Henk Medema
01
DECEMBER

Wereld-aidsdag: de kleren hebben geen keizer

Het beeld kent iedereen: een stoffige verkeersweg in Afrika, waar aan beide kanten jonge vrouwen lopen. De meesten aids-weduwen, onderweg om op allerlei manieren voeding voor hun kinderen te krijgen. 'Na de dood van m'n man heeft mijn buurman me het leven moeilijk gemaakt, door beledigingen en bedreigingen voor mij en mijn gezin. Maar het ergste was toen hij zijn koeien op mijn boerderij liet om al mijn oogsten te verwoesten. Er bleef niets over voor mijn kinderen om te eten: werk heb ik niet, geen andere bron van inkomsten.' Het zijn de woorden van Florence, een 34-jarige boerin en moeder van drie kinderen uit Kitui, ten zuid-oosten van Nairobi, de hoofdstad van Kenya. 'Ik was alles kwijt, en ze bleven maar tegen me zeggen dat ik niet één - ze bedoelden: geen man - had om voor mijn rechten op te komen'. (Lees meer verhalen bij http://www.unwomen.org/en/news/stories) Je reist vanaf Amsterdam, Apeldoorn en Abbekerk naar Afrika of Azië, en dan hebben we niet in de gaten dat de rechtsbescherming daar heel anders werkt. Want de Nederlandse overheid strekt z’n beschermende hand via ambassades en consulaten daar ook over je uit. Waar we geen of nauwelijks oog voor hebben, is dat in de woonplaats Armoede het recht geen veiligheid biedt. De pijplijnen zijn verrot. Ze vormen geen sluitend juridisch systeem, maar ze zijn ook door de zonde aangetast. De arbeiders in Qatar die de stadions en de wegen construeren voor het wereldkampioenschap voetbal in 2022, hebben geen rechten en kunnen nergens terecht. De kinderen in de kobaltmijnen in Oost-Congo, waar grondstoffen voor onze mobieltjes vandaan komen, hebben zelf geen mobieltjes om een advocaat te bellen, en al zouden ze die wel hebben, dan kunnen ze ‘m niet betalen - trouwens: in Congo is maar één advocaat op ruim 11.000 inwoners (tegenover een op de 666 in het moederland België), en die ene advocaat woont ‘toevallig’ niet in de buurt van de kobaltmijnen. De werkers in de textielindustrieën in Bangladesh hebben zelfs bij dodelijke catastrofes (zoals de ramp in Rana Plaza in mei 2013) geen toegang tot een rechter, simpel omdat ze dood zijn of zwaar gewond, of anders omdat de rechters voor zulke dingen geen interesse hebben, en dus geen thuis geven. Gary Haugen, directeur van International Justice Mission, heeft dit verschijnsel in 2010 op een symposium in Den Haag (met o.a. ex-defensieminister Joris Voorhoeve) aangeduid als ‘de gebroken pijpleidingen’ van het rechtssysteem. Wat er ook maar in de wet staat, wat de jurisprudentie van een land ook aanduidt, je hebt er niks aan als het systeem verrrot is. Een duivelse mix van juridisch onrecht en ethische vuiligheid. Ik citeer Haugen: ‘Aan micro-leningen voor nieuwe naaimachines hebben de armen niets als de plaatselijke politie hun winsten steelt. Beroepsopleidingen bieden geen hulp aan mensen die in de gevangenis gegooid zijn omdat ze een omkoopbedrag niet wilden betalen. Landbouwgereedschappen hebben geen nut voor weduwen van wie het land is gestolen. Plaatselijke medische klinieken kunnen geen hulp bieden aan werknemers' (slaven!) die geen toestemming krijgen om de fabriek te verlaten, zelfs niet als ze ziek zijn.’ De kleren hebben geen keizer. Dit is het omgekeerde van de titel van het sprookje van Andersen uit 1837, over de keizer die geen kleren had. Met de rechtssystemen van deze wereld is het vaak hetzelfde: ze zijn een soort vogelverschrikkers zonder dat er een persoon onder zit. Een lege huls. Als je ermee in gesprek wilt komen, word je teleurgesteld: nik, nop, niemendal. De apostel Johannes spreekt in 1 Johannes 3 over liefde en gerechtigheid. Liefde staat tegenover haat, een fenomeen dat zich vaak verstopt in onverschilligheid. Gerechtigheid staat tegenover zonde of wetteloosheid. Sinds kort na het begin van de wereldgeschiedenis is zonde in de wereld geweest, zegt Johannes, en hij noemt Kain en Abel. De ene broer, Kain, gunde de ander, Abel, het licht in z’n ogen niet, en hij sloeg hem morsdood. Soms wordt de ander nog nét niet doodgeslagen, zodat we kunnen doorgaan met geld uit hem te wringen. Wat zet je daar nu tegenover? Gerechtigheid en liefde. Liefde is niet genoeg. Als ongerechtigheid niet krachtig en radicaal wordt ontmaskerd, heb je nieuwe kleren zonder keizer. Gerechtigheid is ook niet genoeg. Streng rechtvaardig te denken en zelfs te handelen - dat is nodig, maar God is niet alleen rechtvaardig. Hij houdt ontzettend veel van ieder mens, zelfs van hen die wij helemaal niet zien zitten. Als iemand zelf een goed leven heeft, en daarbij z’n medemens gebrek ziet lijden, en hij doet de deur van z’n hart op slot, dat kan toch nooit? - zegt Johannes. Gods liefde is een geweldige kracht, een enorme stormwind, die móett van binnenuit je hart toch open blazen? Dan denk ik aan de vrouwen die zich dag in dag uit afbeulen voor hun pooiers. Aan de kinderen die lange uren zwoegen in de steengroeves - van de leeftijd van m’n kleinkinderen die elke dag vrolijk naar de basisschool gaan. De kleren hebben een Koning. Zijn naam is Jezus. Als wij onszelf met Hem bekleden, wordt Hij door ons zichtbaar. Dit is een iets bewerkte voorpublicatie van mijn hoofdstuk uit het boek dat wij als 12 auteurs hebben gemaakt voor International Justice Mission. Kijk naar www.schrijversvoorvrijheid.nl  

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief