boek ontstaan. Maar het is ook een ‘verhaal’, zoals de schrijver zegt (12), dat nadrukkelijk bedoeld blijkt te zijn als een ‘huis’ waarin men kan wonen, waarin de kerk ruimte kan geven voor homoseksuelen.
Het is, dat hoeft geen betoog, een moeilijk onderwerp. De stelling die Mudde wil verdedigen, luidt: de gemeente van Christus dient homoseksuele gemeenteleden zoveel ruimte te bieden als zij nodig hebben om voor Gods heilig en genadig aangezicht een weg te vinden die voor hen heilzaam en zegenrijk is (318). Het huwelijk van man en vrouw is thuis in Gods oorspronkelijke schepping, een homoverbintenis is een schuilhut in het gebroken bestaan (329), maar waarover je volgens de auteur een zegen kunt afbidden.

Dit is een liefderijk boek, én het is een doorwrochte bijbelse studie. Voor die combinatie werd het hoog tijd. Maar al te veel homoseksuelen moeten zich een weg banen naar een gemeente van de Heer langs moeizame wegen, dwars door een haag van heftig heen en weer hakkende gelovigen. Dat voelt niet veilig. Maar liefderijke ‘softe’ verwelkomingen zonder stevige bijbelse onderbouwing geeft óók geen veiligheid en zekerheid, zeker niet voor mensen die in hun eigen hart constant door allerlei twijfel worden aangegrepen.
Ik noem een aantal onderwerpen die worden aangepakt, en waarin Mudde ons aan het denken zet..
• God en zijn openbaring. De auteur zegt: ‘Uit Gods openbaring blijkt keer op keer dat de Here meer is dan zijn schepping, meer is dan de geboden die Hij geeft’ (177, 304). Ik zou de antwoorden toch eerder zoeken in de voortgang en concretisering van Gods liefdevolle openbaring in Christus in het Nieuw Testament, maar de richting is zinvol.
* De interne logica van onze cultuur (216): cultuur is niet alleen een veranderlijke, maar ook een even verrassende als verraderlijke grootheid (239), en we krijgen daarvan vele voorbeeden te horen.
• De interne samenhang van het thema in de breedte van de Schrift. Hoe komt het dat de Bijbel eensluidend en consequent de toenmalig bekende vormen van homosexuele praxis veroordeelt, maar polygamie toelaat en nergens expliciet veroordeelt, hoewel dat niet alleen een ernstige schending van de scheppingsorde is, maar ook een vorm van onrecht die voor vrouwen en families veel onheil teweegbracht (255)?
• De consistentie van onze bijbeluitleg. Mudde wijst erop dat we twee typen van omgang met Bijbelse voorschriften hanteren: meer mechanisch als dat lijkt te kunnen, meer organisch als het moet (259) - en dat dit eigenlijk raar is.
• De theologische systeemdwang waaraan wij onszelf en elkaar onderwerpen. Dat is een keurslijf: we hebben immers (een voorbeeld van de auteur) in de gemeente van Christus niet te maken met het constructivisme of het essentialisme, maar met de mens voor ons, die we nemen zoals hij of zij is (287).
• Het geforceerde zoeken en gebruiken van hulpwetenschappen om ondersteuning te geven aan de eigenlijk al ingenomen standpunten: heeft het zin om door te praten over ervaringen, statistieken en onderzoek terwijl daar de beslissingen niet blijken te kunnen vallen (301)?
 
Het is uiteraard precies bij het doortrekken van die lijnen dat Mudde misschien (dat moet je er bij zeggen, want óf het zo is, dat is nou net de vraag) een aantal keren grenzen overschrijdt in de bevinding van sommigen, ook van mijzelf. Dat zijn wonderlijk genoeg juist de punten waar hij ontzettend relevante en prachtige dingen zegt. Maar mijn vroegere wiskundeleraar op het gymnasium schreef soms langs de kantlijn: QED (quod est demonstrandum: dat is precies wat je nog moet bewijzen). Zoals: ‘De kerk is een oefenplaats voor het leren aanvaarden van hetgeen anders en van nature vreemd is. Mede daarom zou het wel eens gewenst en zelfs noodzakelijk kunnen zijn dat ook in een homoseksuele relatie levende gemeenteleden hartelijk aanvaard worden in de gemeente van Christus’ (297). Of als hij, in het kader van een betoog over Romeinen 1 zegt: ‘Anders dan Paulus zullen wij homoseksuelen die samenleven in een relatie van liefde en trouw, niet op een lijn met goddelozen stellen’ (267). Of als hij een discussie met Theo Boer lijkt te starten (333) over een solide bijbels onderbouwing voor ruimte voor homoseksuele relaties, maar voor het kernargument naar z’n hele boek verwijst.
Dat laatste doe ik ook, graag zelfs. Dit is een boek waarnaar iedereen verwezen moet worden die niet bang is om bijbels (voor God) en betrokken (voor mensen) aan het denken gezet te worden over homoseksualiteit. Je hoeft het nergens mee eens te zijn, maar je zult zien dat je door heel veel overtuigd wordt.
 

Laat hier een reactie achter



5 Reactie(s):

JB
08 jan
Tako Tsubo de roman van Pé Horst, door en voor de Refo wereld. Aanrader!
Jacob
15 sep 2015
Vrage we de bijbel om permissie, bij Euthanasie, bij abortus, bij de griepspuit, bij de koop van een nog steeds vervuilende aut, omdat we een boek van een eigenwijs herdersvolkje als leidraad zijn gaan nemen in ons treurige bestaan? Desondanks deze opmerking: heb uw naaste lief, maar.........bovenalles!
John
15 sep 2015
We moeten homoseksuelen als mens accepteren, zoals we ieder mens als mens moeten accepteren. We mogen homoseksuelen echter nooit in hun zonde accepteren, net als we geen enkel mens, inclusief onszelf, in hun zonde mogen accepteren. Helaas is dat wel wat ik proef uit dit artikel. Althans dat de auteur van het boek dat probeert op te dringen. We moeten de Bijbel niet aanpassen aan onze omstandigheden, maar de Bijbel is juist bedoelt om ons leven aan de kaak te stellen. De mens accepteren en daarna bij de hand nemen en liefdevol begeleiden naar de vrijheid en genade door erkenning van schuld en zonde bij het Kruis van Jezus. "we hebben immers (een voorbeeld van de auteur) in de gemeente van Christus niet te maken met het constructivisme of het essentialisme, maar met de mens voor ons, die we nemen zoals hij of zij is" Dat is dus absoluut een verkeerd uitgangspunt! Als de mens door de kerk niet verandert wordt, wat heeft de kerk dan nog voor zin? Is het dan niet prettiger om gezellig naar de kroeg te gaan en aan geen enkele zelfreflectie te doen? "De kerk is een oefenplaats voor het leren aanvaarden van hetgeen anders en van nature vreemd is" Ook dit klopt dus niet. Jezus accepteerde mensen, maar niet hun zonden. We moeten dus in de kerk niet aanvaarden, vooral onszelf niet, maar verbeteren, bekeren, spiegelen. De Bijbel moet ons een spiegel voorhouden waardoor we onze verdorven staat onder ogen gaan zien en tegelijk de weg hier uit wijzen tot bekering en verbetering van onszelf en de ander. Acceptatie van zonde kan alleen maar leiden tot verval.
Jeroen
14 sep 2015
QED betekent 'wat bewezen moest worden', en dat schrijf je op nadat een bewijsvoering is afgerond; anders dus dan hoe het hierboven gebruikt wordt.
14 sep 2015
dwazen

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief