Henk Medema
15
DECEMBER

Zonde. Onrecht. Mensenhandel. Slavernij. En zo.

Wij weten het een en ander van de zonde in ons hart, en van de collectieve zonde die de hele wereld in z’n greep heeft. Jezus, het Godslam, is de enige die deze zonde wegneemt. Wie Hem als Verlosser kent, hoeft niet meer tegen de zonde te strijden, maar is ervan gereinigd.


Maar behalve dat innerlijke bederf is er ook een uitwendige macht, waar wij als christenen wel degelijk tegen moeten strijden. ‘U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet’ (Hebreeën 12 vers 4). Alles op alles zetten in deze strijd tegen de macht van de duisternis! Strijden tegen het systeem van de zonde, het onrecht, en tegen de jammer die erdoor wordt veroorzaakt. Je inzetten met alle energie, in de kracht van de Heilige Geest.
 
Onrecht

Voor de helderheid, dit eerst: juridische regels bestaan naast, maar zijn ook anders dan ethische en theologische normeringen. Iets kan verboden zijn, omdat in de wet staat of uit buitenwettelijke rechtsnormen volgt dat het niet mag. Hetzelfde, of iets anders, kan ethisch (moreel) verkeerd zijn, zonder dat er enige juridische regel over bestaat, bijvoorbeeld je eigen lieve vrouw in het bijzijn van anderen belachelijk maken. En bijbels-theologisch kan iets ‘zonde’ zijn: God spreekt Zich in zijn Woord krachtig tegen allerlei dingen uit die niet altijd juridisch of moreel verkeerd zijn – afgodendienst, bijvoorbeeld.

Wat is zonde? ‘Zondigen is Gods wet overtreden’ (1 Johannes 3 vers 4). Zonde is wetteloosheid. Zelfs meer dan over een streep heen stappen, het is doen alsof er geen streep ís. Het is de corruptie van een leven zonder God en zonder meester, een boosaardige aandrang die sinds Adam diep in het hart van elk mens wortelt, en waarvan verlossing alleen maar mogelijk is door de Verlosser, wiens naam Jezus is.

Wat is moderne, 21e-eeuwse slavernij? Het is mensen behandelen als dingen, die je in eigendom kunt hebben. Wat niet kan, bijbels-theologisch niet, ethisch niet, juridisch niet.

 

De verrotte pijplijnen van de gerechtigheid

Met deze onderscheidingen kan ik uitleggen waarom gerechtigheid een spade dieper steekt dan we meestal denken. Van ‘gerechtigheid’ hebben we vaak een te oppervlakkig beeld gehad. De juridische normen stonden in wet en jurisprudentie. Met een beetje scherpzinnigheid kon je die helder in beeld krijgen. Daarna was het alleen nog maar een kwestie van toepassen.

Ja. Dat had je gedroomd. In die droom kun je leven als je onderdaan bent van een geciviliseerd land als Nederland. Iemand wil me iets boosaardigs aandoen, maar gelukkig, ik ontwaar aan de overkant van de weg een politieman, en ik begin hard te roepen. De boosdoener rent weg, natuurlijk.

Zeker. Zo gaat het in Amsterdam, en in Apeldoorn, en in Abbekerk. Als wij vanuit die plaatsen naar Afrika of Azië reizen, hebben we nog niet eens in de gaten dat het daar heel anders is, want de Nederlandse overheid strekt z’n beschermende hand via ambassades en consulaten daar ook over je uit. Waar we geen of nauwelijks oog voor hebben, is dat in de woonplaats Armoede het recht geen veiligheid biedt. De pijplijnen zijn verrot. Ze vormen geen sluitend juridisch systeem, maar ze zijn ook door de zonde aangetast.

De arbeiders in Qatar die de stadions en de wegen construeren voor het wereldkampioenschap voetbal in 2022, hebben geen rechten en kunnen nergens terecht. De kinderen in de kobaltmijnen in Oost-Congo, waar grondstoffen voor onze mobieltjes vandaan komen, hebben zelf geen mobieltjes om een advocaat te bellen, en al zouden ze die wel hebben, dan kunnen ze ‘m niet betalen – trouwens: in Congo is maar één advocaat op ruim 11.000 inwoners (tegenover één op de 666 in het moederland België), en die ene advocaat woont ‘toevallig’ niet in de buurt van de kobaltmijnen. De werkers in de textielindustrieën in Bangladesh hebben zelfs bij dodelijke catastrofes (zoals de ramp in Rana Plaza in mei 2013) geen toegang tot een rechter, simpel omdat ze dood zijn of zwaar gewond, of anders omdat de rechters voor zulke dingen geen interesse hebben, en dus geen thuis geven.

Gary Haugen, directeur van International Justice Mission, heeft dit verschijnsel in 2010 op een symposium in Den Haag (met o.a. ex-defensieminister Joris Voorhoeve) aangeduid als ‘de gebroken pijpleidingen’ van het rechtssysteem. Wat er ook maar in de wet staat, wat de jurisprudentie van een land ook aanduidt, je hebt er niks aan als het systeem verrrot is. Een duivelse mix van juridisch onrecht en ethische vuiligheid. Ik citeer Haugen: ‘Aan micro-leningen voor nieuwe naaimachines hebben de armen niets als de plaatselijke politie hun winsten steelt. Beroepsopleidingen bieden geen hulp aan mensen die in de gevangenis gegooid zijn omdat ze een omkoopbedrag niet wilden betalen. Landbouwgereedschappen hebben geen nut voor weduwen van wie het land is gestolen. Plaatselijke medische klinieken kunnen geen hulp bieden aan werknemers’ (slaven!) die geen toestemming krijgen om de fabriek te verlaten, zelfs niet als ze ziek zijn.’

Laat hier een reactie achter



0 Reactie(s):

Recente artikelen

14
october
Koning Willem Alexander komt óók, op 31 oktober 2017, in de Domkerk in Utrecht, en ik mag er met honderden

Lees verder >>

08
october
Geloof in iets dat groter is dan wat jezelf bent. ‘Goedertierenheid’ noemt NRC-columnist Bas Heijne dat, ‘bevlogenheid’ mag het van

Lees verder >>

30
september
VEILIG, HEILIG, ENIG   ‘De HEER is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief