Henk Medema
09
OCTOBER

Zorgen voor een eigenwijze kudde

Terwijl ik zat te lezen in Patrick Nullens’ boek ‘Zorgen voor een eigenwijze kudde: een pastorale ethiek voor een missionaire kerk’ loopt onze bijna twee-jarige kleindochter langs en legt haar vingertje op het omslag: ‘Schaapjes! Lief. Aaien, aaien!’ waarna ze suggereert: ‘Voorlezen?’ Dat laatste heb ik toch maar niet gedaan. Lezen, van begin tot eind, dat wél - en ik raad het boek ieder aan die iets ouder dan 2 jaar is.
Je begint met de titel, natuurlijk - en aan het slot van het boek had ik toch een gevoel van op-het-verkeerde-been-gezet-te-zijn. Het is een boek over ethiek, zonder meer; het gaat zelfs (dat is iets meer) over pastorale ethiek. Van de hele setting verwacht je, in het licht van de titel, dat het die van een missionaire kerk is, maar dat komt toch maar weinig uit de verf. Ik was vooral (net als mijn kleindochter) geïntrigeerd door die schapen, die ‘eigenwijze’ kudde, en dan meer speciaal over wat de hoofdvraag leek te worden: hoe zorg je daarvoor? En dus had ik gedacht: het gaat over leiderschap. Op sommige momenten kwamen we er dicht bij, bijvoorbeeld wanneer het over verantwoordelijkheid gaat (159), maar een paar bladzijden later is de kerk weer een overdrachtsinstituut (165) en krijgen de ambten weer hun reguliere plaats toegewezen. Een beetje schaapachtig eigenwijs van me, maar ik had wel wat meer willen horen over die pastorale ethiek en over de missionaire kerk, en over dat leiderschap, niet omdat ik het allemaal al helder in kaart heb, maar juist omdat ik daar zoveel vragen zie.
Maar er staat heel veel boeiends in dit boek. Deze blog is te kort, drie punten dus maar.
 

De kerk als helende gemeenschap: zo leven wij samen
De drie vormen van kerkleiderschap hebben, zegt Nullens, te maken met het drievoudig ambt van Christus: profeet, priester en koning (50). Het denkmodel is in de gereformeerde lijn dat van de woordverkondiging, in de rooms-katholieke en oosters-orthodoxe richtingen het priesterschap (de bediening van de sacramenten) en in de nieuwere, evangelische en charismatische kerken is dat het leiderschapsdenken, waarin het koninkrijk van God centraal staat (52): ‘de gelovige wordt [daar] medewerker, teamlid, een van de radertjes in een goed draaiende organisatie’.
Dat zijn uiteraard sterk vertekende beelden, maar ze helpen enkele richtingen aan te geven die in het christendom zijn ingeslagen. Toch ziet Nullens de kerk vooral als gemeenschap, waarin missio (zending), communio (gemeenschap), veritas (waarheid) en misericordia (barmhartigheid) tot uiting moeten komen (88). Van Henri Nouwen wordt dit prachtige woord geciteerd: de kerk is een helende gemeenschap, niet omdat de wonden worden genezen en pijnen weggenomen, maar omdat de wonden en pijnen openingen worden voor een nieuwe visie (146). En van S.J. Ridderbos een citaat dat de uitdaging daarvan weergeeft: ‘De bamhartige Samaritaan had het gemakkelijk omdat hij maar één naaste tegelijk ontmoette. Die kon hij wel op zijn ezel laden. Maar in de werkelijkheid van het leven liggen er massa's naasten aan weerskanten van de weg en hebben we nog altijd maar één ezel’ (148). En, zou ik zeggen, ook de ezels liggen massaal aan de kant van de weg…
Een voorbeeld dat dit duidelijk maakt, is het hele complex vragen rond het fenomeen van homoseksualiteit: de vraag is, zo formuleert Nullens helder, niet hoe we ons daartoe verhouden, maar hoe we omgaan met de mens die homoseksueel is (127) - en dan zie je gelijk wat een brede uitdaging daarin ligt.
 
De christuswerkelijkheid: zo is HIJ
Een centraal punt in het betoog van Nullens is iets wat hij aan Dietrich Bonhoeffer heeft ontleend, het motief van de christuswerkelijkheid (69). Want Christus is gekomen als de gezalfde Openbaarder van wie en hoe God is, en door de kerk wordt alles in het licht van die christuswerkelijkheid geplaatst (100). Bonhoeffer zegt: het gaat er vooral om, niet dat ik goed wordt of dat de toestand in de wereld er door mij beter op wordt, maar dat de werkelijkheid van God door mij zichtbaar wordt (74). Dat vind ik prachtig, indrukwekkend: de notie dat Christus in alles centraal staat. Maar ‘staat’ die openbaring, of beweegt ze ook? In mensen? Het beeld van de Efezebrief is juist een Christus-beeld dat ook Jezus-beeld is. Dat wordt werkelijkheid in Christus’ Lichaam met alle gelovigen als leden, het wordt onderwezen in Hem, maar de waarheid ervan is in Jezus (Efeze 4:24), de mens die op aarde 'bewoog', wandelde. Als die openbaring in Christus ‘statisch’ gaat worden, komt ze weer terecht in een ambtelijk kader, en dat hoor je ook in het hoofdstuk waar Nullens zijn betoog afsluit: ‘Het is dus werkelijk belangrijk dat er sprake is van een professioneel en ambtelijk kader, uitgedrukt door de handoplegging of ordinatie’ (165) (met in noot 17 een verwijzing naar het BEM-rapport). Een spannende vraag: kan het ook wat meer dynamisch? Dat lijkt toch weer wél, als we Nullens op andere plaatsen horen spreken over de hermeneutiek bij het verstaan van Gods wil in de kerk, en de daarmee verbonden geestelijke oefeningen. Waarover tenslotte.
 
De hermeneutische oefening: zo leeft HIJ in ons
Vooral aan de hand van (heel intrigerende!) voorbeelden maakt de auteur helder hoe de Kerk als geloofsgemeenschap principieel een zoekende gemeenschap is. Het is een bijzonder belangrijke opdracht voor leiders in de gemeente om christenen de geheimen van geestelijke oefeningen te leren (155). Het gaat om een ‘denkoefening’ (104), maar ook om een echt geestelijk doorleefde exercitie. Nullens citeert met instemming Richard Osmer: de pastor helpt de geloofsgemeenschap om zichzelf te interpreteren vanuit haar eigen kernwaarden en engagement (67). (Interessant: juist om dit hermeneutische proces goed te sturen is volgens Osmer een gedegen theologische opleiding nodig; zeker, dat kán, maar ik zou vooral zeggen dat hiervoor geestelijke ervaring nodig is!)
Het leidinggeven aan en zorgdragen voor de kerk is vooral een kwestie van het cultiveren en vormen van de juiste interpretaties - het gaat om geloofsgemeenschappen als gezagsgemeenschappen, niet om autoritaire instituties (66). Daarbij hoort bij de leiding met name in de cultuur van onze eenentwintigste eeuw een persoonlijke transparantie en kwetsbaarheid: liefde uit een rein hart, een goed geweten, een oprecht geloof - deze oprechtheid, de innerlijk eenheid waarover 1Timoteüs 1:5 spreekt, sluit mooi aan bij ons postmodern verlangen naar authenticiteit (154). Met deze grondtonen heeft Patrick Nullens ons een boek vol overwegingen in handen gegeven, waarmee we nog wel even vooruit kunnen, zowel in het theologische denken als in de geestelijke oefeningen. Misschien is het wel meer werk dan we aankunnen.
 

Laat hier een reactie achter



1 Reactie(s):

Bert van der Stouwe
13 okt 2015
We hebben samen met Patrick Nullens een prachtig en boeiend proces doorgemaakt. En we zijn er nog lang niet klaar mee! Wordt vervolgd!! :-)

Recente artikelen

12
september
Ik houd mezelf JHWH voor, voortdurend’ (Psalm16:8) ‘Waak over mij, God!’ (Psalm 16:1)   Soms (vaak, misschien wel altijd) weet

Lees verder >>

01
september
interTXT   U6   Vijfentwintig kilometer boven NImes vind je zonder problemen het plaatsje Uzes. Wij zijn daar wel eens

Lees verder >>

23
july
Zou het niet prachtig zijn als er zo’n tempel was, net als bij Ezechiël, waaruit een rivier stroom die leven

Lees verder >>

Bekijk het blogarchief