Henk Medema
08
NOVEMBER

'Wir sind das Volk!' Wij zijn de Kerk. En die muren dan?

De negende november 1989 was op een donderdag, en op die dag viel de Berlijnse Muur. Het is zo’n datum net als 9/11 en 22/11/63 (de moord op Kennedy): je weet nog waar je was. Ik was in Wisconsin, in de Verenigde Staten, op een conferentie. Als m’n geheugen mij niet bedriegt (waar je in zulke herinneringen niet echt zeker van kunt zijn…), was ik de enige Europeaan. In ieder geval weet ik nog dat de Amerikaanse deelnemers me allemaal bestormden met vragen: ben je wel eens in Berlijn geweest? Ook wel in Oost-Berlijn? En hoe ging dat dan? Hoe kan dat nou: als je vanuit West-Berlijn naar het westen gaat, dan kom je in Oost-Duitsland…?
Het aardige was dat de plek waar ik verbleef nogal gekleurd was door Duitse emigranten, maar de afstand van Amerika naar Europa was voor de meeste deelnemers aan die conferentie veel te groot. Interessant, maar ver weg was wat er gebeurde.
Nu, vijfentwintig jaar later, is het voor ons allemaal ook ver, vér weg - niet qua afstand, wel qua tijd.
 

Deze novemberdagen, een kwart eeuw later, mogen ouwe knarren hun verhalen vertelllen. Over bijbelsmokkel, illegaal verblijf achter het IJzeren Gordijn, de bruinkool, de Trabantjes. Ik zou er ook wel wat aan kunnen toevoegen: hoe wij in de jaren vóór 1989 via Bahnhof Friedrichstraße of Checkpoint Charlie met bonzend hart de grens overstaken, om bijbellezingen te houden bij gemeenten in het oosten. Officieel als toeristen, maar ze hadden alles natuurlijk in de gaten; er moet van mij zelfs in Moskou nog ergens een dossier liggen. Ver van m'n bed.
Wat kort voor bedtijd dichtbij ligt, is het gesprek dat ik vandaag had over een grote gemeente waar een forse scheuring dreigt. En het dramatische verhaal dat ik hoor van mijn vrouw, over de stukken en brokken van een echtscheiding. En de herrie in een christelijke organisatie.
De actualiteit van het wereldgebeuren, realiseer ik me, ligt in jezélf. Daar kun je letterlijk of figuurlijk wakker van liggen.
‘Wir sind das Volk!’ Op een maandag in oktober 1989, in Leipzig, moet het voor het eerst gescandeerd zijn door tienduizenden Oostduitsers die zich pal tegenover de gewapende Volkspolizei opstelden. Daar waren die bonzende hartjes van een paar Hollandse predikers niks bij. Hier ging het gebeuren: je houdt je hart vast. Nu, achteraf, kunnen wij zeggen dat er geen bloed heeft gevloeid, maar dat is nú.
‘Wij zijn het volk’ - in het volle bewustzijn van hun identiteit liepen de duizenden over de straten van Leipzig, Dresden, Berlijn.
‘Wij zijn de Kerk’ - zo staan wij er óók voor als kerkleden, en je mag dat van iedereen zeggen, als de boel maar staande blijft, en als we er stiekem maar onze eigen club mee bedoelen.
Hoe is het met de muren in kerken, organisaties, gezinnen? Zouden ze ooit gaan vallen, of worden ze al maar steviger bepantserd, met harde harten die van geen wijken weten? Of kunnen we straks ook blij, met een zelf-gehuurde hamer, de brokstukjes van de muren af beitelen? Zouden we ze binnenkort mee naar huis kunnen nemen als herinnering aan de scherpe en harde kerkelijke scheidingen van vroeger, nu zó ver terug in ons geheugen?
‘Wij zijn de Kerk’. Dit gaat onszelf aan. Dit ligt bij ons bed. Wij vormen het huis van God,  we horen bij elkaar, want we horen bij Hem. We houden de geestelijke werkelijkheid overeind. waarin we allemaal delen, en niet dat wat ons verdeeld houdt, toch? Het huis waarover Christus als Zoon is aangesteld - ‘als we maar trots (nou ja… ) en zonder schroom vasthouden aan datgene waarop wij hopen’ (Hebreeën 3 vers 6) - zo zegt de NBV het. Laten we het maar eens met ootmoed proberen. Misschien gaan de muren dan wel echt vallen.
 

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief